Helft jonge werkenden voelt zich weleens eenzaam

Hoewel AI inmiddels breed wordt gebruikt (94%) onder jonge werkenden (18-35 jaar), zoeken zij bij werkproblemen veel vaker steun bij collega’s of leidinggevenden dan bij technologische hulpmiddelen. Dit blijkt uit onderzoek van Nationale-Nederlanden en Stichting Join Us onder ruim duizend jonge werkenden. De uitkomsten onderstrepen dat werkgevers een waardevolle rol kunnen spelen in het versterken van onderlinge verbondenheid en het tegengaan van eenzaamheid op de werkvloer.

Maurice Koopman, CEO Schade & Inkomen bij Nationale-Nederlanden en ambassadeur van het maatschappelijke programma ‘Mentale Gezondheid en Veerkracht’ van NN vertelt: “In aanloop naar de Week tegen Eenzaamheid deden Nationale-Nederlanden en Join Us onderzoek naar verbinding op de werkvloer. We wilden beter begrijpen hoe werk kan bijdragen aan de sociale en mentale gezondheid van jonge werkenden en wat zij daarin nodig hebben.”

Koopman ziet in de resultaten een duidelijke oproep aan werkgevers: “De cijfers laten zien dat jonge werkenden behoefte hebben aan echte verbinding. Technologie biedt veel mogelijkheden, maar vervangt menselijk contact niet. Juist in een hybride werkomgeving, waar veel wordt thuisgewerkt, is bewust naar elkaar omkijken essentieel.”

 

Werkvloer belangrijke plek voor verbinding
Het onderzoek laat zien dat ongeveer driekwart (76%) van de jonge werkenden zich verbonden voelt met collega’s. Tegelijkertijd zegt 41% nu minder sociale contacten te hebben dan tijdens de studie- of schooltijd. Bijna de helft van de ondervraagden (49%) voelt zich in het dagelijks leven nooit of zelden eenzaam. 38% voelt zich soms eenzaam en 12% regelmatig of vaak. Vooral vrouwen geven vaker aan soms eenzaam te zijn: 44% van de vrouwen tegenover 30% van de mannen. De cijfers laten zien dat eenzaamheid niet voor alle jonge werkenden speelt, maar er wel degelijk een groep is die extra baat kan hebben bij meer contact en steun in de werkomgeving.

 

Jolanda van Gerwe, directeur-bestuurder van Stichting Join Us, licht toe: “Sociaal contact vergroot de zelfverzekerdheid, zeker bij jongeren die na – of al deels tijdens – hun studie moeten wennen aan een nieuwe omgeving. Werkgevers kunnen veel betekenen door ontmoeting niet aan het toeval over te laten, maar bewust ruimte te maken voor contact, samenwerking en sociale steun.”

 

Liever sociale activiteiten dan technologie
Gevraagd naar maatregelen die kunnen helpen om meer verbondenheid te voelen op het werk, noemen jonge werkenden vooral menselijke en concrete oplossingen. 45% wil meer gezamenlijke activiteiten, 29% meer contact met collega’s, 20% coaching en 19% meer flexibiliteit. Slechts 2% noemt meer toegang tot technologische hulpmiddelen zoals AI.

 

Van Gerwe: “Het werk is voor veel jonge mensen een belangrijke plek om nieuwe contacten op te bouwen en bestaande verbindingen te versterken. Er is echt behoefte om elkaar te ontmoeten. Werkgevers kunnen daarin een belangrijke rol spelen door ontmoeting en samenwerking actief te faciliteren. Denk aan laagdrempelige momenten waarop collega’s elkaar leren kennen, ruimte voor gesprek en aandacht voor jonge medewerkers die hun plek nog moeten vinden.”

 

AI vooral aanvullend hulpmiddel
AI maakt inmiddels deel uit van het dagelijks leven van jonge werkenden: slechts 6% zegt AI nooit te gebruiken. Ze gebruiken AI onder meer voor advies over werk of carrière (48%) en om gedachten te ordenen (27%). Toch is AI voor de meeste jonge werkenden geen vervanging voor menselijk contact. Bij persoonlijke problemen noemen zij vooral partner (59%), vrienden (53%) en familie (50%) als steunbronnen; bij problemen op het werk vooral collega’s (55%) en leidinggevenden (33%). Minder dan een op de tien (9%) noemt AI als hulpbron bij problemen op het werk of in de privésfeer.

 

Koopman: “AI kan helpen om informatie te vinden en gedachten te ordenen, maar technologie vervangt niet wat mensen voor elkaar betekenen. Juist het contact met collega’s, het gevoel erbij te horen en oprechte aandacht, maken het verschil. Het bepaalt niet alleen hoe mensen hun werk ervaren, maar vaak ook of zij voor een organisatie willen blijven werken. Voor werkgevers ligt daar een duidelijke verantwoordelijkheid: een werkomgeving creëren waarin medewerkers zich gezien voelen, makkelijk contact maken en weten bij wie ze terechtkunnen. Binnen NN stimuleren we dit onder andere via NNYP, ons netwerk voor young professionals, waar nieuwe collega’s op een laagdrempelige manier contacten kunnen opbouwen.”

