| Europese bedrijven kiezen er massaal voor om hun duurzaamheidsrapportage voort te zetten, ondanks het wegvallen van de verplichte rapportage onder het EU-Omnibus-vereenvoudigingspakket. Dat blijkt uit de osapiens-studie “Beyond Compliance: Sustainability Reporting After the Omnibus”. Maar liefst 90% van de bedrijven die buiten de CSRD-scope vallen, geeft aan de rapportageactiviteiten te behouden of zelfs uit te breiden. De resultaten tonen aan dat duurzaamheidsrapportage voor veel organisaties is geëvolueerd van een wettelijke verplichting naar een essentiële bedrijfsfunctie.
Van compliance naar concurrentievoordeel Na het EU-Omnibus I-vereenvoudigingspakket vallen verschillende bedrijven niet langer onder de onmiddellijke formele rapportageplicht van onder meer de CSRD. Hoewel het Omnibus-pakket wijzigt wie moet rapporteren, verandert het niet wie duurzaamheidsrisico’s moet beheren. De resultaten tonen aan dat duurzaamheidsrapportage steeds minder wordt gezien als louter een wettelijke verplichting. In plaats daarvan raakt ze ingebed in de manier waarop organisaties risico’s beheersen, kapitaal toewijzen en communiceren met investeerders, klanten en partners. |
|
Belangrijkste resultaten van het onderzoek:
Duurzaamheidsdata wordt actief gebruikt bij beslissingen met grote impact, onder meer voor:
Respondenten noemen beter inzicht in klimaat-, supply chain- en operationele risico’s (49,2%) als het grootste voordeel van duurzaamheidsrapportage. Andere vaak genoemde voordelen zijn meer vertrouwen bij investeerders dankzij auditbare informatie (43,8%), het voldoen aan rapportage- en auditvereisten van klanten en partners (43,8%), en betere afstemming tussen finance en sustainability in besluitvorming (43,3%).
De duurzaamheidsparadox Hoewel de bereidheid om te blijven rapporteren hoog is, wijst het onderzoek op een structurele spanning. Terwijl 90% van de uit de scope gevallen organisaties aangeeft door te willen gaan met rapporteren, verwacht 84,5% dat verminderde regelgevende druk op termijn zal leiden tot minder interne middelen voor duurzaamheidsrapportage. Als belangrijkste interne drempels worden genoemd: budgetbeperkingen (43%), versnipperde datasystemen (40,7%), zwakke technologische integratie (31%) en onduidelijke interne verantwoordelijkheden (29,1%).
Dit creëert wat de studie omschrijft als een “duurzaamheidsparadox”: een hoge strategische erkenning van de waarde van rapportage, gecombineerd met afnemende resource-ondersteuning. De bevindingen wijzen erop dat automatisering en gecentraliseerd databeheer cruciaal worden om rapportagekwaliteit te behouden binnen beperkte middelen. Zeker nu vrijwillige rapportage kan leiden tot meer fragmentatie, waarbij organisaties navigeren tussen kaders als VSME, CCF, GRI en ISSB.
Expertinzichten Andreas Rasche, Professor of Business in Society aan Copenhagen Business School: “De resultaten tonen een duidelijke voorkeur voor continuïteit in rapportage bij grotere bedrijven die onder Omnibus I zijn vrijgesteld. Vrijwillige rapportage en beyond-compliance strategieën komen daarmee nadrukkelijk op de voorgrond van de toekomstige duurzaamheidsagenda.” Alberto Zamora, Co-Founder en Co-CEO van osapiens: “De afgelopen jaren was de regulatoire richting vooral éénrichtingsverkeer: meer vereisten en meer bedrijven binnen scope. Het Omnibus-pakket verandert dat. Onze data toont echter aan dat bedrijven niet terugschakelen wanneer de verplichting wegvalt. Ze beseffen dat rapportage niet langer slechts een compliance-oefening is, maar een manier om risico’s te begrijpen, kapitaal toe te wijzen en duurzaam te groeien.”
De studie toont dat duurzaamheidsrapportage, zelfs bij lagere regelgevende druk, centraal blijft in hoe organisaties risico en geloofwaardigheid managen. Rapportage wordt steeds vaker ingezet om financiering veilig te stellen, te voldoen aan klant- en ketenvereisten en investeringen en operaties te sturen met betrouwbare data. Daarmee ontwikkelt rapportage zich steeds meer tot een marktverwachting en concurrentiefactor. Download het volledige rapport.
.
|











