In 2025 zijn er 21,500 nieuwbouw-huurwoningen van woningcorporaties bij gekomen. Dat zijn er 2.000 meer dan in 2024 en het hoogste aantal sinds het begin van de meting in 2012. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over nieuwbouwwoningen, een onderzoek uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De corporatiewoningen maken 31% uit van alle 69,2 duizend nieuwbouwwoningen in 2025. Van de overige nieuwbouwwoningen zijn 47.100 een koopwoning of private huurwoning. Van 600 nieuwbouwwoningen is de eigenaar nog onbekend.Het aantal corporatiewoningen verandert niet alleen door nieuwbouw, maar ook door sloop, verkoop en aankoop en andere toevoegingen en onttrekkingen.
| Opgeleverde nieuwbouwwoningen | ||
| Eigendom | Woningcorporatie (x 1 000) | Andere of onbekende eigenaar (x 1 000) |
| 2021 | 15,3 | 55,9 |
| 2022 | 14 | 60,5 |
| 2023 | 15,3 | 58,4 |
| 2024 | 19,5 | 49,7 |
| 2025* | 21,5 | 47,7 |
| * voorlopige cijfers | ||
Meeste corporatienieuwbouw in Amsterdam, Utrecht, Haarlemmermeer en Breda
In Amsterdam zijn in 2025 de meeste nieuwbouw-corporatiewoningen opgeleverd, bijna 2.900. Amsterdam wordt gevolgd door Utrecht, Haarlemmermeer en Breda, waar meer dan 500 nieuwbouwwoningen van corporaties zijn opgeleverd.
Het percentage corporatiewoningen in de totale nieuwbouw verschilt per gemeente. In enkele gemeenten zijn alle nieuwbouwwoningen van woningcorporaties: Papendrecht (115), Leiderdorp (90), Krimpen aan den IJssel (55) en Doesburg (25).
Daarnaast zijn er gemeenten waar corporatiewoningen slechts een klein deel van de nieuwbouw uitmaken of er helemaal in ontbreken. Van de 309 gemeenten waar meer dan 10 nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd, is er in 86 gemeenten geen enkele van een corporatie. Enkele gemeenten waar wel veel woningen zijn gebouwd, maar weinig tot geen corporatiewoningen, zijn Den Haag, Boekel en Hoorn.
In sterk stedelijke gemeenten is 37% van de nieuwbouwwoningen in handen van corporaties. In zeer sterk stedelijke gemeenten is dit 34%. In minder stedelijke gemeenten ligt dit tussen 23 en 27%.