 

 

 

 

Knab-peiling: 71% zzp-ers  verwacht minder over te houden als  Prinsjesdagplannen doorgaan

Zzp’ers zijn uitgesproken kritisch over het kabinet. In een peiling van Knab onder ruim 1.000 zelfstandig ondernemers zonder personeel krijgt het kabinet gemiddeld een 3,2. Van de deelnemers geeft 82% een onvoldoende. Naast zorgen over wat zij financieel overhouden, klinkt in hun antwoorden een duidelijke vraag om voorspelbare en praktisch uitvoerbare regels. Als de Prinsjesdagplannen doorgaan, verwacht 71% minder over te houden aan het werk. Daarnaast verwacht 61% minder zekerheid over de regels voor zelfstandig ondernemen. Ruim een derde (37%) rekent op minder opdrachten.

“Wat we in de antwoorden terugzien, is een duidelijke behoefte aan houvast”, zegt Casper Zwart, onderzoeker bij Knab. “Deelnemers maken zich zorgen over wat ze overhouden, maar vertellen ook dat onduidelijke en veranderende regels het lastig maken om opdrachten aan te nemen en plannen te maken voor hun bedrijf. De boodschap die daaruit naar voren komt: geef ons regels waarop we kunnen rekenen en ruimte om te blijven ondernemen.”

Inkomen grootste aandachtspunt

Belasting over ondernemersinkomen staat bovenaan de lijst met onderwerpen die volgens deelnemers aandacht van het kabinet verdienen. Bijna twee derde (64%) noemt dit als prioriteit. Duidelijkheid over werken als zzp’er volgt met 51%.

De financiële verwachtingen zijn overwegend negatief. Van de deelnemers verwacht 38% veel minder over te houden als de plannen doorgaan en 33% iets minder. Daartegenover verwacht 13% ongeveer evenveel over te houden en 2% juist meer.

In de toelichtingen beschrijven ondernemers hoe lastig het kan zijn om hogere kosten door te berekenen. Klanten moeten een hoger tarief ook kunnen betalen. Daarnaast noemen deelnemers de ruimte die zij nodig hebben om een buffer op te bouwen, te investeren en geld voor hun pensioen opzij te zetten.

Onzekerheid over opdrachten en regels

Naast hun inkomen maken deelnemers zich zorgen over de mogelijkheden om zelfstandig te blijven werken. In de open antwoorden noemen zij opdrachtgevers die terughoudend zijn vanwege onduidelijkheid over de regels rond de inzet van zzp’ers. Een bouwinspecteur en toezichthouder verwoordt de behoefte aan werkbare regels als volgt: “Zorg dat de regels rond zzp-werk en de Wet DBA praktisch uitvoerbaar zijn, zodat opdrachtgevers niet uit onzekerheid afhaken.”

Over het toekomstige aantal opdrachten lopen de verwachtingen uiteen. Als de plannen doorgaan, verwacht 37% minder opdrachten, 58% geen verandering en 5% meer opdrachten.

Ook ondernemersplezier onder druk

De zorgen raken ook aan de manier waarop deelnemers hun ondernemerschap beleven. Bij doorgang van de plannen verwacht 59% minder plezier in het ondernemen. Daarnaast voorziet 54% minder mogelijkheden om het bedrijf te ontwikkelen en verwacht 49% minder motivatie om als ondernemer door te gaan.

In de toelichtingen klinkt naast frustratie ook betrokkenheid bij het eigen vak. Deelnemers vertellen dat zij hun werk graag doen, maar dat administratie, veranderende regels en financiële onzekerheid aandacht opeisen. Hun reacties bevatten daarmee niet alleen kritiek, maar ook een concrete wens: meer houvast om met vertrouwen verder te ondernemen.

 

 

 

NRVT benoemt Irene Flotman tot nieuwe directeur

 

 Irene Flotman wordt per 1 december 2026 directeur van het Nederlands Register van Vastgoed Taxateurs (NRVT). Zij volgt daarmee Martin van Musscher op die deze rol tijdelijk vervulde en verantwoordelijk blijft voor een aantal strategische dossiers.

Naast haar ruime bestuurlijke en leidinggevende ervaring binnen de vastgoedsector, brengt Flotman brede kennis mee op het gebied van strategie, organisatieontwikkeling, duurzaamheid en innovatie. Ze gaat leidinggeven aan de doorontwikkeling van NRVT om het toezicht te verstevigen en daarmee de kwaliteit van taxaties te waarborgen.

Flotman was van 2010 tot en met 2025 Managing Director bij CBRE Advisory Nederland. Daarvoor vervulde zij onder meer directiefuncties bij CB Richard Ellis en Rietmeijer Huisvestingsadviseurs. Gedurende haar loopbaan richt zij zich op het bouwen en professionaliseren van organisaties, het ontwikkelen van teams en het verbinden van mensen en perspectieven. Ook heeft zij ruime ervaring met ESG, verandermanagement en business development.

 

Mario Cosman, voorzitter van het bestuur van NRVT: “Met Flotman halen we de gewenste ervaren directeur in huis die de vastgoedsector goed kent en weet hoe je de sector in beweging houdt. Haar brede interesse en verbindende leiderschapsstijl passen goed bij de ontwikkeling die NRVT nu doormaakt en de stappen die we zetten op het gebied van data, digitalisering, duurzaamheid en AI in het toezicht. Met haar benoeming gaan we met vertrouwen een volgende fase in, waarin we samen met de sector blijven werken aan de kwaliteit, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van vastgoedtaxaties.”