CSRD moet strategisch inzicht bieden, geen afvinkoefening zijn 

Na twee jaar CSRD‑rapportage door grote beursgenoteerde ondernemingen ziet KPMG dat de basis voor betrouwbare en transparante duurzaamheidsinformatie is gelegd. Tegelijkertijd waarschuwt KPMG in haar nieuwe Klimaatbrief dat duurzaamheidsrapportage niet moet blijven steken in compliance. De brief is gedeeld met klanten en andere relevante stakeholders.

“Duurzaamheid is niet langer alleen een verplicht nummer,” zegt Mariska van de Luur, Head of Assurance bij KPMG Nederland. “De CSRD moet organisaties helpen om een getrouw beeld te geven van hun prestaties en van de risico’s en kansen die bepalend zijn voor hun toekomst.”

Getrouw beeld als kern

In de aangepaste CSRD‑wetgeving en de Europese duurzaamheidsstandaarden (ESRS) is explicieter vastgelegd dat het doel van rapportage het geven van een getrouw beeld is. KPMG is positief over deze ontwikkeling en zal haar assuranceverklaringen daarop aanpassen zodra de aangepaste wetgeving van kracht wordt.

“Een getrouw beeld vertelt het verhaal achter de cijfers,” aldus Van de Luur. “Het laat zien hoe duurzaamheid samenhangt met de strategie en waar beleid kan worden versterkt. Dat is effectiever dan het afvinken van gedetailleerde vereisten.”

Lessen uit twee jaar rapporteren

Uit de eerste twee jaar CSRD‑rapportage blijkt dat organisaties, accountants en andere betrokkenen in korte tijd grote stappen hebben gezet. Tegelijkertijd signaleert KPMG dat de dubbele materialiteitsanalyse complex was en dat interpretaties sterk uiteenliepen. In het tweede jaar is de datakwaliteit verbeterd, mede door een volwassener data‑ecosysteem, al werd de regeldruk nog vaak als hoog ervaren.

“Te vaak kreeg het voldoen aan regels voorrang boven sturen op duurzaamheid,” zegt Van de Luur. “Nu de basis staat, is het tijd om verder te kijken.”

Van compliance naar strategie

KPMG ziet een groeiende behoefte aan een sterkere verbinding tussen duurzaamheidsrapportage en financiële verslaggeving. Volgens Van de Luur ligt daar de grootste meerwaarde van de CSRD.

“Compliance is het startpunt, niet het eindpunt,” concludeert zij. “De echte winst zit in het benutten van duurzaamheidsinformatie als strategisch kompas voor de lange termijn.”

Klik hier voor de Klimaatbrief:

https://assets.kpmg.com/content/dam/kpmg/nl/pdf/over-ons/kpmg-klimaatbrief-2026.pdf

 

 

mstelveen, 28 april 2026

Betreft: KPMG Klimaatbrief 2026

Geachte lezer,

De wereld verandert in hoog tempo, en dat geldt ook voor de verwachtingen rond duurzaamheid. Wat ooit vooral werd gezien als een kwestie van naleving, is uitgegroeid tot een strategische noodzaak voor organisaties. Bij KPMG zien we duurzaamheid als een katalysator voor innovatie en groei op de lange termijn. Dit blijft een prioriteit en biedt veel kansen en een opening om te kijken naar een getrouw beeld. Ondernemingen staan voor een bredere reeks risico’s en kansen die hun weerbaarheid bepalen, zoals geopolitieke ontwikkelingen en de ingrijpende opkomst van AI. In deze dynamiek is het essentieel dat organisaties niet alleen voldoen aan nieuwe eisen, maar ook vooruitkijken en de juiste strategische keuzes maken om toekomstbestendig te blijven. De afgelopen jaren hebben organisaties een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt in hoe zij omgaan met duurzaamheid, waaronder klimaat. Waar het gesprek eerst vooral ging over bewustwording en het besef dat deze thema’s een plek op de bestuursagenda moesten krijgen, verschoof de aandacht naar het afleggen van verantwoording, naar transparantie en meetbaarheid. Organisaties vroegen zich af hoe zij konden voldoen aan nieuwe rapportageverplichtingen en welke governance, processen en systemen daarvoor nodig waren. Een belangrijk onderdeel hiervan is de duurzaamheidsrapportage. Bedrijven rapporteren op basis van de CSRD-richtlijn over hun impact op mens, milieu en maatschappij. Deze rapportage gebeurt volgens de ESRS-standaarden. In de discussies over het vereenvoudigen van deze standaarden ontstond een belangrijke vraag: gaat de CSRD vooral over het afvinken van regels, of over het geven van een getrouw beeld van hoe een bedrijf presteert?

De bewoording in de huidige CSRD leidde vaak tot een conclusie van compliance, maar in de aangepaste wetgeving en ESRS is dit verduidelijkt: wat wordt beoogd is een getrouw beeld (fair presentation). Bij KPMG zullen wij onze assuranceverklaringen daarop aanpassen zodra de beoogde verhelderingen in de wet van kracht zijn. We zijn positief over deze verduidelijking in de richtlijn. Een getrouw beeld geven is krachtiger dan het afvinken van verplichtingen. Het vergroot de focus op wat echt belangrijk is. Het vertelt het verhaal achter de cijfers en maakt zichtbaar waar uitdagingen en kansen liggen om beleid te versterken. De CSRD kan daarbij meer zijn dan een verplichting; het kan een hefboom zijn om duurzaamheidsdoelen te verbinden aan de kern van de onderneming. Als accountants zullen wij door onze assurance aanpak bijdragen aan een focus op materialiteit en verbinding tussen duurzaamheidsrapportage en de financiële verslaggeving. Op deze manier kunnen wij de onderneming helpen om dat verhaal helder te maken en inzicht te krijgen in wat de rapportage oproept, zodat beleid niet alleen verantwoord wordt, maar ook versterkt. Daarmee dragen we bij aan een beweging waarin compliance het startpunt is, niet het eindpunt. Bij veel beursfondsen groeit de behoefte aan nadere duiding van assurance op CSRD-informatie en aan een sterkere verbinding met de financiële verslaggeving. Klimaatbrief 2026 2

