De bruto-opbrengst van zaaiuien is in 2023 met 9,2% toegenomen vergeleken met een jaar eerder. De bruto-opbrengsten van consumptieaardappelen zijn afgenomen met 5,6%. Van gerst (-20,3%) en tarwe (-7,4%) vielen de bruto-opbrengsten ook lager uit. Dat blijkt uit de definitieve oogstraming akkerbouw van het CBS.
Jaartal | Consumptieaardappelen (mln ton) | Zaaiuien (mln ton) | Tarwe (mln ton) | Gerst (mln ton) |
2000 | 4,47 | 0,82 | 1,16 | 0,29 |
2001 | 3,59 | 0,77 | 1,00 | 0,39 |
2002 | 3,95 | 0,82 | 1,07 | 0,32 |
2003 | 3,24 | 0,81 | 1,14 | 0,35 |
2004 | 3,80 | 1,22 | 1,24 | 0,29 |
2005 | 3,21 | 0,98 | 1,19 | 0,31 |
2006 | 3,08 | 0,85 | 1,20 | 0,27 |
2007 | 3,60 | 1,07 | 1,03 | 0,26 |
2008 | 3,63 | 1,23 | 1,38 | 0,31 |
2009 | 3,65 | 1,22 | 1,42 | 0,31 |
2010 | 3,55 | 1,25 | 1,38 | 0,21 |
2011 | 3,86 | 1,58 | 1,19 | 0,21 |
2012 | 3,38 | 1,33 | 1,32 | 0,21 |
2013 | 3,48 | 1,20 | 1,35 | 0,21 |
2014 | 3,87 | 1,22 | 1,32 | 0,20 |
2015 | 3,33 | 1,37 | 1,32 | 0,23 |
2016 | 3,16 | 1,27 | 1,03 | 0,24 |
2017 | 3,95 | 1,45 | 1,07 | 0,21 |
2018 | 3,13 | 0,89 | 1,00 | 0,26 |
2019 | 3,72 | 1,37 | 1,17 | 0,25 |
2020 | 3,68 | 1,31 | 0,97 | 0,26 |
2021 | 3,29 | 1,47 | 0,98 | 0,20 |
2022 | 3,58 | 1,21 | 0,29 | |
2023 | 3,38 | 1,34 | 1,12 | 0,23 |
De bruto-opbrengst per hectare van zaaiuien bedroeg 45,7 ton in 2023, een toename van 2,7% vergeleken met een jaar eerder. Alleen in 2022 en in 2018 waren de bruto-opbrengsten per hectare lager.Het areaal zaaiuien was in 2023 groter dan in een jaar eerder (+6,9%). In totaal werd er 1,3 miljoen ton aan zaaiuien van het land gehaald, een toename van meer dan 9%.
Regionale verschillen in opbrengsten zaaiuien
In 2023 bracht met name in het noorden van het land een hectare zaaiuien gemiddeld meer op (+8,9%) dan een jaar eerder. In de overige landsdelen waren de hectare-opbrengsten vergelijkbaar met de oogst van 2022.In West-Nederland lag de bruto-opbrengst per hectare van zaaiuien in de afgelopen jaren structureel lager dan in de overige landsdelen. Dit hangt vooral samen met de omstandigheden in de provincie Zeeland. Vanwege de verzilting van de grond en gebrek aan zoet beregenwater wordt het steeds lastiger om hoge hectare-opbrengsten te realiseren.
