In het eerste kwartaal van 2026 zijn de cao-lonen (uurloon inclusief bijzondere beloningen) 4,5% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Toen was de cao-loonstijging nog 5,4%. Sinds de hoge cao-loonstijging in het derde kwartaal van 2024 (6,8%) neemt de cao-loonontwikkeling af. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de lonen in het eerste kwartaal 2,0% hoger. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
Sterkste stijging bij particuliere bedrijven
In de sector particuliere bedrijven stijgen de cao-lonen het meest, met 4,9%. Ook een jaar eerder stegen de lonen daar het sterkst. In de sector overheid stijgen de lonen, net als vorig jaar, het minst: 3,4%. Bij de gesubsidieerde instellingen is de stijging 4,1%.
| Ontwikkeling cao-lonen per sector | ||
| Sector | 1e kwartaal 2026* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) | 1e kwartaal 2025* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) |
| Particuliere bedrijven |
4,9 | 5,7 |
| Totaal | 4,5 | 5,4 |
| Gesubsidieerde instellingen |
4,1 | 4,9 |
| Overheid | 3,4 | 4,8 |
| *voorlopige cijfers | ||
Sterkste loonstijging in verhuur en handel van onroerend goed
In de bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed (woningcorporaties) stijgen de cao-lonen in het eerste kwartaal het meest: met 8,1%. In het eerste kwartaal van 2025 bleven de lonen nog gelijk in deze bedrijfstak. Ook de bouwnijverheid hoort met 7,2% tot de grootste stijgers in het eerste kwartaal van 2026.
De bedrijfstak waterbedrijven en afvalbeheer heeft de laagste loonstijging: 1,7%. Met een loonstijging van 3,0% hoort ook het openbaar bestuur tot de bedrijfstakken met de laagste loonontwikkeling.
| Cao-loonstijging per bedrijfstak | ||
| bedrijfstak | 1e kwartaal 2026* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) | 1e kwartaal 2025* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) |
| Verhuur en handel van onroerend goed |
8,1 | 0,0 |
| Bouwnijverheid | 7,2 | 6,2 |
| Financiële dienstverlening |
5,8 | 4,7 |
| Specialistische zakelijke diensten |
5,7 | 4,6 |
| Cultuur, sport en recreatie |
5,2 | 4,3 |
| Industrie | 4,7 | 6,1 |
| Verhuur en overige zakelijke diensten |
4,7 | 6,5 |
| Totaal | 4,5 | 5,4 |
| Overige dienstverlening |
4,4 | 8,8 |
| Handel | 4,2 | 4,8 |
| Onderwijs | 4,1 | 5,0 |
| Gezondheids- en welzijnszorg |
4,0 | 5,0 |
| Horeca | 3,8 | 4,9 |
| Vervoer en opslag | 3,7 | 4,5 |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
3,5 | 4,4 |
| Energievoorziening | 3,4 | 3,9 |
| Informatie en communicatie |
3,3 | 9,2 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten |
3,0 | 4,8 |
| Waterbedrijven en afvalbeheer |
1,7 | 6,6 |
| *voorlopige cijfers | ||
Ontwikkeling contractuele loonkosten vrijwel gelijk aan cao-lonen
De contractuele loonkosten –de cao-lonen plus werkgeverspremies (pensioen en verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorg)– stijgen in het eerste kwartaal van 2026 met 4,4%. Dit is vrijwel gelijk aan de ontwikkeling van de cao-lonen. In 2026 is de werkgeversheffing voor de zorgverzekeringswet (Zvw) gedaald. De premie WHK (Werkhervattingskas) is toegenomen. Deze bestaat uit de gemiddelde WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten)- en ziektewetpremie.
De reële cao-loonontwikkeling, waarbij het cao-loon wordt gecorrigeerd voor inflatie, ligt in het eerste kwartaal van 2026 op 2,0%. De reële loonontwikkeling is al tien kwartalen achterelkaar positief.











