Overslag in haven van Rotterdam laat lichte daling zien

 

De overslag in de haven van Rotterdam is in 2025 gedaald met 1,7%. De totale overslag kwam daarmee uit op 428,4 miljoen ton. De grootste daling, van 6,5%, vond plaats in het segment droge bulk. In het natte bulksegment was sprake van een daling van 1,5%. De overslag van containers liet een groei zien van 3,1% in TEU en kwam uit op 14,2 miljoen TEU. In tonnage nam de containeroverslag af met 0,2%.

In het tweede halfjaar waren tekenen van herstel te zien in alle segmenten. De zorgen rondom de achterblijvende investeringen in de industrie door het bedrijfsleven blijven onverminderd groot. In de afgelopen twaalf maanden heeft een aantal chemische bedrijven aangegeven hun fabrieken in Rotterdam te sluiten, ook werden investeringen in nieuwe en lopende projecten gestopt – voornamelijk in hernieuwbare brandstoffen. De maatregelen die het kabinet in 2025 heeft genomen zijn positief, maar onvoldoende om het Nederlandse speelveld gelijk te trekken met het Europese speelveld. Daarnaast blijft de concurrentie uit landen als China merkbaar. De financiële resultaten van het Havenbedrijf bleven stabiel. De investeringen van het Havenbedrijf bedroegen 291,4 miljoen euro.

Goederenoverslag in de haven van Rotterdam in 2025 (.pdf)

Boudewijn Siemons, CEO Havenbedrijf Rotterdam: “We kijken terug op een uitdagend jaar, waarin chemische en logistieke bedrijven in onze haven onder grote druk stonden en de Europese industrie werd geraakt door toenemende mondiale concurrentie. Dit alles speelde zich af tegen de achtergrond van verder oplopende geopolitieke spanningen. Juist onder zulke omstandigheden blijft een goed functionerende haven van essentieel belang voor de welvaart, economische ontwikkeling en strategische relevantie van Nederland en Europa. Blijvende focus op weerbaarheid, wendbaarheid en intensieve samenwerking op nationaal en Europees niveau zijn daarbij cruciaal – zowel voor de logistieke keten als voor de industrie.”

Verduurzaming haven en industrie

Hoewel Havenbedrijf Rotterdam streeft naar 55% CO2-reductie in 2030, wordt het – net als landelijk – steeds onwaarschijnlijker dat dit doel in het haven- en industriecomplex behaald wordt. Het Havenbedrijf blijft daarom samenwerken met bedrijven om de reductie te versnellen en spant zich tot het uiterste in om hen te stimuleren en te ondersteunen. In 2025 werd gestart en doorgebouwd aan een groot aantal verduurzamingsprojecten. Air Liquide is begonnen met de bouw van een fabriek voor de productie van groene waterstof. De waterstoffabriek krijgt een capaciteit van 200 MW en staat gepland om eind 2027 operationeel te zijn. De fabriek van Air Liquide wordt de tweede elektrolyser op de Maasvlakte. De elektrolyser van Shell, Holland Hydrogen I, zal eind 2026 in gebruik worden genomen. De bouw van het CCS-project Porthos is inmiddels in de laatste fase. De installatie van de 20 kilometer lange offshore-pijpleiding is afgerond. Porthos zal naar verwachting eind 2026 operationeel zijn. Ook de aanleg van het waterstofnetwerk vordert gestaag. Het laatste deel van de 32 kilometer lange waterstofleiding is aan elkaar gelast. De laatste fase bestaat uit de voorbereidingen voor de ingebruikname. Het netwerk zal uiteindelijk de grote industriële regio’s in Nederland, Duitsland en België met elkaar verbinden.