 

Nu, na de eerste twee jaar van CSRD-rapportage door grote beursgenoteerde ondernemingen, zien we de eerste vergelijkingen ontstaan. Voor het eerst kunnen organisaties hun beleid op een groot aantal onderwerpen toetsen aan gecontroleerde data, zichzelf makkelijker vergelijken met zichzelf en branchegenoten en conclusies trekken over waar bijsturing nodig is. Beleggers en andere gebruikers van duurzaamheidsrapportages krijgen beter inzicht in hoe wordt omgegaan met de risico’s en kansen voortvloeiend uit de duurzaamheidsonderwerpen die voor de betreffende organisatie relevant zijn.

Uit de eerste twee jaar van CSRD-rapportages kunnen een aantal lessen worden getrokken. Allereerst dat er hard is gewerkt door alle stakeholders en hun accountant om deze rapportages, in relatief kort tijdsbestek, over de lijn te trekken. Dat is gelukt. Maar we zagen ook dat organisaties nog moeite hadden met de complexiteit van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en de daaraan verwante interpretatievraagstukken. Wat materieel geacht werd, verschilde aanzienlijk, ook bij bedrijven met vergelijkbare bedrijfsactiviteiten. In het tweede jaar is op grond van voortschrijdend inzicht in de ontwikkeling van een aantal ijkpunten al wel een verbeterde datakwaliteit zichtbaar. De regeldruk werd als hoog ervaren. In veel gevallen kreeg het voldoen aan de regels voorrang boven het sturen op duurzaamheid en het vertellen van een beknopt en samenhangend verhaal over hoe duurzaamheid past binnen de strategie van de onderneming. Wat we zien is dat het groeiende volwassenheidsniveau van het data-ecosysteem de kwaliteit van de rapportage versterkt, al blijven verdere groei en transparantie belangrijk.

Maar de fundamenten zijn gelegd: de CSRD is door veel grote bedrijven geïmplementeerd te midden van geopolitieke spanningen, de ingrijpende rol van AI en een verschuivende regelgevingsagenda. Toezichthouder AFM constateert dat er een sterke basis is gelegd om de reis naar betrouwbare en transparante duurzaamheidsinformatie voort te zetten. Nu de basis staat, verschuift de vraag: hoe wordt duurzaamheid een strategische motor in plaats van een compliance-inspanning? Nu is het moment om verder te kijken. Rapportage is geen doel op zich, maar een middel om richting te geven aan waardecreatie op de lange termijn.

In Europa is de ambitie ten aanzien van duurzaamheidsrapportage bijgesteld en ligt de nadruk nu meer op concurrentiekracht. Daarbij horen een beperktere reikwijdte van de CSRD (meer dan 1.000 werknemers en 450 miljoen euro omzet) en vereenvoudigde ESRS-standaarden, die naar verwachting midden 2026 definitief zullen zijn en in 2027 van kracht worden. Daarnaast groeit in Europa het besef dat gezamenlijke actie nodig is om onze economische en maatschappelijke toekomst veilig te stellen. Economische groei is daarbij een belangrijke randvoorwaarde om grote opgaven te kunnen financieren, zoals investeringen in innovatie, verduurzaming en veiligheid. Hoewel deze vraagstukken sterk verweven zijn met mondiale ontwikkelingen, verschuift het accent steeds meer naar Europese zelfredzaamheid. Daarmee is duurzaamheid onderdeel geworden van een grotere opdracht. De vereisten voor verantwoording over duurzaamheidsbeleid zijn nog in doorontwikkeling. Hierin is nog een slag te maken van de compliance gedreven gedetailleerde verantwoording, naar een bredere verslaggeving die ook gebruikt kan worden om landen te kunnen vergelijken. Ons werk zal daarop aansluiten. Uit KPMG-onderzoek onder 1.320 senior executives wereldwijd blijkt dat 74% van hen de duurzaamheidsrapportage op basis van CSRD niet zal wijzigen, ondanks veranderende regelgeving. Een bemoedigend teken van intrinsieke motivatie en een Klimaatbrief 2026 3

 

erkenning dat de onderliggende onderwerpen, zoals klimaatverandering of afnemende biodiversiteit, van belang zijn voor de onderneming om data over te verzamelen en op te sturen.

De tijd van enkel voldoen aan regels ligt achter ons. Nu gaat het om het benutten van rapportage als strategisch instrument.

Mariska van de Luur

Head of Assurance | Lid Raad van Bestuur KPMG N.V.

Trusted relationship and exploits in public-facing applications strengthen position as the main attack vectors                          

27 April 2026

Although the main initial vectors in 2025 remain similar to 2024, their combined share has grown to over 80%. Public-facing applications account for 43.7%, while trusted relationships have increased from 12.7% to 15.5%. Valid accounts make up 25.4%. These insights are from the recent Global Report by Kaspersky Security Services.            

The ‘Anatomy of a Cyber World’ is an in-depth global report based on incident data gathered in 2025 from Kaspersky Managed Detection and Response, Kaspersky Incident Response, Kaspersky Compromise Assessment and Kaspersky SOC Consulting. It highlights the most common attacker tactics, techniques and tools, as well as the peculiarities of detected incidents and their distribution across regions and industries.

