2025 gaat de boeken in als het op twee na warmste jaar wereldwijd tot nu toe, na 2023 en 2024. Deze laatste drie jaar waren gemiddeld meer dan 1,5 graad warmer dan rond 1900. Dit staat te lezen in het klimaatrapport van de Europese klimaatdienst Copernicus over 2025. De recente warme jaren, in combinatie met oceaanmetingen en satellietmetingen van de wereldwijd gereflecteerde zonnestraling en uitgestraalde warmte, maken duidelijk dat de opwarming van de aarde aan het versnellen is.
2025 in vergelijking met 2023 en 2024
In 2023 steeg de wereldgemiddelde temperatuur harder dan normaal gedurende het voorjaar en bereikte recordhoogte in de zomer. Gedurende 2024 en 2025 bleef de wereldgemiddelde temperatuur onverminderd hoog in vergelijking met voorgaande jaren. Toch waren er grote verschillen in waar op de wereld het zo abnormaal warm was.
2025 warm in de poolgebieden
In 2023 en 2024 waren vooral de tropen en de noordelijke gematigde breedtes (20-60˚N) abnormaal warm. De tropen waren vooral warm door het optreden van El-Niño. Ook was de Noord-Atlantische oceaan abnormaal warm. In 2025 is El-Niño overgegaan in een zwakke La-Niña en zijn de tropen niet abnormaal warm meer. Het zijn vooral de poolgebieden en de noordelijke gematigde breedtes die maakten dat 2025 in de top drie van warmste jaren is geëindigd. De poolgebieden waren uitzonderlijk warm doordat er weinig zee-ijs lag op beide polen.
Op beide polen gaat de opwarming van de aarde gepaard met een neergaande trend in zee-ijs die de opwarming van de poolgebieden versterkt. Waar zee-ijs verdwijnt wordt immers minder zonlicht teruggekaatst en wordt de oceaan extra opgewarmd. Een zogeheten mariene hittegolf zorgde net als in 2023 en 2024 weer voor abnormaal hoge temperaturen in de Noord-Atlantische oceaan. Verder ontbraken gebieden die abnormaal koud waren.
Opwarming gaat steeds sneller
Deze warme jaren makende versnelling in de opwarming van de aarde steeds meer zichtbaar. De gemiddelde snelheid van de opwarming in de 30 jaar van 1971 tot 2000 bedroeg 0,2 graad per 10 jaar. In de laatste 30 jaar is dat opgelopen tot 0,3 graad per 10 jaar. In dit tempo gaat de opwarming over vijf jaar door de grens van 1,5 graad opwarming in plaats van in 2040. De versnelling in klimaatverandering is ook duidelijk zichtbaar in de versnelde toename van de hoeveelheid warmte in de oceaan, de toenemende hoeveelheid ijs die jaarlijks smelt en de versnelde zeespiegelstijging die van beide het gevolg is.
Meer opname van zonlicht, minder uitstraling van warmte
De aarde warmt op doordat ze meer zonlicht opneemt dan aan warmtestraling uitstraalt. Uit metingen van het CERES satelliet instrument blijkt dat het verschil tussen opgenomen zonnestraling en uitgezonden warmtestraling in 20 jaar tijd is verdubbeld (afbeelding 5 en 6). Dit versnelt de opwarming. De aarde neemt steeds meer zonlicht op door het verdwijnen van sneeuw en ijs, een afname in bewolking en ook de vermindering van luchtvervuiling, onder andere door strengere normen voor uitlaatgassen van zeeschepen. Aan de andere kant wordt de uitstraling van warmte getemperd door de toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Dit bij elkaar zorgt ervoor dat de aarde steeds sneller opwarmt.
Afbeelding 5. Verschil tussen geabsorbeerde zonnestraling en uitgezonden warmtestraling volgens satellietinstrument CERES. Maandelijkse data met een 12 maanden lopend gemiddelde. Data: CERES_EBAF-TOA_Ed4.2.1.
Terugdringen van luchtvervuiling zorgt voor opwarming
In 2010-2019 was de aarde ruim een graad opgewarmd ten opzichte van eind 19de eeuw.. Volgens het laatste IPCC rapport was dit het resultaat van 1,5 graden opwarming door de uitstoot van broeikasgassen als Co2 en methaan en 0,5 graad afkoeling door luchtvervuiling als gevolg van sulfaat-aerosolen die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Het terugdringen van luchtvervuiling is goed voor de gezondheid, maar het gevolg is wel dat de aarde meer opwarmt. Je kunt zeggen dat luchtvervuiling de opwarming door broeikasgassen tijdelijk maskeert. Aerosolen verdwijnen weer uit de atmosfeer op een termijn van weken, terwijl de hoeveelheid CO2 ook na het stoppen van de emissies nog heel lang verhoogd blijft.
Wat betekent dit voor Nederland?
De snellere opwarming van de aarde zorgt ook bij ons voor een snellere temperatuurstijging. De snellere temperatuurstijging gaat gepaard met een snellere zeespiegelstijging en sneller toenemende kansen op extremen zoals droogte, lage rivierstanden in de zomer, hittegolven, grote hoeveelheden neerslag in korte tijd en hoge rivierstanden in de winter. Ondanks alle waarschuwingen voor de risico’s van klimaatverandering, neemt de uitstoot van broeikasgassen nog altijd toe. Haast is geboden, want het duurt vijf jaar voordat een reductie in de uitstoot leidt voordat een reductie in de uitstoot leidt tot een merkbare verandering in de hoeveelheid Co2 in de lucht en 25 jaar voordat het merkbaar wordt in de wereldgemiddelde temperatuur. Voldoende redenen om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten en sneller over te stappen op alternatieve energiebronnen.