Opbrengst pr hectare zaaiuien | ||||
Jaartal | Noord-Nederland (ton) | Zuid-Nederland (ton) | Oost-Nederland (ton) | West-Nederland (ton) |
2000 | 60,3 | 57,3 | 68,6 | 56,6 |
2001 | 57,5 | 48,6 | 62,4 | 46,2 |
2002 | 55,7 | 54,0 | 57,4 | 52,7 |
2003 | 48,3 | 44,4 | 57,1 | 42,0 |
2004 | 55,4 | 58,9 | 65,0 | 60,8 |
2005 | 62,8 | 53,5 | 62,8 | 54,4 |
2006 | 46,4 | 41,2 | 53,9 | 39,5 |
2007 | 50,0 | 48,2 | 61,9 | 48,0 |
2008 | 61,0 | 61,2 | 65,2 | 55,6 |
2009 | 62,0 | 59,3 | 71,3 | 53,6 |
2010 | 57,5 | 55,1 | 63,5 | 51,8 |
2011 | 69,9 | 60,0 | 72,3 | 65,8 |
2012 | 65,5 | 57,8 | 70,7 | 57,6 |
2013 | 56,2 | 55,1 | 61,2 | 46,8 |
2014 | 52,8 | 54,9 | 58,2 | 50,9 |
2015 | 63,0 | 59,7 | 58,0 | 54,4 |
2016 | 51,3 | 45,7 | 59,0 | 46,7 |
2017 | 68,1 | 53,8 | 60,9 | 46,2 |
2018 | 42,8 | 34,0 | 43,8 | 23,3 |
2019 | 53,0 | 52,5 | 53,3 | 43,9 |
2020 | 51,9 | 49,0 | 51,8 | 42,6 |
2021 | 50,1 | 47,5 | 51,2 | 46,3 |
2022 | 46,3 | 47,1 | 46,3 | 38,3 |
2023* | 50,4 | 46,6 | 46,2 | 38,1 |
Meer gele en minder rode zaaiuien
De bruto-opbrengst per hectare van gele zaaiuien was in 2023 met 46,2 ton
bijna 2% hoger dan in 2022. Daarnaast groeide ook het areaal tot ruim 25.000
hectare, bijna 14% meer dan het jaar daarvoor. Er werd 1,2 miljoen ton aan gele
zaaiuien geoogst (+14,9%).
De bruto-opbrengst van rode zaaiuien bedroeg met 42,3 ton per hectare ook meer
(5,8%) dan een jaar eerder. Het areaal rode zaaiuien nam af naar bijna 4.000
hectare, 25% minder dan het jaar daarvoor. De daling van het areaal heeft
invloed gehad op de bruto-opbrengst. Er werd 157.000 ton rode zaaiuien geoogst,
20% minder dan in 2022.
Opbrengst consumptieaardappelen gedaald
In 2023 bedroeg de hectare-opbrengst van consumptieaardappelen 45,8 ton per hectare, 2,8% lager dan het jaar daarvoor. De teeltoppervlakte daalde met 1,2% naar 75.000 hectare.De totale bruto-opbrengst van consumptieaardappelen was met 3,4 miljoen ton ruim 5% lager. Vanwege natte weersomstandigheden konden niet alle percelen gerooid worden en zitten er op dit moment nog steeds aardappelen in de grond. De kans dat deze vanwege vorst uiteindelijk niet geoogst zullen worden is aanzienlijk. Hierdoor zal de misoogst (niet-geoogste oppervlakte) groter zijn dan op dit moment bekend (2,6%) en zal de totale bruto-opbrengst lager uitvallen.
Aanbod granen kleiner
De bruto-opbrengsten van zomertarwe en zomergerst zijn met meer dan de
helft afgenomen ten opzichte van 2022. Dit komt mede door een daling in de
arealen en hectare-opbrengsten van de zomergranen. Door het natte voorjaar
konden de zomergranen niet of laat ingezaaid worden. Ook zijn door het late
inzaaien de graankorrels op sommige plekken kleiner dan vorig jaar.
De bruto-opbrengst per hectare lag voor zowel zomertarwe als zomergerst op het
laagste niveau sinds 2000. Wel neemt voor zowel tarwe als gerst het aandeel van
het in de winter beteelde areaal toe. Het afgelopen jaar werd 93% van de tarwe
als wintertarwe geteeld. Voor gerst was dit 42%, niet eerder was dit percentage
zo hoog. De bruto hectare-opbrengst van wintertarwe was 13 procent lager, voor
wintergerst was deze vergelijkbaar met een jaar eerder. Het totale aanbod aan
granen was in 2023 lager dan een jaar eerder (tarwe -7,4% en gerst -20,3%).