De Rechtbank Rotterdam heeft afgelopen vrijdag alle eisen afgewezen in een rechtszaak die Aon vanwege schending van het concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding had aangespannen tegen Schouten Zekerheid en drie voormalige medewerkers die in september 2024 naar laatstgenoemde makelaar waren overgestapt.
Aon eiste in rechtszaak ruim twee miljoen euro – € 2.159.888 euro – van Schouten Zekerheid vanwege schending concurrentiebeding alsmede dat de drie medewerkers de komende anderhalf jaar geen voormalige klanten mogen benaderen op straffe van een gelboete van resp. 5.000, 10.000 en 13.000 euro per overtreding. Na hun overstap zouden klanten van Aon naar Schouten Zekerheid zijn overgestapt, vooral in de regio Noord-Oost Nederland. In een reactie zei Schouten Zekerheid eerder het te betreuren dat het geschil met AON niet zonder tussenkomst van de rechtbank kon worden opgelost en stelde zich niet te .herkennen in het geschetste beeld dat klanten actief en in strijd met geldende afspraken zouden zijn benaderd. Uitspraak
Vorige week vrijdag 23 januari jl. heeft de Rechtbank Rotterdam, Team handel en haven, uitspraak gedaan ( ECLI:NL:RBROT:2026:58, ZaaknummerC/10/710291 / KG ZA 25-1148). De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Aon af en veroordeelt de makelaar de proceskosten van € 11.473,00, te betalen
Enkele passages uit het vonnis:
Aon verwijt de voormalige medewerkers zich jegens Aon schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, omdat tijdens en na hun dienstverband stelselmatig klanten van Aon hebben benaderd om een overstap te maken naar Schouten Zekerheid Ten minste 33 klanten zijn benaderd, waarvan 18 klanten ook daadwerkelijk de overstap hebben gemaakt. De schade wordt door Aon begroot op € 2.159.888 aan misgelopen en nog mis te lopen provisies. Het gevorderde voorschot wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang
Zelfs wanneer ervan wordt uitgegaan dat het ook ná het verlopen van het geheimhoudings- en/of relatiebeding niet is toegestaan om klanten van Aon te benaderen, dan valt niet in te zien welk spoedeisend belang Aon heeft bij de door haar gevorderde betaling van een voorschot van € 2.159.888,-. Gelet hierop wordt de door Aon gevorderde betaling van het voorschot reeds bij gebrek aan een spoedeisend belang afgewezen. Ook de gevorderde verboden worden afgewezen
Vast staat dat de duur van de tussen Aon enerzijds en voormalige medewerkers anderzijds overeengekomen geheimhoudings- en/of relatiebedingen inmiddels is verstreken. Het staat hen daarom in beginsel vrij om Aon te beconcurreren, ook wanneer Aon daarvan nadeel ondervindt.
Aon heeft een lange lijst overgelegd van klanten die tot de portefeuilles van de voormalige medewerkers behoorden ten tijde van hun dienstverband bij Aon. Aon vordert dat het gedaagden wordt verboden om zakelijk contact te houden met de in deze lijst opgenomen klanten en met andere klanten van Aon die tot de portefeuilles behoorden. Het door Aon gevorderde verbod ziet nadrukkelijk niet op de 18 klanten waarvan tussen partijen vast staat dat deze al daadwerkelijk naar Schouten Zekerheid zijn overgestapt.
Ten aanzien van de 15 klanten waarvan Aon stelt dat zij door een of meer gedaagden zijn benaderd voor een overstap naar Schouten Zekerheid], maar die die overstap niet gemaakt hebben is er op dit moment geen reden om het door Aon gevorderde verbod toe te wijzen. Aon lijdt ten aanzien van deze ‘trouwe’ klanten op dit moment immers geen schade (in de vorm van misgelopen provisies) en heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden.
Vast staat dat de geheimhoudings- en relatiebedingen per 1 september 2024 zijn verlopen, zodat het uitgangspunt met ingang van deze datum is dat partijen elkaar weer vrij mogen beconcurreren. Die bedingen hebben geen nawerking . Gelet op dit uitgangspunt ziet de voorzieningenrechter op dit moment geen serieuze aanwijzingen die aannemelijk maken dat gedaagden zich schuldig zullen maken aan onrechtmatige concurrentie en daarmee jegens Aon onrechtmatig zullen handelen.
Wat betreft de reeds overgestapte klanten geldt dat nodig is dat substantieel afbreuk is/wordt gedaan aan het duurzame bedrijfsdebiet. Daaruit volgt dat de overstap van enkele klanten reeds om die reden onvoldoende is. Aon is immers een grote speler in de verzekeringswereld met een groot klantenbestand, waardoor – anders dan bij een kleine(re) speler in de verzekeringsmarkt – de drempel om te kunnen spreken van het stelselmatig en substantieel afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet hoog ligt.
Gelet op dit alles is in deze procedure niet aannemelijk geworden dat er een serieus risico bestaat dat gedaagden jegens Aon onrechtmatig zullen handelen in de vorm van onrechtmatige concurrentie. De vorderingen van Aon om gedaagden te verbieden om zakelijk contact te houden met (de opgenomen lijst van) klanten van Aon, worden daarom afgewezen.
Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Integendeel, het belang van gedaagden om hun carrière voort te zetten bij een andere werkgever respectievelijk haar marktaandeel uit te breiden en daartoe ervaren werknemers aan te trekken, weegt zwaarder dan het belang van Aon om haar relaties te behouden.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:582