 

According to data derived from Kaspersky Incident Response, the top three initial attack vectors have remained relatively stable over the past seven years and have not changed significantly. Valid accounts and exploits in public-facing applications consistently represent the most common entry points. The third position has periodically shifted: malicious emails, once a common initial vector, were replaced by trusted relationships, which first appeared in 2021 and entered the TOP-3 in 2023. By 2025, the distribution of main vectors looked as follows:

 

 

These attack vectors are often interconnected within the same chain, for example, organizations compromised through trusted relationships are frequently first breached via exploits in public-facing applications. Recent cases reveal attackers targeting service providers or IT integrators to then access their clients. This problem is compounded by many small service providers lacking dedicated cybersecurity expertise and resources. As they manage accounting software or websites, breaches in these companies can lead to the compromise of their clients’ systems through exploited remote access.

 

When examining the investigated attacks in terms of duration and impact, the data shows that the majority (50.9%) of them were rapid in nature, typically lasting less than a day and most often resulting in file encryption. A significant portion (33%) were long-lasting, with an average duration of 108 hours, during which attackers not only encrypted files but also installed persistence mechanisms, compromised Active Directory and caused data leakage. The remaining 16.1% exhibited a hybrid pattern: they initially appeared as rapid attacks but involved a considerable delay between the initial breach and subsequent malicious activities, extending their overall duration to nearly 19 days.

 

 

“Given that attackers are increasingly orchestrating coordinated, multi-stage attacks, organizations cannot afford to rely on a reactive, “firefighting” approach. To counter this, a proactive security posture is essential, one that embeds real-time threat monitoring and continuous detection into everyday operations. This enables defenders to respond swiftly to adversary activity before it escalates. Key measures for protecting digital assets against both rapid intrusions and long-term compromises include: timely patching, enforcement of multi-factor authentication and strict control of third-party access,” comments Konstantin Sapronov, Head of Global Emergency Response Team at Kaspersky.

 

To enhance protection against sophisticated attacks, Kaspersky recommends the following:

 

  • Augment your existing security controls with human-led detection from Kaspersky Managed Detection and Response (MDR) and receive comprehensive and detailed analysis of security incidents with Kaspersky Incident Response. These services offer 24/7 monitoring and cover the entire incident management cycle – from threat identification to continuous protection and remediation.
  • Align your internal processes and technologies with today’s evolving threat landscape through Kaspersky SOC Consulting. This service helps you build an in-house SOC from scratch, assess the maturity of an existing SOC or enhance specific capabilities such as detection and response procedures.
  • Use centralized and automated solutions such as Kaspersky Next XDR Expert to enable comprehensive protection of all your assets. By aggregating and correlating data from multiple sources in one place and using machine-learning technologies, this solution provides effective threat detection and fast automated response.

To learn more insights from the Kaspersky’s global report, please visit the website.

Anne Mickler | Senior Corporate Communications Manager, DACH & Nordics & Benelux | Kaspersky

Vertrouwensrelaties en exploits in publiek toegankelijke applicaties versterken hun positie als belangrijkste aanvalsvectoren

Hoewel de belangrijkste initiële aanvalsvectoren in 2025 vergelijkbaar blijven met die van 2024, is hun gezamenlijke aandeel gestegen tot meer dan 80%. Publiek toegankelijke applicaties zijn goed voor 43,7%, terwijl vertrouwensrelaties zijn toegenomen van 12,7% naar 15,5%. Geldige accounts vertegenwoordigen 25,4%. Deze inzichten zijn afkomstig uit het recente Global Report van Kaspersky Security Services.

‘Anatomy of a Cyber ​​World’ is een diepgaand wereldwijd rapport gebaseerd op incidentgegevens verzameld in 2025 door Kaspersky Managed Detection and Response, Kaspersky Incident Response, Kaspersky Compromise Assessment en Kaspersky SOC Consulting. Het rapport belicht de meest voorkomende aanvalstactieken, -technieken en -tools, evenals de bijzonderheden van gedetecteerde incidenten en hun verspreiding over regio’s en sectoren.

Volgens gegevens van Kaspersky Incident Response zijn de drie belangrijkste initiële aanvalsvectoren de afgelopen zeven jaar relatief stabiel gebleven en niet significant veranderd. Geldige accounts en exploits in publiek toegankelijke applicaties vormen consistent de meest voorkomende toegangspunten. De derde positie is periodiek verschoven: kwaadwillende e-mails, ooit een veelvoorkomende initiële vector, werden vervangen door vertrouwde relaties, die voor het eerst in 2021 opdoken en in 2023 in de top 3 terechtkwamen. In 2025 zag de verdeling van de belangrijkste vectoren er als volgt uit:

Deze aanvalsvectoren zijn vaak met elkaar verbonden binnen dezelfde keten. Zo worden organisaties die via vertrouwde relaties worden gecompromitteerd, vaak eerst gehackt via exploits in publiek toegankelijke applicaties. Recente gevallen tonen aan dat aanvallers zich richten op serviceproviders of IT-integrators om vervolgens toegang te krijgen tot hun klanten. Dit probleem wordt verergerd doordat veel kleine serviceproviders geen specifieke cybersecurity-expertise en -middelen hebben. Omdat zij boekhoudsoftware of websites beheren, kunnen inbreuken bij deze bedrijven leiden tot compromittering van de systemen van hun klanten via misbruikte toegang op afstand.

