Van alle verkeersdoden in Nederland is 36% een fietser. Bij ernstig verkeersgewonden is dit aandeel nog veel hoger: 70%. Bijna de helft van deze fietsers is 70 jaar of ouder. De verkeersveiligheid van oudere fietsers is om die reden een belangrijk onderwerp in het Meerjarenplan Fietsveiligheid 2025-2029 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Er is echter weinig bekend over de effecten van veroudering op het veilig fietsen. Mede daarom is SWOV in 2025 gestart met het meerjarenproject Oudere Fietsers. Met als doel om kennis te vergaren waarmee ouderen langer, veiliger en comfortabeler kunnen blijven fietsen
Wat vraagt fietsen van ouderen – en wat kunnen zij (nog)? Hoe beïnvloedt het ouder worden de kans op fietsongevallen en -letsel? Met het rapport Een leven lang trappen presenteert SWOV het eerste deel van een driedelig onderzoek naar de verkeersveiligheid van oudere fietsers. In dit meerjarig onderzoek brengt SWOV in kaart welke risico’s oudere fietsers lopen, welke factoren daarbij een rol spelen en hoe we ouderen zo lang mogelijk veilig kunnen laten fietsen.
Fietstaak versus fietsbekwaamheid
In dit eerste (literatuur)onderzoek is uitgebreid gekeken naar waar de fietstaak feitelijk uit bestaat. Het gaat dan om alle handelingen en beslissingen die nodig zijn om veilig te kunnen fietsen, zoals balans houden, snelheid aanpassen, omkijken, het verkeer overzien en keuzes maken op kruispunten.
Vervolgens heeft SWOV gekeken welke aspecten van het verouderingsproces invloed kunnen hebben op de fietstaak, maar ook op de fietsbekwaamheid, die gaat over wat de fietser daadwerkelijk kán. “Door veroudering kan die bekwaamheid geleidelijk afnemen. Dat kan komen door fysieke veranderingen, zoals minder kracht, flexibiliteit of balans, maar ook door mentale en cognitieve veranderingen, zoals een tragere reactiesnelheid, verminderde aandacht of moeite met het verwerken van complexe verkeerssituaties. Naarmate het verschil tussen wat het fietsen vraagt en wat iemand aankan groter wordt, neemt de taakzwaarte zoals de fietser die ervaart, toe – en daarmee mogelijk ook het ongevalsrisico.”
Literatuur
In het SWOV-onderzoek is gekeken welke aspecten van normale veroudering – motorisch, sensorisch én cognitief – van invloed kunnen zijn op het uitvoeren van de fietstaak. Ook is gekeken naar veelvoorkomende ouderdomsaandoeningen en het gebruik van geneesmiddelen, omdat deze functies kunnen beïnvloeden die cruciaal zijn voor veilig fietsen.
De studie laat zien dat vooral bij complexe situaties, zoals kruispunten of onverwachte gebeurtenissen, meerdere beperkingen tegelijk een rol kunnen spelen. Tegelijkertijd is er nog weinig direct onderzoek dat deze beperkingen koppelt aan daadwerkelijk ongevalsrisico bij fietsers.
Vervolg: van kennis naar oplossingen
Het rapport vormt het startpunt van een breder onderzoeksprogramma. In fase twee gaat SWOV de gevonden inzichten verdiepen. Dat gebeurt onder meer door de resultaten uit de literatuur te toetsen aan ongevalsdata en – waar mogelijk – te koppelen aan gezondheids- en leefstijlgegevens. Zo wil SWOV beter vaststellen welke leeftijdgerelateerde beperkingen daadwerkelijk samenhangen met een verhoogd ongevalsrisico.
In fase drie richt het onderzoek zich op welke maatregelen ouderen kunnen helpen om langer veilig te blijven fietsen. Dat kan gaan om aanpassingen aan de fiets of infrastructuur, ondersteunende technologie of andere interventies die aansluiten bij de specifieke risico’
Meer info: https://swov.nl/nl/publicatie/een-leven-lang-trappen











