Duits onderzoek: Kinderen lopen thuis de grootste kans op een ongeval

 

In Duitsland hebben jaarlijks ongeveer twee miljoen kinderen medische behandeling nodig na een ongeval. Verrassend genoeg gebeuren de meeste van deze ongevallen niet op de speelplaats of in het verkeer, maar thuis. Veel ouders onderschatten dit gevaar, zo komt naar voren uit een recent YouGov-onderzoek in opdracht van de Duitse verzekeringsvereniging (GDV) ter gelegenheid van de Kindersicherheitstag 2026.

Daaruit blijkt verder dat slechts 34% van de ouders van kinderen onder de 13 jaar zich ervan bewust dat thuis de meest voorkomende locatie is voor ongevallen. Tegelijkertijd beschouwt 65% van de ondervraagden hun huis als veilig. “Veel ouders zijn niet onzorgvuldig, maar er is een kloof tussen risicobewustzijn en concrete actie”, legt Anja Käfer-Rohrbach, adjunct-directeur van de GDV, uit. “Bijna de helft van de ouders ziet brandwonden door het fornuis als een aanzienlijk risico, maar slechts 29% heeft een afscherming voor het fornuis geïnstalleerd

Prof. dr. Stefanie Märzheuser, Präsidentin der BAG ‘Mehr Sicherheit für Kinder’’,  benadrukt: “Veel ouders beschouwen hun huis als veilig, maar toch gebeuren de meeste ongelukken met kinderen daar. Vooral bij jonge kinderen is het belangrijk om proactief de dagelijkse risico’s te minimaliseren en de omgeving vanuit het perspectief van het kind te bekijken. Zelfs kleine aanpassingen kunnen het risico op ongelukken aanzienlijk verminderen.”

De risico’s zijn bekend – maar veiligheidsmaatregelen ontbreken vaak

Veel ouders zijn zich wel degelijk bewust van de risico’s in huis, maar passen veiligheidsmaatregelen niet consequent toe. Bijna de helft van de ouders schat het risico op brandwonden bij het fornuis als gemiddeld tot hoog in, maar slechts 29% heeft een fornuisbeveiliging geïnstalleerd. 60% ziet een valrisico door trappen of kantelende meubels, maar slechts 33% heeft grote meubels vastgezet.

Ook andere veiligheidsmaatregelen blijven achter: 59% van de ouders heeft schoonmaakmiddelen en medicijnen kindveilig opgeborgen, maar slechts 38% gebruikt antislipmatten in de badkamer, 37% heeft een traphekje geïnstalleerd en 34 procent bewaart knoopcelbatterijen en andere batterijen veilig. “Het onderzoek wijst niet op desinteresse, maar op uitstelgedrag”, zegt Käfer-Rohrbach. “Veel ouders weten wat verstandig zou zijn, maar passen dit in het dagelijks leven niet meteen toe.”

Kinderongevallencheck: 90 seconden voor meer veiligheid

Om ouders te helpen bij het inschatten van dagelijkse risico’s, hebben GDV en de BAG de Kinderongevallencheck(www.kinderunfall-check.de) ontwikkeld. Deze gratis online tool is bedoeld voor ouders van kinderen tot 13 jaar en bevat maximaal twaalf vragen. Het laat zien welke beschermingsmaatregelen al zijn genomen en waar er nog veiligheidslacunes zijn.

De check is bedoeld om concrete aanzet te geven, want kennis alleen is niet genoeg. Het onderzoek maakt duidelijk: Kinderveiligheid schiet vaak tekort, niet door een gebrek aan bewustzijn van het probleem, maar doordat beschermende maatregelen in het dagelijks leven worden uitgesteld.

Verdere tekortkomingen in preventieve zorg: Noodgevallen en zwemmen

Het onderzoek wijst ook op de noodzaak tot verbetering in het gedrag van ouders in noodsituaties. Slechts 37% van de ouders heeft noodsituaties specifiek met hun kinderen besproken en geoefend wat te doen in een noodsituatie. 29% heeft niet geoefend met hun kinderen hoe ze een noodoproep moeten doen.

De situatie met betrekking tot zwemmen is eveneens alarmerend. Volgens ouders kan 20% van de kinderen in de betreffende leeftijdscategorie niet veilig zwemmen. Bijzonder alarmerend is het feit dat zelfs onder 9- tot 13-jarigen bijna één op de vijf kinderen onvoldoende zwemvaardigheid bezit. Een veelvoorkomend misverstand vergroot het risico: het ‘Zeepaardje’-badge certificeert basiszwemvaardigheden, maar niet de veilige zwemvaardigheid die cruciaal zou zijn in een noodsituatie