Stad en haven

Eind 2025 publiceerden de gemeente Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam de Havenvisie 2050. De visie, opgesteld in samenwerking met het Rijk, Deltalinqs en de provincie Zuid-Holland, schetst een Rotterdamse haven die in 2050 de meest concurrerende, duurzame en weerbare van Europa is. Een haven die veilig, innovatief en van grote waarde is voor economie, strategische autonomie en leefomgeving. Om dit te realiseren zijn de komende jaren intensieve publiek-private samenwerking en een sterk investeringsklimaat cruciaal.

Sinds 2021 stelt het Havenbedrijf jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar voor projecten die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in de directe omgeving van het havengebied. Vanwege de brede waardering is het Havenomgevingsfonds verlengd tot en met 2030 en wordt de jaarlijkse bijdrage verhoogd naar 1,5 miljoen euro.

Ook het gebruik van walstroom heeft positieve invloed op de kwaliteit van de leefomgeving, natuur en milieu. Gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf hebben in 2025 een nieuwe strategie opgesteld voor de uitbreiding van walstroom in de haven in de periode tot 2035.

Om het grote publiek op een interactieve manier kennis te laten maken met de haven, heeft het Havenbedrijf geïnvesteerd in havenervaringscentrum Portlantis. Portlantis is in maart geopend en ontving sindsdien veel bezoekers, waaronder meer dan 13.000 schoolkinderen, die grotendeels uit de regio Rotterdam kwamen. Via een samenwerking met het Jeugdeducatiefonds wil het Havenbedrijf de ontwikkelingskansen vergroten van kinderen in Rotterdam-Zuid die opgroeien in armoede. In 2025 heeft het Havenbedrijf 15.000 keer een kind kunnen helpen door leerlingen van basisscholen te ondersteunen met bijvoorbeeld educatieve materialen, culturele en sportieve activiteiten, laptops en fietsen.

Veiligheid en weerbaarheid

De haven van Rotterdam speelt een belangrijke rol als logistieke draaischijf van Europa. Als gevolg van de veranderde veiligheidssituatie in de wereld kan defensielogistiek een grotere rol gaan spelen in de haven. Voor de haven van Rotterdam betekent dit dat er op de Maasvlakte een terrein van 15 hectare is gereserveerd voor een terminal als onderdeel van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Verder kunnen er op de stranden van de Maasvlakte amfibische oefeningen plaatsvinden.

In tijden van oplopende geopolitieke spanningen worden cyberaanvallen en drones steeds vaker ingezet voor ongewenste en ontregelende activiteiten, zoals sabotage, spionage of smokkel. De digitale dreiging blijft onverminderd groot en het Havenbedrijf werkt daarom structureel samen met de Nederlandse zeehavens van nationaal belang om de weerbaarheid van cruciale digitale processen te versterken. Ook meldingen van onbekende drones boven kritieke infrastructuur in Europa en Nederland leiden tot verhoogde alertheid in het havenindustrieel complex. Een zorgvuldige inrichting van het lage luchtruim is hier een belangrijk onderdeel van. In 2025 zijn hiervoor belangrijke stappen gezet. In 2026 start de eerste fase van de ontwikkeling naar een volledig U‑Space‑luchtruim, waarin dronevluchten uitsluitend zijn toegestaan onder duidelijke regels en met digitale ondersteuning. Naast deze regulering investeert het Havenbedrijf in technologie om ongewenste drones tijdig te detecteren.

Investeringen en financiën 

Havenbedrijf Rotterdam heeft een stabiel financieel jaar achter de rug. De opbrengsten van het Havenbedrijf zijn met 6,6% gestegen, tot 940,4 miljoen euro. De toename van de contractopbrengsten met 4,5% is met name het gevolg van indexatie en een saldo van verschillende nieuwe en aflopende contracten. De havengelden zijn in 2025 gestegen met 7,9%. Dit is voornamelijk het gevolg van indexatie en een gewijzigde tariefstructuur en kortingen.

