De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het Vuurwerkbesluit en adviseert de regering dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast. De Afdeling heeft op 27 mei 2026 het advies vastgesteld over het ontwerpbesluit om het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen te wijzigen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling). Het advies is op 1 juni 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Vuurwerkverbod
Met ingang van de jaarwisseling 2026-2027 geldt een vuurwerkverbod voor particulieren. Dit is geregeld in de Wet veilige jaarwisseling. Deze wet bevat een bepaling waardoor een uitzondering op het verbod mogelijk is. De burgemeester kan namelijk een ontheffing verlenen aan een groep burgers die zich hebben georganiseerd in een vereniging of stichting. Dit advies gaat over het ontwerpbesluit waarmee de regering regels stelt voor deze ontheffingsmogelijkheid.
Inhoud ontwerpbesluit
Het ontwerpbesluit bevat regels voor de aanvrager van de ontheffing, de plaats waar het vuurwerk mag worden afgestoken, de personen die het afsteken (deze moeten minimaal 18 jaar zijn) en de afsteektijden. Houders van een ontheffing mogen maximaal 200 kg vuurwerk kopen. De regering wil zoveel mogelijk ruimte bieden aan gemeenten om het vuurwerk te organiseren en vertrouwen geven aan verenigingen en stichtingen die een ontheffing aanvragen. Dit betekent dat in het ontwerpbesluit weinig regels worden gesteld.
Laagdrempelige toegang
De Afdeling advisering van de Raad van State plaatst vraagtekens bij de keuze van de regering voor een laagdrempelige toegang tot ontheffingen. ”Dit staat op gespannen voet met het centrale doel van de wet, te weten een veilige jaarwisseling door het instellen van een algemeen vuurwerkverbod. Het zorgt daarnaast voor complicaties bij de uitvoering en de handhaving. Om tot een betere balans te komen en de veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat het ontwerpbesluit heldere kaders stelt en dat adequaat wordt gehandhaafd.”
Heldere veiligheidsnormen
In haar reactie stelt de Raad van State: “Het ontwerpbesluit stelt geen minimale veiligheidsafstand tussen de plaats waar het vuurwerk wordt afgestoken en het publiek. Dit wordt overgelaten aan de burgemeester. Om minimale veiligheidsafstanden te bepalen is het echter noodzakelijk de veiligheidsrisico’s in te schatten die zijn verbonden aan het af te steken vuurwerk. Daardoor ligt het in de rede om dit wel te regelen in het ontwerpbesluit. Heldere landelijke regels geven ook houvast aan de burgemeester. Daarom adviseert de Afdeling om wel minimale veiligheidsafstanden op te nemen in het ontwerpbesluit.”
Lokale binding
De afdeling vervolgt: “Er is niet voorgeschreven dat een aanvrager een binding moet hebben met de gemeente waar de aanvraag wordt gedaan. Ook dit staat op gespannen voet met de wet omdat in de toelichting op die wet staat dat de uitzondering is bedoeld voor dorps- en buurtverenigingen en dus uitgaat van een lokale binding. Op de manier zoals het in het ontwerpbesluit wordt geregeld, kunnen landelijke verenigingen overal ontheffingen aanvragen en op grotere schaal vuurwerk aankopen. Ook kunnen verenigingen aanvragen doen in meerdere gemeenten als in hun eigen gemeente eisen gelden waar ze niet aan kunnen voldoen of als daar helemaal geen ontheffingen worden verleend. Dit ondergraaft de bedoeling van de wetgever. De Afdeling adviseert de regering daarom de eis van lokale binding in het ontwerpbesluit op te nemen.”
Handhaving
“Handhaving van de ontheffingen is een taak van de gemeenten, die daarvoor in beginsel buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) inzetten. Maar deze boa’s zijn volgens de gemeenten rond de jaarwisseling niet of nauwelijks op straat vanwege de gevaarlijke situatie. De toelichting bij het ontwerpbesluit geeft geen inzicht in de vraag hoe de handhaving dan wordt geregeld. De afwezigheid van toezicht kan voor minder naleving en potentieel meer gevaar zorgen, wat de vraag oproept of het dan wel verantwoord is om ontheffingen te verlenen”, aldus de afdeling, die de regering adviseert om in de toelichting in te gaan op de vraag hoe het ontwerpbesluit adequaat wordt gehandhaafd.
.








