Een meerderheid van de werknemers in het Verenigd Koninkrijk heeft moeite om de basiskosten van het levensonderhoud te dekken, waardoor het vertrouwen in pensionering sterk afneemt. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van WTW onder 6.000 werknemers in het Verenigd Koninkrijk. Daarin komt ook een scherpe kloof naar voren tussen de ondersteuning op het gebied van financieel welzijn die werknemers van hun werkgever willen en wat bedrijven op dat vlak leveren.
Uit de 2024 Global Benefits Attitudes Survey blijkt dat 89% van de werknemers zich zorgen maakt over het betalen van de basiskosten van het levensonderhoud, waarbij vier op de tien zich ernstige zorgen maakt over de kosten waarmee ze te maken kunnen krijgen. Werknemers noemen voedsel (77%), huisvesting (71%), vervoer (71%) en rentelasten (66%) als hun grootste zorgen. Het aantal werknemers dat aangeeft van betaaldag tot betaaldag te leven is gestegen van 36% in 2022 naar 40% dit jaar, terwijl het aantal werknemers dat aangeeft financieel slechter af te zijn vergeleken met een jaar geleden is toegenomen van minder dan een kwart (24%) in 2019 naar 40% dit jaar.
Bijna de helft van de werknemers (45%) is niet op de goede weg wat betreft hun financiën en meer dan een kwart (28%) verwacht dat hun financiële situatie het komende jaar zal verslechteren. Bovendien zegt 59% van de werknemers dat geldzorgen een negatieve invloed hebben op hun algehele welzijn, wat leidt tot hogere niveaus van stress en angst.
Helen Gilchrist, Head of Defined Constribution Consulting bij WTW, licht toe: “De hoge inflatie in combinatie met de nasleep van een pandemie die zijn weerga niet kent, zorgt ervoor dat veel werknemers zich overweldigd en ontmoedigd voelen over hun financiële situatie, wat van invloed is op het algehele welzijn. Werkgevers moeten actie ondernemen om het financiële welzijn binnen hun organisatie te verbeteren: adequate voorlichting voor werknemers om hen te helpen hun middelen te plannen en financiële gaten te dichten, en werknemers in contact brengen met relevante elementen van hun totale beloningspakket.”
Groeiende financiële problemen en onzekerheid over de inflatie hebben ook invloed op het pensioenvertrouwen en de besparingen van werknemers.Bijna vier op de tien (39%) oudere werknemers (50 jaar en ouder) verwachten door te werken tot na hun 70e, een sterke stijging ten opzichte van 27% twee jaar geleden en 31% vóór de pandemie. Daarnaast geven acht op de tien werknemers (79%) toe dat ze niet zoveel sparen voor hun pensioen als ze zouden moeten doen, en minder dan de helft (47%) is op de goede weg naar hun pensioen.
Gilchrist : “Interessant genoeg onthulde het onderzoek een aanzienlijke kloof tussen de ondersteuning op het gebied van financieel welzijn die werknemers van hun werkgever willen en de prioriteit die werkgevers geven aan initiatieven op het gebied van financieel welzijn. Zes op de tien (59%) werknemers noemden financieel welzijn als het gebied waarop zij de meeste ondersteuning van hun werkgever willen in de komende drie jaar. Uit ander WTW-onderzoek bleek echter dat slechts een op de vier werkgevers (24%) financieel welzijn als topprioriteit voor hun welzijnsprogramma in de komende drie jaar beschouwt.
Gilchrist :”Pensioenprogramma’s van werkgevers, en in het bijzonder toegezegde-bijdrageregelingen, blijven de belangrijkste manier voor werknemers om te sparen voor hun pensioen. Met uitdagingen om aan hun dagelijkse uitgaven te voldoen en tegelijkertijd hun pensioen te plannen, zijn werknemers op zoek naar hulp van hun werkgever om een pensioenspaarpotje op te bouwen, maar ze geven ook aan behoefte te hebben aan flexibiliteit voor noodgevallen en de wens om hun voordelen te maximaliseren.’
“Toch is er een duidelijk verschil in prioriteiten tussen werkgevers en werknemers. Werkgevers hebben de kans om hun focus af te stemmen op de waarde van hun werknemers, de druk op de kosten en talentdoelstellingen om te kijken hoe hun uitkeringsprogramma’s aansluiten bij initiatieven op het gebied van pensioen en financieel welzijn,”








