Omzet industrie 0,4 procent hoger in het vierde kwartaal 2025

De omzet van de Nederlandse industrie was in het vierde kwartaal van vorig jaar 0,4% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat kwam door meer afzet; de afzetprijzen waren gemiddeld 0,7% lager dan een jaar eerder. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de nieuwste cijfers.

De binnenlandse industriële omzet was 1,1% hoger, deels door 0,4% hogere afzetprijzen. De buitenlandse industriële omzet (afnemers in het buitenland) daalde met 0,1%, terwijl de prijzen 1,5% lager waren dan een jaar eerder.

De omzetveranderingen in de industrie in de laatste anderhalf jaar zijn kleiner dan in de jaren ervoor. De omzet over heel 2025 was 0,8% hoger dan in 2024. De afzetprijzen in de industrie zijn gemiddeld over heel 2025 gelijk gebleven in vergelijking met 2024.

Elektrotechnische en machine-industrie zet meer om

De elektrotechnische en machine-industrie was in het vierde kwartaal de grootste stijger met 3,8%. Ook de voedings- en genotmiddelenindustrie zette meer om dan een jaar eerder.De hout- en bouwmaterialenindustrie boekte 0,3%t omzetstijging, maar dit kwam doordat de afzetprijzen in deze branche het hardst stegen; 2,7 procent.

De raffinaderijen en chemische industrie was in het vierde kwartaal van 2025 de branche met de grootste omzetdaling. De omzet in deze branche was 5,2% lager dan in het vierde kwartaal van 2024. Dit kwam vooral door 4,2% lagere afzetprijzen. Ook in de textiel-, kleding- en leerindustrie daalde de omzet relatief sterk; 5,1%.

 

Omzet industrie, 4e kwartaal 2025
Branches Omzet (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Elektrotechnische en
machine-industrie
3,8
Voedings- en genotmiddelen 1,9
Papier, grafisch 0,8
Metaal 0,7
Totaal industrie 0,4
Hout, bouwmaterialen 0,3
Transport -2,2
Textiel, kleding, leer -5,1
Raffinaderijen, chemie -5,2

Minder faillissementen dan een jaar eerder

In het vierde kwartaal van 2025 zijn er in de industrie 65 faillissementen uitgesproken, 39 minder dan dezelfde periode een jaar eerder en 4 minder dan in het derde kwartaal. Over heel 2025 waren er 292 faillissementen in de industrie. In 2024 waren dit er 351.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2023

4e kwartaal

54

2024

1e kwartaal

79

2024

2e kwartaal

87

2024

3e kwartaal

81

2024

4e kwartaal

104

2025

1e kwartaal

84

2025

2e kwartaal

74

2025

3e kwartaal

69

2025

4e kwartaal*

65

*voorlopige cijfers

   

Er zijn meer ondernemers die zeggen dat de waarde van de totale orderontvangst is toegenomen dan ondernemers die zeggen dat de waarde is afgenomen. Per saldo zegt 12,9% van de ondernemers dat de waarde van de orderontvangst in het vierde kwartaal steeg. Sinds juli 2022 zeiden niet zoveel ondernemers dat de waarde van de totale orderontvangst is toegenomen.

Ondernemers verwachten omzettoename

Er zijn meer ondernemers die in het eerste kwartaal 2026 een hogere omzet verwachten dan ondernemers die een lagere omzet verwachten. Per saldo verwacht 10,5% van de ondernemers meer omzet in het eerste kwartaal. Een kwartaal eerder verwachtte per saldo 11,6% van de ondernemers een omzetstijging.

Vraag en tekort aan arbeidskrachten belangrijkste belemmeringen

Aan het begin van het eerste kwartaal noemden ondernemers onvoldoende vraag (26,9%) en tekort aan arbeidskrachten (26,2%) als de belangrijkste belemmeringen in hun bedrijfsvoering. Financiële beperkingen of een tekort aan productiemiddelen zijn volgens minder ondernemers een belemmering. In de industrie ervaart 33,8% van de ondernemers geen belemmeringen.

 

Belangrijkste belemmering in de bedrijfsvoering, industrie
Jaar Maand Onvoldoende vraag (% bedrijven) Tekort aan arbeidskrachten (% bedrijven) Tekort productiemiddelen,
materiaal, ruimte (% bedrijven)
Financiële beperkingen (% bedrijven)
2020 januari 19,7 20,8 6,0 7,3
2020 april 28,2 13,0 8,8 5,8
2020 juli 39,0 10,8 8,4 6,6
2020 oktober 32,6 13,4 8,7 6,7
2021 januari 27,6 13,7 10,8 5,6
2021 april 21,5 17,2 21,7 4,0
2021 juli 14,3 27,9 32,3 4,5
2021 oktober 12,0 35,6 33,4 5,1
2022 januari 11,1 32,7 35,1 4,8
2022 april 9,3 34,5 45,9 3,8
2022 juli 11,0 40,7 41,2 4,0
2022 oktober 16,5 39,0 34,9 6,6
2023 januari 19,6 35,6 29,2 7,3
2023 april 18,6 35,0 24,3 5,9
2023 juli 21,4 35,0 22,8 6,1
2023 oktober 26,1 31,0 14,5 8,7
2024 januari 24,8 26,8 12,3 6,5
2024 april 27,0 29,5 10,5 8,4
2024 juli 24,1 31,2 15,2 8,8
2024 oktober 27,8 34,6 12,1 8,8
2025 januari 26,2 34,0 11,6 9,8
2025 april 24,5 31,8 13,5 8,2
2025 juli 26,1 30,7 9,9 10,4
2025 oktober 30,4 25,8 8,0 9,9
2026 januari 26,9 26,2 9,6 9,6

Bronnen