Bij het analyseren van de onderzochte aanvallen op basis van duur en impact, blijkt uit de gegevens dat de meerderheid (50,9%) van de aanvallen snel verliep, doorgaans minder dan een dag duurde en meestal resulteerde in bestandsversleuteling. Een aanzienlijk deel (33%) duurde langer, gemiddeld 108 uur, waarin aanvallers niet alleen bestanden versleutelden, maar ook persistentiemechanismen installeerden, Active Directory compromitteerden en datalekken veroorzaakten. De resterende 16,1% vertoonde een hybride patroon: ze leken aanvankelijk snel te verlopen, maar er zat een aanzienlijke vertraging tussen de initiële inbreuk en de daaropvolgende kwaadwillige activiteiten, waardoor de totale duur opliep tot bijna 19 dagen.

“Gezien het feit dat aanvallers steeds vaker gecoördineerde aanvallen in meerdere fasen uitvoeren, kunnen organisaties zich geen reactieve ‘brandbestrijdingsaanpak’ veroorloven. Om dit tegen te gaan, is een proactieve beveiligingsaanpak essentieel, waarbij realtime dreigingsmonitoring en continue detectie in de dagelijkse werkzaamheden worden geïntegreerd. Dit stelt verdedigers in staat snel te reageren op vijandelijke activiteiten voordat deze escaleren. Belangrijke maatregelen voor de bescherming van digitale activa tegen zowel snelle inbraken als langdurige inbreuken zijn onder andere: tijdig patchen, het afdwingen van multifactorauthenticatie en strikte controle op toegang door derden,” aldus Konstantin Sapronov, hoofd van het Global Emergency Response Team bij Kaspersky.

Om de bescherming tegen geavanceerde aanvallen te verbeteren, adviseert Kaspersky het volgende:

• Versterk uw bestaande beveiligingsmaatregelen met door mensen geleide detectie via Kaspersky Managed Detection and Response (MDR) en ontvang een uitgebreide en gedetailleerde analyse van beveiligingsincidenten met Kaspersky Incident Response. Deze services bieden 24/7 monitoring en bestrijken de volledige incidentbeheercyclus – van dreigingsidentificatie tot continue bescherming en herstel.

• Stem uw interne processen en technologieën af op het steeds veranderende dreigingslandschap van vandaag met Kaspersky SOC Consulting. Deze service helpt u bij het opzetten van een intern SOC, het beoordelen van de volwassenheid van een bestaand SOC of het verbeteren van specifieke mogelijkheden zoals detectie- en responsprocedures.

• Gebruik gecentraliseerde en geautomatiseerde oplossingen zoals Kaspersky Next XDR Expert voor een uitgebreide bescherming van al uw assets. Door gegevens uit meerdere bronnen op één plek te verzamelen en te correleren en gebruik te maken van machine learning-technologieën, biedt deze oplossing effectieve dreigingsdetectie en een snelle geautomatiseerde respons.

Bezoek de website voor meer inzichten uit het wereldwijde rapport van Kaspersky.

Anne Mickler | Senior Corporate Communications Manager, DACH & Nordics & Benelux | Kaspersky

Werkgroep De Letselschade Raad werkt aan herziening GBL

Bij De Letselschade Raad is de Werkgroep GBL Dynamisch document gestart. Deze werkgroep werkt aan herziening van de huidige GBL.

De Gedragscode Behandeling Letselschadezaken (GBL) vormt al sinds 2012 (versie 2.0) een belangrijke leidraad binnen de letselschadebranche. Inmiddels zijn we ruim dertien jaar verder en is het moment aangebroken om deze gedragscode inhoudelijk te actualiseren, zodat deze beter aansluit bij de huidige praktijk en bovendien beter kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen in de letselschadebranche.

De Letselschade Raad heeft daarom de werkgroep GBL Dynamisch Document opgericht. Onder leiding van Femke Ruitenbeek-Bart, Hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder aansprakelijkheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, wordt sinds september 2025 gewerkt aan een vernieuwde vorm van de GBL. Hieronder volgt een toelichting op het herzieningstraject en de thema’s die daarin worden geagendeerd.

In het herzieningstraject staan drie kernelementen centraal:

  1. Het karakter van de aanstaande GBL: dynamisch én robuust

De nieuwe GBL moet adequaat kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen in de praktijk, maar tegelijkertijd voldoende stabiliteit en rechtszekerheid bieden. De GBL is immers de basis voor de normen van het Nationale Keurmerk Letselschade (NKL) en datzelfde geldt voor de bijbehorende audit-criteria.

Om enerzijds voldoende stabiliteit en anderzijds voldoende flexibiliteit te bieden om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, wordt in het herzieningstraject gewerkt aan een systeem van monitoring en evaluatie, zodat de gedragscode actueel blijft. Zo’n ‘dynamische’ GBL maakt het mogelijk om sneller en zorgvuldiger in te spelen op veranderingen, zonder telkens ingrijpende herzieningen door te moeten voeren.

2.      De positionering van de aanstaande GBL ten opzichte van andere instrumenten

Een ander belangrijk thema in het herzieningstraject is de verhouding van de GBL tot andere instrumenten, zoals de wettelijke verankering van onderdelen van de huidige GBL die per 1 juli 2025 is doorgevoerd en het al genoemde Nationaal Keurmerk Letselschade. De nieuwe GBL moet helder gepositioneerd zijn binnen dit bredere kader van regelgeving en kwaliteitsnormen. Dat betekent dat nagedacht moet worden over de verhouding tussen die andere instrumenten en de GBL en wat dit betekent voor de (her)formulering van de gedragsregels.

