De producenten in de industrie waren in augustus negatief. Hun vertrouwen ging van 0,1 in juli naar -2,2 in augustus, aldus het CBS. Voor het eerst na 2020 hadden negatieve producenten de overhand op positieve producenten. Fabrikanten waren vooral negatiever over de verwachte bedrijvigheid in de komende drie maanden.
Het producentenvertrouwen lag in augustus onder het gemiddelde van de afgelopen 20 jaar van 1,4. Het vertrouwen bereikte in november 2021 de hoogste waarde (12,7). In april 2020 werd de laagste waarde (-28,7) genoteerd.
Vooral verwachte bedrijvigheid verslechtert
Fabrikanten waren in augustus vooral negatiever over de verwachte productie in de komende drie maanden. Ook waren ze minder positief over hun orderportefeuille en negatiever over de voorraden gereed product.
Twee deelindicatoren van het producentenvertrouwen waren negatief. Het aantal producenten dat verwacht dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen was kleiner dan het aantal dat een afname van de productie voorziet. Het aantal producenten dat de voorraad eindproduct als klein beschouwt, was kleiner dan het aantal dat de voorraden groot vindt.Een deelindicator was positief. Het aantal producenten dat de orderpositie groot acht had de overhand op het aantal dat de orderportefeuille klein vindt, gelet op de tijd van het jaar.
Producentenvertrouwen daalt in bijna alle industriële bedrijfsklassen
In bijna alle branches in de industrie verslechterde het producentenvertrouwen in augustus. Net als in de voorgaande maanden waren de fabrikanten in de elektrotechnische en machine-industrie het meest positief. Producenten in de hout- en bouwmaterialenindustrie waren opnieuw het meest negatief.
Ongeveer drie weken geleden meldde het CBS dat de gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie in juni 7,7 procent lager was dan in juni 2022. Ook in de voorgaande maanden van 2023 kromp de productie op jaarbasis.
Afzetprijzen industrie bijna 8 procent lager in juli
De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in juli gemiddeld 7,7% lager dan in juli 2022, meldt het CBS. Een maand eerder was de prijsdaling 7,2%.De in- en uitvoerprijzen van de industrie zijn als inflatie-indicatoren opgenomen in het prijzendashboard.
De ontwikkeling van de afzetprijzen in de industrie hangt sterk samen met de prijsontwikkeling van ruwe aardolie. In juli kostte een vat ruwe North Sea Brent ruim 72 euro. Dat was 29% minder dan een jaar eerder. In juni 2023 kostte een vat ruwe North Sea Brent olie circa 69 euro, ruim 37% minder dan een jaar eerder
Producten van de aardolie-industrie waren in juli 28,3% goedkoper dan in juli 2022. In juni lagen de prijzen 36,0% lager dan een jaar eerder. Ook in de chemische industrie hangt de afzetprijs over het algemeen samen met de olieprijs. De afzetprijzen van de chemische industrie waren in juli 22,9% lager dan een jaar eerder. In juni lagen de prijzen 19,1% lager dan in juni 2022.
De afzetprijzen van de industrie zijn in juli ten opzichte van juni met 0,4% gedaald. De prijzen op de buitenlandse markt daalden met 0,1%, de prijzen op de binnenlandse markt daalden met 0,8%.