De operationele lasten zijn met 38,3 miljoen euro gestegen. Dit komt met name door een stijging van 13,6 miljoen euro aan personeelskosten en 15,6 miljoen euro aan exploitatielasten. De personeelskosten zijn gestegen vanwege de laatste cao-wijzigingen. De exploitatielasten stegen deels doordat in 2025 het IT‑activeringsbeleid is aangepast. Dit zorgt voor een stijging van de exploitatielasten en een daling in de investeringen. Daarnaast zijn de prijzen van veel contracten met leveranciers hoger door indexatie.

Het resultaat voor rente, belasting en afschrijvingen of waardeverminderingen (EBITDA) is gestegen met 3,6% tot 583,6 miljoen euro. Dit bedrag is de graadmeter voor de capaciteit van het Havenbedrijf om via de eigen balans in de ontwikkeling van het havenindustrieel complex te kunnen blijven investeren.

Het nettoresultaat is gedaald met 7,8 miljoen euro tot 266,0 miljoen euro door hogere afschrijvingen en een eenmalige waardevermindering van 13 miljoen euro, die betrekking heeft op klant specifieke assets.

Het Havenbedrijf investeerde in 2025 een bedrag van 291,4 miljoen euro. Dat is 9% minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Dit komt deels door een aanpassing in de verwerking van automatiseringskosten en een eenmalige verwerving van stikstofrechten in 2024.

Door nieuwe dividendafspraken tussen het Havenbedrijf en haar aandeelhouders bedraagt de dividenduitkering in 2025 186,2 miljoen euro. Deze uitkering bedraagt 70% van het nettoresultaat. Het Havenbedrijf en de aandeelhouders hebben afgesproken dat de dividendcapaciteit afhankelijk is van de voorziene investeringen en de financiële positie van het Havenbedrijf.

Overslag

Droog massagoed

De overslag van droog massagoed is met 6,5% gedaald in 2025. De overslag van ijzererts en schroot daalde met 11,5%. Vooral ijzerertsvolumes vielen fors terug doordat de concurrentiepositie van de Europese staalindustrie nog steeds onder druk staat door hoge energie- en CO2‑prijzen en goedkope import. De overslag van kolen daalde met 8,7% tot 17,3 Mton. Deze daling valt toe te schrijven aan een sterke daling in de vraag naar cokeskolen door de zwakke positie van de Europese staalproductie. De doorvoer van energiekolen steeg in het eerste halfjaar door weinig wind en hoge elektriciteitsvraag. Kolencentrales in Nederland en Duitsland draaiden daardoor meer uren. In de tweede helft van het jaar werden er minder kolen gebruikt voor elektriciteitsproductie, door hogere opbrengsten uit hernieuwbare energiebronnen en dalende gasprijzen. De overslag van agribulk nam toe met 6,3%. Vooral in de eerste helft van 2025 waren de volumes sterk. Deze groei hangt samen met de ingebruikname van een nieuwe droge bulkterminal in Rotterdam. De overslag van overig droog massagoed daalde licht met 1,6% naar 12 miljoen ton. Vooral in het eerste halfjaar stond de industriële productie onder druk, waardoor de vraag naar grondstoffen afnam. In de tweede helft van het jaar was sprake van een lichte opleving.

Nat massagoed

De overslag van nat massagoed liet een lichte daling van 1,5% zien. De overslag van ruwe olie nam toe met 3,4% naar 101,2 miljoen ton. De raffinagemarges in Noordwest-Europa namen toe gedurende het jaar, wat heeft geleid tot meer aanvoer van ruwe olie. De overslag van minerale olieproducten daalde met 12,6%. Na een slecht eerste halfjaar nam de overslag toe in het tweede halfjaar, vooral in het laatste kwartaal. Olieproducten waren meestal in backwardation en arbitrages waren weinig open.

De overslag van LNG nam toe met 15,1% tot 13,0 miljoen ton. De voornaamste reden was dat de gasvoorraden in Europa meer moesten worden aangevuld dan in 2024.