3.      De inhoud van de aanstaande GBL

Indachtig de noodzaak van stabiliteit en robuustheid wordt nagedacht over de vraag welke onderdelen van de huidige GBL behouden blijven. Rekening houdend met de wens om de GBL te laten aansluiten bij hoe de branche zich sinds 2012 heeft ontwikkeld, wordt onderzocht waar aanpassingen nodig zijn.  Om goed aan te sluiten bij wat er leeft, is aan stakeholders uit de branche gevraagd om een Top 5 van voor hen belangrijke onderwerpen aan te leveren. Deze input vormt, samen met andere relevante thema’s, een waardevolle basis voor de verdere uitwerking van de vernieuwde GBL. Een greep uit de (deel)thema’s die op de agenda staan:

Herstelgericht werken centraal

Een belangrijke ontwikkeling in de afgelopen jaren die nadrukkelijk wordt meegenomen in de herziening, is herstelgericht werken. Hierbij verschuift de focus van uitsluitend financiële compensatie naar het bredere herstel van het slachtoffer.

Dit betekent aandacht voor:

  • Fysieke en mentale gezondheid.
  • Sociale omstandigheden.
  • Regie over het eigen leven.
  • Toekomstperspectief en kwaliteit van leven.

De centrale vraag is: wat heeft iemand nodig om het leven na een ongeval weer op te pakken? De werkgroep onderzoekt hoe deze benadering een plek kan krijgen binnen de GBL.

Aandacht voor ethiek en kernwaarden

De ethische dimensie blijft een wezenlijk onderdeel van de gedragscode. De werkgroep heeft prof. dr. mr. Iris van Domselaar (hoogleraar rechtsfilosofie en beroepsethiek aan de Universiteit van Amsterdam) uitgenodigd om mee te denken over de vraag hoe beroepsethiek beter in de GBL kan worden geïntegreerd.

De focus verschuift daarbij naar werken vanuit kernwaarden, die richting geven aan gedrag en besluitvorming. Binnen de werkgroep wordt besproken welke kernwaarden het beste passen bij de letselschadebranche. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de gedragscodes die al beschikbaar zijn vanuit de verschillende beroepsgroepen. Dat maakt de GBL ook uniek in samenhang: het is een gedragscode voor meerdere disciplines, die ieder vanuit hun eigen rol en ten behoeve van het slachtoffer, een bijdrage leveren aan de afwikkeling van letselschadeclaims. Hoe al deze disciplines constructief en coöperatief kunnen samenwerken is dan ook onderwerp van gesprek.

De huidige GBL procesgericht

De huidige GBL kent een procesgerichte opbouw en is daardoor herkenbaar voor de professionals die er in de praktijk mee moeten werken. Het behouden van deze sterke kant en de beoogde vernieuwing hierin integreren, is een mooie uitdaging voor de werkgroep de komende periode.

De werkgroep GBL Dynamisch Document bestaat uit de onafhankelijk voorzitter Femke Ruitenbeek en de stakeholders van De Letselschade Raad, zijnde vertegenwoordigers en adviseurs van NLE, NIS, Rechtsbijstandsverzekeraars, WA-verzekeraars, Slachtofferhulp Nederland, ANWB,  LSA, NvvA en VHD.

Landelijke handreiking Scheepsincidentbestrijding

 

Schaalvergroting in de scheepvaart, energietransitie, digitalisering en de toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn belangrijke trends en ontwikkelingen binnen de maritieme sector. Deze veranderingen vragen om een toekomstgerichte en landelijke samenwerking op het gebied van scheepsincidentbestrijding. Om inzicht te krijgen in nationale risico’s en scenario’s is deze landelijke handreiking opgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de aanbeveling vanuit de Visie Scheepsincidentbestrijding.

In dit document worden regionale risicoprofielen van veiligheidsregio’s samengevoegd tot één landelijke handreiking. Zo ontstaat een samenhangend beeld dat als leidraad dient voor alle veiligheidsregio’s.Daarnaast vormt de bestaande ‘Visie Scheepsincidentbestrijding’ een belangrijk uitgangspunt voor de totstandkoming van dit document.

Scenariokaarten

Door middel van scenariokaarten worden handelingsperspectieven geboden, afgestemd op het type incident en het soort scheepvaart. Verder wordt een leidraad geboden aan regio’s die hun risicoprofiel willen versterken of creëren. Deze handreiking ondersteunt regio’s bij het bepalen van hun inzet en voorbereiding, met als doel een effectieve, uniforme, maar gedifferentieerde aanpak.

Je vindt de handreiking in de bibliotheek.

 

Kabinet presenteert Aanpak Fatbikes

 

 

Er komt een minimumleeftijd voor fatbikes en een wettelijke basis voor fatbikevrije zones voor gemeenten. Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat gaat werk maken van criteria op basis waarvan verkeersregels voor specifiek fatbikes worden gemaakt.

Daarnaast gaat hij verder met de helmplicht tot 18 jaar voor alle lichte elektrische voertuigen zoals e-bikes en e-steps en met gedragsmaatregelen om overlastgevende fatbikers tegen te gaan. Hij stelt ook nieuwe doelen op het gebied van markttoezicht en handhaving.

Minister Karremans: “Veel fatbikes zorgen voor onveilige verkeerssituaties, voor overlast en voor een zorgwekkende stijging van het aantal ongevallen onder jongeren. Ik vind dat we niet langer moeten wachten om die problemen op te lossen. Daarom presenteer ik vandaag de Aanpak Fatbikes: hierin staat wat we de komende jaren gaan doen om te zorgen voor meer veiligheid en minder overlast.”

Aparte regels voor fatbikes
In eerder onderzoek werd gesteld dat de markt zich zou aanpassen als er aparte regels voor fatbikes worden ingesteld. Tegelijkertijd concludeerden deze onderzoeken dat aparte regels voor fatbikes mogelijk zijn. Daarom krijgt een onderzoeksbureau de opdracht om opties te ontwikkelen om op een pragmatische wijze de fatbike te onderscheiden van de elektrische fiets.

