De komende 25 jaar ondergaat de wereldwijde infrastructuur een enorme transformatie. Tot 2050 wordt naar verwachting ongeveer $ 151 biljoen uitgegeven aan infrastructuur. Dat is bijna twee keer zoveel als in de afgelopen twintig jaar. Dat blijkt uit de Global Infrastructure Outlook 2025 – 2050 van PwC en Oxford Economics. Ook in Nederland staan overheden, investeerders en bedrijven voor lastige keuzes, terwijl ruimte, capaciteit en financiële middelen steeds schaarser worden. Volgens PwC-expert Fons Kop vraagt dat om scherpe keuzes en een collectieve visie.
De jaarlijkse wereldwijde infrastructuuruitgaven stijgen naar verwachting van $4,4 biljoen in 2024 naar $6,9 biljoen in 2050, wat over 25 jaar neerkomt op een cumulatieve investering van $151,1 biljoen. De analyse van PwC laat de langetermijnverwachtingen zien tot 2050 voor 45 landen (goed voor 88% van de wereldeconomie) en negen sectoren: transport, energie, digitale infrastructuur, defensie, mijn- en delfstoffen, water, sociale infrastructuur (waaronder scholen, verzorgingstehuizen) de maakindustrie en agrarische infrastructuur.
De kracht van dit rapport ligt in de combinatie van een mondiaal perspectief en een langetermijnhorizon, aldus PwC-expert Fons Kop. “Het maakt onderbouwd duidelijk wat er de komende 25 jaar in de wereld gebouwd en aangelegd moet worden. De omvang van die mondiale opdracht is duizelingwekkend en zal heel veel vragen van overheden, bedrijven en investeerders”.
In Nederland dwingt schaarste tot het maken van keuzes in infrastructurele projecten
Dat is in Nederland niet anders, benadrukt Kop. “De berekeningen laten voor Nederland een investeringsbehoefte zien van een omvang van zo’n $500 miljard tot 2050. Onze veiligheid, onze economische vitaliteit én onze levenskwaliteit vragen enorme investeringen in transportinfrastructuur, water, energie, defensie, datacenters, maar ook in sociale infrastructuur. Tegelijkertijd zien we een gebrek aan fysieke ruimte, een gebrek aan stikstofruimte, een tekort aan vakmensen, schaarse financiële middelen.”
Kop wijst ook op het gebrek aan collectiviteit. “We leggen te weinig verbanden tussen deze vraagstukken en we trekken ons terug op ons eigen standpunt. Dat standpunt verklaren we dan leidend in de te maken keuzes. Schaarste dwingt ons om scherpe keuzes te maken. Keuzes waaraan we ons samen voor meerdere jaren committeren. Alleen dan bouwen we samen aan een veerkrachtig, duurzaam en welvarend Nederland.”
Digitale en fysieke infrastructuur raken steeds meer verweven
Het rapport belicht ook hoe digitale en fysieke infrastructuur steeds meer naar elkaar toegroeien. Automatisering, data-analyse en energiezuinige technologie zal een steeds grotere rol spelen.
Kop: “Het rapport schetst daarmee een beeld van hoe toekomstige infrastructuur eruitziet. Wat wij zien is dat infrastructuursectoren geïntegreerd raken. Het zijn steeds minder losse silo’s. Datacenters worden direct gekoppeld aan wind- of zonneparken en systemen voor hergebruik van water voor koeling. Havens gebruiken robots en data-analyse en zijn direct verbonden met spoorlijnen en logistieke centra. Het rapport benadrukt dat de grootste waarde ontstaat wanneer infrastructuursectoren niet los van elkaar worden ontwikkeld, maar juist als één samenhangend systeem.”
In Europa ligt focus op modernisering, verduurzamen en toekomstbestendig maken
Azië is de regio met de snelste groei en het hoogste absolute investeringsvolume in infrastructuur tot 2050. De drijvende krachten daarachter zijn een snelle bevolkingsgroei, urbanisatie en het ontstaan van megasteden. Afrika kent de snelste relatieve groei door de noodzaak om basisinfrastructuur (water, energie, transport) uit te breiden. In Europa staat niet grootschalige nieuwbouw centraal, maar is de focus veel meer gericht op modernisering, verduurzamen en toekomstbestendig maken van bestaande infrastructuur.
Kop: “Veel Europese infrastructuur is verouderd en toe aan vervanging of renovatie. De uitdaging is om assets te moderniseren, zodat ze bestand zijn tegen klimaatverandering, digitalisering en geopolitieke onzekerheden. Denk aan de verhoogde uitgaven op het gebied van defensie waar een sterke infrastructurele component aan zit. Maar ook aan de wens om als Europa autonomer te opereren, wat bijvoorbeeld consequenties heeft voor de digitale infrastructuur.”
Enkele opvallende uitkomsten uit de Global Infrastructure Outlook 2025 – 2050
- Een derde van de wereldwijde infrastructuurinvesteringen gaat naar transport
De komende 25 jaar zal de wereld aanzienlijk investeren in transportinfrastructuur. Transport vertegenwoordigt 33% van alle infrastructuuruitgaven in de periode tot 2050. De groei wordt vooral gedreven door de toenemende urbanisatie, met name in megasteden, en de noodzaak om bestaande infrastructuur te vernieuwen en nieuwe assets te bouwen zoals wegen, bruggen, tunnels, spoorwegen, luchthavens, havens en maritieme werken. Ook landen met goed ontwikkelde infrastructuurnetwerken moeten fors investeren. Veiligheid, klimaatbestendigheid en weerbaarheid zullen een grote rol spelen.
- Energie-investeringen nemen fors toe
De wereldwijde investeringen in energie-infrastructuur zullen tussen 2024 en 2050 fors toenemen, met een totale uitgave van $25 biljoen, een groei van bijna 80%. De energietransitie en de behoefte aan betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening zijn de belangrijkste drijfveren achter deze investeringen.
- Op korte termijn is de snelste groei in datacenters
De Global Infrastructure Outlook laat zien dat infrastructuur steeds meer de ruggengraat vormt van economische groei, energietransitie, digitalisering en veiligheid. Voor Nederland ligt de uitdaging niet alleen in het mobiliseren van kapitaal, maar vooral in het maken van samenhangende keuzes die ook op de lange termijn standhouden.
Download de Global Infrastructure Outlook 2025 – 2050







