Pensioenthermometer Aon: Sterke stijging dekkingsgraden pensioenfondsen in april

  

De indicatieve gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in april fors gestegen naar 132%. Een stijging van de rente in combinatie met sterk positieve aandelen rendementen leidden tot een stijging van de dekkingsgraad. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, is in april gestegen naar 126%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon,  die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

De conflicten tussen de VS en Iran rond de Straat van Hormuz veroorzaken grote onzekerheid op de energie- en financiële markten, maar leiden nog niet tot een systemische crisis. De VS heeft een zeeblokkade ingesteld en dreigt Iraanse infrastructuur aan te vallen, terwijl Iran de oliedoorvoer door de Straat van Hormuz inzet als drukmiddel. Ondanks forse verstoringen in de oliestromen en een geschatte productiedaling van circa 7 miljoen vaten per dag, zijn olie- en gasprijzen lager dan de pieken van 2008 en 2022, mede door omleidingen via alternatieve pijpleidingen en hogere productie buiten OPEC+.

Macrodata schetsen een wereldeconomie die sterk aan 2026 is begonnen.

De Amerikaanse arbeidsmarkt blijft krap en groei is robuust, al nemen de inflatierisico’s toe. PMI-cijfers wijzen wereldwijd overwegend op expansie, met zwakkere punten in o.a. Europa. Centrale banken blijven voorlopig op pauze. Aandelenmarkten, vooral in de VS en gedreven door technologie en AI gerelateerde winsten, tonen veerkracht, terwijl obligatiemarkten en energieprijzen de geopolitieke risico’s inprijzen met hogere rentes.

Toch herstelden in april de financiële markten door het staakt het vuren en het verlengen van de onderhandelingen tussen de VS en Iran. Aandelen stegen 8,8%. Aandelen van opkomende markten stegen met 12,7% en herstelden sterker dan de 8,1% van de ontwikkelde markten.

In de eurozone is de rente iets opgelopen door oplopende inflatieverwachtingen waardoor de portefeuille vastrentende waarden onder druk stond, maar een dalende risicopremie zorgde voor een totaalrendement van 0,1%. Zo profiteerden bedrijfsobligaties van dalende risicopremies en behaalden 0,9% rendement. Het totaalrendement van de portefeuille was positief en bedroeg 4,1%.

“Duidelijk is inmiddels geworden dat de geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor een grotere volatiliteit in de financiële markten wat van invloed is op de maandelijkse ontwikkeling van de dekkingsgraden van pensioenfondsen”, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland. “Voor pensioenfondsen die nog moeten gaan invaren brengt dit meer onzekerheid over de voorspelbaarheid van de hoogte van de dekkingsgraad op het transitiemoment.”

Indicatief rendement voor beschikbare premieregelingen positief
De rendementen voor beschikbare premieregelingen (DC-regelingen) varieerden gemiddeld tussen de 6,4% en de 1,1% voor alle leeftijdscohorten en herstelden van de daling in maart.De rendementen zijn hieronder weergegeven voor alle leeftijden tot 68 jaar. Dit geldt voor lifecycles met een vaste uitkering vanaf de pensioendatum en lifecycles met een variabele uitkering, waarbij ook na de pensioendatum wordt belegd.

 

 

 

 

Alle deelnemers behaalden een positief rendement. Voor oudere deelnemers vanaf ongeveer 55 jaar, die kiezen voor variabele uitkering, was het rendement iets positiever dan de deelnemers die kiezen voor een vaste uitkering.
Deze deelnemers profiteerden meer van het herstel op de aandelenmarkt door hun gemiddeld hogere gewicht aandelen in portefeuille.

Rente gestegen en vermogen gedaald in maart
In april steeg de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld zes basispunten. Voor de langere looptijden steeg de rente nog meer. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,0%. Door de rentestijging nam de waarde van de verplichtingen af met ongeveer 1,7%. Dit, in combinatie met een forse stijging van het vermogen in april, leidde tot de dekkingsgraad van 132%.

Pensioenkloof tussen mannen en vrouwen
Het Nederlandse pensioenstelsel behoort tot de sterkste ter wereld, maar binnen dit stelsel bestaat een duidelijke pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Vrouwen bouwen gemiddeld minder pensioen op, vooral doordat zij vaker in deeltijd werken en gemiddeld lagere salarissen en functies hebben. Omdat pensioenopbouw direct is gekoppeld aan het inkomen, betekent minder werken automatisch minder premie-inleg en dus een lager pensioen. Loopbaanonderbrekingen voor kinderzorg of mantelzorg komen bovendien vaker bij vrouwen voor, wat de kloof verder vergroot.

“Met het nieuwe pensioenstelsel wordt het moment van premie-inleg nog belangrijker”, zegt Frank Driessen, “minder uren werken in de eerste loopbaanjaren kan later grote impact hebben op de hoogte van de pensioenuitkering”. De uiteindelijke pensioenpositie hangt daarnaast af van cao- en regelingsafspraken over pensioenopbouw tijdens betaald en onbetaald verlof. Ook relatievorm speelt een rol: bij scheiding van gehuwden wordt het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen gedeeld, maar dit geldt niet automatisch voor ongehuwd samenwonenden. Bewuste keuzes rond arbeidsduur, verlof en relatievorm zijn daarom cruciaal om financiële kwetsbaarheid op latere leeftijd te voorkomen.

Verzekerde regelingen blijven achter
Verzekeraars zoeken samen met het ministerie van Sociale Zaken naar een noodoplossing voor werkgevers die hun pensioenregeling niet op tijd aanpassen aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Zij overwegen een ‘default’-regeling, waarbij de verzekeraar de bestaande regeling zelfstandig omzet als de werkgever niets doet. Bestaande medewerkers zouden dan onder het overgangsrecht blijven vallen, terwijl voor nieuwe medewerkers en nabestaandenpensioen standaardregels gaan gelden. Omdat dit raakt aan arbeidsrecht en de rol van werkgever en deelnemer, is duidelijke toestemming en kaders van de overheid cruciaal.

“De urgentie is groot”, geeft Frank Driessen aan, “zonder Wtp-proof regeling dreigen fiscale claims, het wegvallen van pensioenopbouw en het ontbreken van dekking voor nabestaandenpensioen na 1 januari 2028”.

Slechts circa 20.000 van de 70.000 pensioencontracten bij verzekeraars en ppi’s zijn omgezet, waardoor de achterstand fors is. Verzekeraars gaan werkgevers nu direct aanschrijven om in actie te komen en wijzen op mogelijke boetes tot €500.000. Het doel is om te voorkomen dat werknemers straks zonder pensioenregeling en zonder nabestaandendekking komen te zitten. Parallel daaraan werkt het Verbond van Verzekeraars met sociale partners en Adfiz aan extra acties binnen het huidige wettelijke kader. De beoogde default-oplossing moet een laatste vangnet vormen voor werkgevers die ondanks alle waarschuwingen niet in beweging komen.