De overslag van overig nat massagoed daalde met 1,1 miljoen ton naar 34,3 miljoen ton (-3,1%). Dit komt vooral door een flinke daling in de overslag van chemische producten, waaronder methanol. Zowel de overslag van ethanol als die van SAF stegen. Ook de overslag van biodiesel liet in de tweede helft van het jaar herstel zien.

Containers en breakbulk

De overslag van containers is 3,1% in TEU toegenomen tot 14,2 miljoen TEU. In tonnage is de overslag 0,2% afgenomen. De overslag fluctueerde als gevolg van slechte weersomstandigheden en stakingen aan het begin en einde van het jaar.

De groei in TEU is te verklaren door de groei van importvolumes uit Azië met 9,3%. In de tweede helft van het jaar steeg de import harder dan in de eerste helft. Meer importcontainers, lagere exportvolumes door de verslechterde Europese concurrentiepositie en de daling van transhipment hebben geleid tot meer overslag van lege containers. Ook de overslag van en naar Noord-Amerika nam verder toe in de tweede helft van het jaar en kwam uit op een groei van 13,6%. Wijzigingen in de alliantiestructuur van rederijen hebben geleid tot een toename van het aantal diensten. Door de drukte in de afhandeling van containers aan de kades is veel transhipment-volume uitgeweken naar andere havens. Dit segment laat een daling zien van 15,9% in TEU. Shortsea-volumes zijn stabiel gebleven.

De RoRo-overslag nam toe met 0,9% naar 25,6 miljoen ton. De volumes van en naar het Verenigd Koninkrijk groeien beperkt door de lage economische groei in deze belangrijke markt. Overig stukgoed nam toe met 4,6% tot 6,1 miljoen ton. De stijging van de overslag komt door meer overslag van staalproducten, de uitlevering van offshore wind-fundaties, stalen leidingbuizen voor het Porthos-project en een toename van aluminium, wat door importheffingen in de Verenigde Staten meer wordt verkocht aan bedrijven in Europa.

Havenbedrijf pleit voor consistent, langjarig beleid om investeringsklimaat te stimuleren

Afgelopen jaren is samen met overheden, netbeheerders en bedrijven hard gewerkt aan het verbeteren van het speelveld voor de Nederlandse industrie ten opzichte van omringende landen. Er zijn eerste stappen gezet: de plastic-heffing is geschrapt, de regeling Indirecte Kostencompensatie ETS (IKC ETS) is hersteld, de Nederlandse CO2‑heffing boven op het Europese ETS werd opgeschort en er viel een besluit over de correctiefactor voor hernieuwbare waterstof in raffinaderijen.Grote knelpunten zoals stikstofproblematiek, netcongestie, hoge energiekosten en hogere nettarieven ten opzichte van buurlanden zijn echter gebleven.

Het nieuwe coalitieakkoord laat zien dat de coalitiepartijen deze urgente kwesties, die essentieel zijn voor de concurrentiepositie, het toekomstig verdienvermogen en de strategische relevantie van Nederland, willen aanpakken. Havenbedrijf Rotterdam werkt graag zo snel mogelijk met het nieuwe kabinet aan de concrete uitwerking en uitvoering van de benodigde maatregelen. Bijvoorbeeld aan de door de coalitiepartijen gekozen inzet op maatwerk voor clusters voor de verduurzaming van de industrie.

Nederland is gebaat bij investeringen in de toekomst en bij consistent, langjarig beleid dat bedrijven stimuleert te investeren in verduurzaming. Dit is cruciaal voor een gezonde economie en daarmee voor welvaart en weerbaarheid van Nederland. Het Havenbedrijf zal zich, naast zijn eigen investeringen in de Rotterdamse haven, blijven inzetten voor de beschikbaarheid van voldoende middelen voor strategisch industriebeleid en infrastructuur, zoals vernieuwing en onderhoud van wegen, spoor- en vaarwegen.