NN: “Transitie naar duurzamere mobiliteit verloopt niet in een rechte lijn”

De plannen om elektrisch rijden aantrekkelijker te maken zijn er, maar het draagvlak voor toekomstbestendige mobiliteit bij ondernemers staat onder druk. Dit blijkt uit het Trendrapport Duurzame Mobiliteit 2026 van Nationale-Nederlanden.

Het aandeel ondernemers dat duurzame mobiliteit ziet als een te verdwijnen trend, is de afgelopen twee jaar toegenomen. Het belang dat zij hechten aan duurzaam ondernemen laat in meerdere segmenten een daling zien. Tegelijkertijd blijft onder consumenten de verschuiving naar duurzamer mobiliteitsgedrag zichtbaar: het aandeel hybride rijders groeit, de barrière van een hoge aanschafprijs neemt af en bij korte ritten kiest men vaker voor fietsen of lopen in plaats van de auto.

Ondernemers: “Duurzame mobiliteit is een trend die zal verdwijnen”
De houding van ondernemers ten aanzien van duurzaam ondernemen is minder positief dan in voorgaande jaren. Zo vindt in 2026 gemiddeld 70% duurzaam ondernemen belangrijk, een daling ten opzichte van 2025 (78%). Daarnaast blijkt dat ondernemers het vaker minder belangrijk vinden om zo snel mogelijk over te stappen op schoner vervoer. Dit ongeacht bestaande wet- en regelgeving. En vindt meer dan de helft van de ondernemers (groot zakelijk 56% en MKB 56%) dat duurzame mobiliteit een trend is die zal verdwijnen.

“De transitie naar duurzamere mobiliteit verloopt niet in een rechte lijn”, zegt Maurice Koopman, CEO Schade & Inkomen bij Nationale-Nederlanden. “Ondanks de plannen om elektrisch rijden aantrekkelijker te maken, zien we in een periode van economische onzekerheid dat ondernemers hun prioriteiten heroverwegen. Tel daarbij op dat ze te maken hebben met acute kosten- en personeelsuitdagingen. Dat maakt dat verduurzaming soms als iets ‘extra’s’ wordt gezien in plaats van als een strategische investering. Maar dit betekent niet dat duurzaamheidsbeleid verdwijnt. Alleen het tempo en de motivatie verschuift.”

Verschuiving onder consumenten zet door
Onder particulieren blijft de beweging richting duurzamer vervoer gestaag doorgaan. Het aandeel hybride auto’s onder autobezitters groeide van 10% in 2024 naar 17% in 2026, terwijl het percentage benzineauto’s een dalende trend laat zien van 81% naar 76%. Het aandeel elektrische auto’s groeit minder hard, maar wel consistent van 7% in 2024 naar 9% in 2026.

Daarnaast worden aanschafkosten door minder particulieren als belangrijkste barrière genoemd bij de overstap naar elektrisch rijden (van 52% in 2024 naar 37% in 2026). Ook in het dagelijks gedrag van consumenten is verandering zichtbaar: het gebruik van de benzineauto voor korte privéritten daalde van 44% naar 41%, terwijl meer mensen de (elektrische) fiets kiezen.

 

Groeiende verwachting richting werkgevers en adviseurs
Ondanks dat de noodzaak voor duurzame mobiliteit bij ondernemers daalt, neemt de maatschappelijke druk toe om groener reisgedrag te stimuleren. Ruim driekwart (77%) van de particuliere niet-autobezitters en 69% van de autobezitters vinden dat werkgevers hun medewerkers actief moeten stimuleren om duurzaam te reizen. Werkgevers spelen daarmee een belangrijke rol in de verdere verduurzaming van mobiliteit. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een fietsregeling, het aanpassen van reiskostenbeleid of het stimuleren van elektrisch rijden.

Volgens Koopman ligt hier ook een belangrijke rol voor adviseurs: “Werkgevers zoeken steeds vaker naar manieren om mobiliteitsbeleid toekomstbestendig in te richten. Adviseurs kunnen organisaties helpen bij het vertalen van maatschappelijke verwachtingen en regelgeving naar praktische oplossingen. Zoals een fietsregeling, het herzien van reiskostenbeleid of het adviseren over fiscale mobiliteitsoplossingen.”

 

Nederland Zwaag 20200901: Maurice Koopman, NN (foto Harmen de Jong).