Minister Karremans: “Het streven naar een perfecte definitie leidt tot stilstand, terwijl de problematiek zich voor onze ogen afspeelt. Daarom wordt nu gekozen voor een pragmatische aanpak. Niets doen is geen optie, omdat dat geen enkel effect heeft op de verkeersveiligheid.”

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nadere invulling gegeven aan de afspraken in het coalitieakkoord. De resultaten zijn dit najaar gereed.

Markttoezicht en handhaving
Verder wil het kabinet strenger controleren op illegaal geïmporteerde fatbikes. Hier wordt naar gekeken, ook samen met Douane, ILT en NVWA. Bovendien worden de technische eisen voor onderdelen van elektrische fietsen aangescherpt: de RDW inventariseert momenteel de mogelijkheden hiervoor. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt op welke schaal fietsen worden opgevoerd.

 

 

 

Britse financiële toezichthouder FCA neemt wereldwijd het voortouw in actie tegen illegale finfluencers

De Financial Conduct Authority (FCA) heeft het voortouw genomen in internationale actie om illegale finfluencers te stoppen die het geld van consumenten in gevaar brengen. Zeventien toezichthouders wereldwijd namen deel aan de ‘actieweek’, die bestond uit handhavingsactiviteiten, bewustmakingscampagnes voor consumenten en educatieve programma’s voor finfluencers die verantwoordelijk willen handelen. De actie begon op 20 april 2026.

In het Verenigd Koninkrijk heeft de FCA:

• Een schuldbekentenis verkregen van Aaron Chalmers van Geordie Shore voor illegale promoties op sociale media. Er zijn strafrechtelijke procedures gestart tegen nog twee personen voor soortgelijke overtredingen.

• Vier gerichte waarschuwingsbrieven verzonden naar personen die verdacht worden van het uitvoeren van ongeautoriseerde financiële promoties.

• 34 waarschuwingsberichten uitgegeven tegen ongeautoriseerde bedrijven of personen, en 14 waarschuwingen bijgewerkt.

• 120 verzoeken tot verwijdering van accounts ingediend bij socialemediaplatformen die illegale finfluencer-content hosten. Binnen deze accounts identificeerde de FCA 1.267 illegale financiële advertenties, die minimaal 2.338.372 Britse accounts bereikten. 66% van deze advertenties was afkomstig van bedrijven of personen die al op de waarschuwingslijst van de FCA stonden.

De financiële toezichthouder roept socialemedia-platformen op om een ​​proactievere rol te spelen bij het stoppen van illegale financiële promoties. Socialemediaplatformen doen onvoldoende om hun eigen beleid ter blokkering van illegale content na te leven.

Steve Smart, uitvoerend directeur handhaving en markttoezicht bij de FCA:”Deze gezamenlijke inspanning met internationale partners is essentieel om miljoenen consumenten te beschermen tegen schade. We zullen alleen echte vooruitgang boeken in de strijd tegen financiële criminaliteit als elk onderdeel van het systeem zijn rol speelt – inclusief socialemediabedrijven.”

De meest recente actie van de FCA volgt op een eerdere internationale actieweek met 8 andere toezichthouders in juni 2025.

Consumenten worden aangemoedigd om de  FCA Firm Checker te gebruiken om te controleren of een bedrijf bevoegd is voor de aangeboden diensten en zo de kans te verkleinen dat ze slachtoffer worden van oplichting. Firm Checker toont ook niet-geautoriseerde bedrijven en personen die op de waarschuwingslijst van de FCA staan.

 

 

 


Rapport Beazley: “Bedrijven onderschatten de impact van verstoringen door cyberaanvallen”

Cyber ​​blijft het grootste risico voor bedrijven van alle groottes, sectoren en regio’s, maar uit het Risk & Resilience: Cyber Threat and Tech Advances 2026 report van verzekeraar Beazley blijkt dat 78% van de bedrijfsleiders nog steeds vertrouwen heeft in hun vermogen om volledig financieel te herstellen van een aanval.

Het rapport is gebaseerd op een enquête onder 3.500 wereldwijde bedrijfsleiders, toont een groeiende kloof tussen vertrouwen en veerkracht. “Cyberrisico is nu een bedreiging voor het hele bedrijf, die de bedrijfsvoering verstoort en schades veroorzaakt in onderling verbonden toeleveringsketens”.

Enkele belangrijke bevindingen:

§  31% beschouwt cyberrisico – inclusief schendingen van dataprivacy en externe criminele dreigingen – als hun grootste cyberzorg, een stijging ten opzichte van 29% in 2025.

§  Cyberrisico is nu een gemeenschappelijke zorg in alle belangrijke markten.

§  78% zegt er vertrouwen in te hebben dat hun bedrijf volledig kan herstellen van de financiële gevolgen van een cyberaanval. Echter, 33% van de wereldwijde managers geeft ook aan te willen investeren in een sterkere cyberbeveiliging.

§  82% gelooft voorbereid te zijn op cyberrisico’s, wat wijst op een mogelijke onderschatting van de snel veranderende dreigingsomgeving.

§  80% verwacht dat AI hun winst zal verhogen en 72% verwacht dat het de komende 18 maanden banen in hun bedrijf zal vervangen, een stijging ten opzichte van 66% in 2025.

§  33% van de wereldwijde topmanagers is van plan te investeren in verbeterde cyberbeveiliging, wat aangeeft dat men erkent dat de defensieve capaciteit moet meegroeien met het risico.

