In januari 2022 waren de ondernemers in de industrie minder optimistisch. Het vertrouwen ging van 10,2 in december naar 9,0 in januari, aldus het CBS. Het producentenvertrouwen lag echter ook in januari ruim boven het langjarig gemiddelde.Het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar is 0,8. Het vertrouwen van de ondernemers bereikte in november 2021 de hoogste waarde (12,7) en in april 2020 de laagste waarde (-28,7).
De ondernemers in de industrie oordeelden in januari vooral minder positief over de verwachte bedrijvigheid en de orderpositie. Over hun voorraden gereed product waren zij iets minder negatief. Twee van de drie deelindicatoren van het producentenvertrouwen zijn positief. Het aantal ondernemers dat verwacht dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen is groter dan het aantal ondernemers dat een afname van de productie voorziet. Enkele cijfers:
- Het aantal ondernemers dat de orderpositie groot acht heeft de overhand op het aantal ondernemers dat de orderportefeuille te klein vindt, gelet op de tijd van het jaar.Het oordeel over de voorraden gereed product is neutraal. Het aantal ondernemers dat de voorraad eindproduct als te groot beschouwt is even groot als het aantal dat de voorraden te klein vindt;
- In meer dan de helft van de branches in de industrie nam het vertrouwen af. Het sterkst daalde het vertrouwen in de papier- en grafische industrie. Het vertrouwen in de transportmiddelenindustrie verbeterde daarentegen een stuk. De ondernemers in de hout- en bouwmaterialenindustrie waren in januari het meest positief;
- De benutting van machines en installaties in de industrie kwam bij aanvang van het eerste kwartaal van 2022 uit op 83,6%. Hiermee lag de bezettingsgraad iets lager dan een kwartaal eerder, toen de bezettingsgraad op 83,8 procent lag. De bezettingsgraad lag daarentegen wel 3,6 procentpunt hoger dan begin januari 2021.
- De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in november 10,6% hoger dan in november 2020. Een maand eerder kwam de groei uit op 9,9%.
Duitsland is een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. Het Duitse producentenvertrouwen (volgens de IFO-index) nam in januari toe. Ondernemers waren optimistischer over de huidige bedrijvigheid en ook over de verwachte bedrijvigheid. In Duitsland nam de bezettingsgraad toe, van 84,9 naar 85,6%. De gemiddelde dagproductie van de Duitse industrie kromp volgens Destatis in november met 2,4% in vergelijking met een jaar eerder. Ten opzichte van november 2019 lag de productie 5,9% lager.
Afzetprijzen industrie 19,5% hoger
De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in december gemiddeld 19,5% hoger dan in december 2020, meldt het CBS. Een maand eerder waren de producten van de industrie 21% duurder dan een jaar eerder.De in- en uitvoerprijzen van de industrie zijn als inflatie-indicatoren opgenomen in het prijzendashboard.
De ontwikkeling van de afzetprijzen in de industrie hangt sterk samen met de prijsontwikkeling van ruwe aardolie. In december 2021 kostte een vat ruwe North Sea Brent olie bijna 66 euro, ruim 59% meer dan een jaar eerder. In november kostte een vat ruwe North Sea Brent gemiddeld bijna 71 euro. Dat was ruim 90% meer dan een jaar eerder.
Producten van de aardolie-industrie waren in december 67,9% duurder dan in december 2020. In november lagen de prijzen 92,6% hoger dan een jaar eerder. Ook in de chemische industrie hangt de afzetprijs over het algemeen samen met de olieprijs. De afzetprijzen van de chemische industrie waren in december 45,2% hoger dan een jaar eerder. In november lagen de prijzen 46,9% hoger dan in november 2020.
In alle bedrijfsklassen van de industrie lagen de prijzen in december hoger dan een jaar eerder. De afzetprijzen van de industrie zijn in december ten opzichte van november met 0,1% gedaald. De prijzen op de binnenlandse markt namen met 0,1% toe, terwijl de prijzen op de buitenlandse markt met 0,3% daalden










