Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2026 met 0,1% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. In het vierde kwartaal van 2025 was de groei van het bbp 0,4%. De overheidsconsumptie, de investeringen en de verandering in voorraden droegen positief bij aan de groei van het bbp in het eerste kwartaal, maar de uitvoer negatief.
Investeringen en consumptie overheid stijgen het hardst
De investeringen in vaste activa stegen met 0,7% in vergelijking met het vierde kwartaal. Dat komt vooral door meer investeringen in vliegtuigen en machines. De overheidsconsumptie nam met 0,5% toe. De overheid gaf meer uit aan zorg en aan lonen. Huishoudens consumeerden evenveel als in het vierde kwartaal. Ze hebben meer besteed aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen.
De uitvoer van goederen en diensten daalde in het eerste kwartaal van 2026 met 0,6% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. Dat komt doordat de export van goederen met 1,2% daalde. Er werden vooral minder machines en transportmiddelen uitgevoerd. De export van diensten steeg echter met 0,8%. De invoer van goederen en diensten was even groot als een kwartaal eerder. Hierdoor droeg het handelssaldo (uitvoer – invoer) negatief bij aan de groei in het eerste kwartaal van 2026.
| Bestedingen naar categorie (volume) | ||
| 1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) | 4e kwartaal 2025 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) | |
| Bruto binnenlands product | 0,1 | 0,4 |
| Invoer goederen en diensten | 0 | 0,3 |
| Investeringen in vaste activa | 0,7 | 0,3 |
| Consumptie overheid | 0,5 | 0,7 |
| Consumptie huishoudens | 0 | 0,1 |
| Uitvoer goederen en diensten | -0,6 | 1 |
Overheid en zorg en financiële instellingen dragen het meest bij aan groei
De toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) van de financiële instellingen steeg in het eerste kwartaal het sterkst van de bedrijfstakken (2,1%). Hoewel de toegevoegde waarde van de sector overheid en zorg, met 0,6%, minder sterk groeide, droeg deze sector samen met de financiële dienstverlening het meest bij aan de groei. De industrie en de zakelijke dienstverlening droegen het meest negatief bij aan de groei.
| Toegevoegde waarde naar bedrijfstak (volume) | ||
| 1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) | 4e kwartaal 2025 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) | |
| Financiële instellingen | 2,1 | -0,5 |
| Waterbedrijven en afvalbeheer | 1,4 | -0,1 |
| Informatie en communicatie | 1,4 | -0,3 |
| Overheid, onderwijs en zorg | 0,6 | 0,5 |
| Handel, horeca, vervoer en opslag | 0,4 | 0,8 |
| Verhuur en handel onroerend goed | 0,4 | 0,3 |
| Cultuur, sport, recreatie en overige diensten | 0,4 | -0,4 |
| Zakelijke dienstverlening | -0,4 | 0 |
| Energiebedrijven | -0,8 | -0,2 |
| Bouwnijverheid | -0,8 | 1 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | -1,3 | 2,5 |
| Industrie | -1,8 | 0,6 |
| Delfstoffenwinning | -3,6 | -8,8 |
Economie groeit met 0,1 procent in eerste kwartaal 2026
De economie groeide in het eerste kwartaal van 2026 met 1,2% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025. De verandering in voorraden en de consumptie door de overheid droegen het meest bij aan deze groei.
De overheidsconsumptie was 2,7% hoger, de consumptie door huishoudens was 0,6% hoger. De investeringen groeiden met 1,5%. De stijging van de uitvoer was 1,4%, terwijl de invoer, met 2,3%, sterker groeide. Hierdoor droeg het handelssaldo negatief bij aan de jaar-op-jaargroei.Van de bedrijfstakken leverden de overheid en zorg en de sector handel, horeca, vervoer en opslag de grootste bijdragen aan de economische groei ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025.