§  35% is van plan de weerbaarheid te vergroten door te investeren in nieuwe technologieën zoals AI.

De bevindingen laten een kloof zien tussen vertrouwen en realiteit naarmate cyberrisico’s systemischer worden. Incidenten kunnen zich snel verspreiden via gedeelde platforms, leveranciers en digitale afhankelijkheden, wat betekent dat veerkracht minder wordt bepaald door de vraag of er verstoringen optreden dan door hoe ver ze zich verspreiden, hoe lang ze duren en hoe snel een bedrijf zich herstelt. En naarmate de adoptie van AI versnelt, ontwikkelen zowel kansen als mislukkingen zich sneller, waardoor de noodzaak om controles op te schalen in lijn met de capaciteit toeneemt.

Alessandro Lezzi, Group Head of Cyber ​​Risks bij Beazley:”Wat opvalt in de resultaten van het Risk & Resilience-onderzoek van dit jaar is een groeiende discrepantie tussen de zorgen over cyber- en technologierisico’s en de perceptie van de weerbaarheid tegen deze risico’s. Hoewel cyberrisico’s algemeen worden erkend als de grootste bedreiging voor bedrijven wereldwijd, gelooft 78% dat ze zelf financieel volledig zouden kunnen herstellen van een cyberaanval. Dit toont aan dat veel organisaties hun paraatheid om de volledige impact van een aanval op alle onderdelen van hun bedrijfsvoering te weerstaan, overschatten.

Hij vervolgt: “Die kloof is belangrijk omdat cyberrisico’s steeds systemischer worden;  de spraakmakende incidenten in 2025 bewijzen dit. Naarmate bedrijven meer met elkaar verbonden raken en technologieën zoals AI omarmen, kan verstoring zich sneller verspreiden binnen organisaties en toeleveringsketens, waardoor incidenten moeilijker te beheersen zijn. Het is echter bemoedigend om te zien dat een derde van de bedrijven van plan is te investeren in een sterkere cyberbeveiliging, inclusief toegang tot specialistische expertise om hun risico’s beter te begrijpen, de incidentrespons te versterken en te plannen voor realistische verstoringsscenario’s binnen de organisatie.”

 

 

 

 

 

Executive Summary

As tech accelerates, so does opportunity and exposure

Cyber risk has become the top global concern for businesses. No longer a contained IT issue; it is now a long-lasting, systemic threat driven by interconnected systems and escalating geopolitical tensions.

Cyber criminals are successfully using agentic AI to launch large scale automated reconnaissance and phishing campaigns. These AI-driven systems execute sophisticated attacks at high speed, exploiting today’s highly interconnected technology ecosystems. The result is a threat landscape where attacks are faster, more adaptive and far harder to detect or contain. Geopolitical tensions are also driving a rise in state-linked attacks. One example is cyber attacks driven by escalating global geopolitical tensions. Evidence already shows Iran targeting US companies and infrastructure in retaliation attacks.

For organisations that are underprepared, this creates a perfect storm. Businesses of all sizes now face simultaneous, rapidly evolving cyber threats fuelled by automation, AI and global instability.

Threats now spread further and last longer

Most businesses today operate within externally connected ecosystems – from basic functions to complex operations – and just one small incident can unleash a ripple effect of consequences beyond IT into operations, finance, legal and reputation.

In parallel, contagion risks from supplier attacks or software errors are increasing. Messy, expensive fallouts can spiral into multi-line losses.

Yet 82% of the global executives we surveyed say they feel ‘prepared’ for such risks. A level of confidence that signals a critical underestimation of the consequences on business operations, recovery time, cost and reputations.

Today’s tech risks no longer sit with IT, waiting to be patched. Tech and cyber risk management and mitigation is a business-wide, strategic imperative given the costly disruptions on day‑to‑day operations and the legal, regulatory and reputational storms that follow. The reality is that the impact of an incident continues long after the technical fix is done. Recovery – formerly a matter of weeks – can now consume months, and for some, years.

Against this risk backdrop, it is no longer a question of if firms will face a breach, but when – and the scale and weight of the impact on them will be determined by their readiness.

Tech drives both value and vulnerability

Agentic AI is transforming industries through speed, efficiency and rich data insights. But it is also increasing exposure:

  • Attackers can scale operations instantly
  • AI governance frameworks are lagging
  • Ungoverned AI tools risk data leakage, bias and system failures
  • Rethinking resilience

With business operations now predominantly digitally powered, business leaders must prioritise cyber resilience, as and when a crisis hits, it’s too late to build it. This requires:
•    Robust, tested business continuity plans
•    Clear visibility of true financial exposure
•    Understanding insurance coverage, gaps and blind spots
•    Ensuring capital and recovery services are in place

 

 

 

 

Resilience today is not about preventing every incident. It is about taking the relevant preventative steps to keep the impact small, the disruption short, and having the funds and services available to support

Banken roepen social media-platforms op meer te doen aan online fraudebestrijding; bankhelpdeskfraude passeert € 25 miljard-grens

Big tech en social media-platforms kunnen veel meer doen om klanten te beschermen tegen online fraude. Daarom roepen banken bedrijven als Meta, TikTok en Google op om extra maatregelen te nemen om de schade als gevolg van online fraude terug te dringen. Uit onderzoek blijkt dat tegenwoordig 70% van alle online fraude begint op social media. Daarom zijn juist deze bedrijven onmisbaar bij het voorkomen van online fraude.

Banken doen de oproep naar aanleiding van de jaarlijkse publicatie van de fraudecijfers, waaruit blijkt dat de schade als gevolg van bankhelpdeskfraude steeg met ruim 3 miljoen euro en in 2025 uitkwam op 25,8 miljoen euro. Ook de schade als gevolg van phishing steeg met 1,8 miljoen euro, naar bijna 2,6 miljoen euro.

Ondanks de stijging van de schade nam het aantal slachtoffers van bankhelpdeskfraude wel af: met 14% naar iets minder dan 5.900 personen. Door de vele media-aandacht en de campagne ‘Herken fraude. Voorkom fraude!’ worden klanten zich gelukkig steeds beter bewust van de methodes die fraudeurs inzetten om mensen op te lichten. Banken willen deze fraude graag verder terugdringen, maar dat lukt alleen als alle partijen betrokken in de fraudeketen maatregelen nemen.

Banken namen al veel maatregelen tegen fraude

Banken hebben zelf in de afgelopen jaren veel maatregelen genomen om de schade door online fraude terug te dringen. Daardoor zitten we gelukkig niet meer op het niveau van 2022 toen de schade boven de 50 miljoen lag. Voorbeelden hiervan zijn het verlagen van de daglimiet voor overboeken van betaalrekeningen en het inbouwen van een 4-uurs tijdslot bij het verhogen van die daglimiet. Daarnaast is de checkjegesprek-functie die veel banken aanbieden waardevol voor klanten om te controleren of ze echt door hun bank worden gebeld.

Ook wordt er binnen de Integrale Aanpak Online Fraude intensief gewerkt om samen effectieve maatregelen te nemen. Een voorbeeld is het initiatief van banken en telecombedrijven voor Line Busy’ waardoor banken straks zouden kunnen checken of iemand telefonisch in gesprek is tijdens het overboeken van geld.

Dweilen met de kraan open

Zonder de hulp van big tech en sociale mediabedrijven blijft het verder bestrijden van online fraude volgens Medy van der Laan, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, dweilen met de kraan open: ‘Uit een onderzoek van de Britse toezichthouder FCA bleek onlangs dat er in een week tijd meer dan 1.000 illegale advertenties circuleerden op de platforms van Meta. Online fraude is een groot maatschappelijk probleem. Ik hoop daarom echt dat sociale mediabedrijven willen helpen om de schade als gevolg van online fraude verder terug te dringen. Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van nepadvertenties en valse websites.’

Ook de politie herkent het beeld dat er bij social media bedrijven nog veel winst valt te halen in de strijd tegen online fraude: ‘De helft van de door de politie onderzochte aangiftes, waarbij sprake is van webwinkelfraude, vindt zijn oorsprong via platformen van META zoals Instagram en Facebook’, zegt Gijs van der Linden, Teamleider Landelijk Meldpunt Internet Oplichting (LMIO) van de politie.

Coulancevergoeding

In 2020 besloten banken om de schade bij bankhelpdeskfraude onder voorwaarden uit coulance te vergoeden, omdat de naam en het nummer van de bank werden misbruikt. Omdat klanten hier ook een eigen verantwoordelijkheid houden, hebben banken toetsingscriteria opgesteld om te bepalen in hoeverre de schade wordt vergoed. In 2025 werd iets meer dan 45% van de schade door bankhelpdeskfraude bij particulieren vergoed.

Om in aanmerking te komen voor een vergoeding moet de klant meewerken aan het onderzoek, aangifte hebben gedaan, door de eigen bank gebeld zijn en niet eerder een vergoeding hebben ontvangen. Ook als de klant bij een overboeking specifieke en directe waarschuwingen van de bank negeert kan dat een reden zijn voor de bank om niet te vergoeden.

 

Canopius lanceert nieuw product ter bescherming van bedrijven tegen cyberoorlogrisico

Canopius Group, wereldwijde specialist in schade- en aansprakelijkheidsverzekeringen (en herverzekeraars), heeft de lancering aangekondigd van een nieuw cyber war-product. Dit product biedt bedrijven specifieke bescherming tegen de toenemende dreiging van een cyberoorlog.

Cyber war  is een tastbaar en direct bedrijfsrisico geworden; het kan de bedrijfsvoering stilleggen, kritieke systemen compromitteren en de financiële weerbaarheid ondermijnen. Naarmate de wereldwijde spanningen zich steeds meer via digitale kanalen ontvouwen, worden bedrijven blootgesteld aan bedreigingen die voorheen alleen voor overheden en defensieorganisaties golden.

“De nieuwe dekking biedt bescherming tegen door de staat gesponsorde aanvallen die worden uitgevoerd als onderdeel van een fysiek conflict, evenals tegen door de staat gesponsorde aanvallen die de bedrijfsvoering van een land aanzienlijk beïnvloeden, ongeacht of er een fysieke oorlog is verklaard. Dit is een belangrijke stap voorwaarts om organisaties te helpen weerbaar te worden tegen de realiteit van de huidige dreigingsomgeving. De dekking is momenteel beperkt beschikbaar en kan worden afgesloten naast een traditionele cyberverzekering waarbij Canopius de primaire verzekeraar is.”

Camilla Walker, Head of Cyber and Technology UK bij Canopius: “Recente gebeurtenissen hebben aangetoond hoe snel regionale conflicten kunnen escaleren tot grootschalige cyberaanvallen, waarbij aan staten gelieerde groeperingen zich richten op commerciële bedrijven die zich ver van de fysieke frontlinie bevinden. We hebben dit product ontwikkeld om klanten de mogelijkheid te bieden hun polissen uit te breiden met door staten gesponsorde aanvallen die deel uitmaken van een cyber- of fysieke oorlog. Het weerspiegelt onze inzet om voorop te blijven lopen bij opkomende risico’s, hoe complex of ongekend ze ook mogen zijn.”