De indicatieve gemiddelde
dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is ondanks slechte
aandelenrendementen gestegen naar 123% in september. De stijging wordt
veroorzaakt door de aanhoudende rentestijging. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van
Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en
gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad
bijhoudt. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde
dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, steeg in september naar 121%.
Daling
totale portefeuille
De portefeuille is in september flink gedaald. De maand werd gedomineerd door
oplopende rente en stijgende olieprijzen. De kapitaalmarktrente begint op te
lopen nu de inflatie maar langzaam afneemt. Zo staat olie voor het eerst sinds
het begin van het jaar boven de 90 dollar per vat, nadat Saoedi-Arabië en
Rusland hun productie- en exportverlagingen tot het einde van het jaar hadden
verlengd.
De Amerikaanse inflatie steeg meer dan verwacht. De Amerikaanse
consumentenprijsindex (CPI) op jaarbasis steeg in augustus met 3,7% ten
opzichte van de 3,2% in juli en is iets hoger dan verwacht. De hogere prijsdruk
werd gedreven door stijgende brandstof- en huisvestingskosten. De kern-CPI,
exclusief voedsel- en energiekosten, daalde verder tot 4,3% op jaarbasis. De
Amerikaanse Federal Reserve (Fed) hield zijn beleidsrente onveranderd op
5,25%-5,5%. De leden voorzien dit jaar echter een verdere verhoging met een
kwart punt en verwachten dat de rente voorlopig langer hoog blijft.
De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde haar rente wel met 25 basispunten tot
4,0%. Dit renteniveau wordt in de Eurozone ook voorlopig aangehouden om de
inflatie terug te brengen tot de doelstelling van 2%.De ECB verhoogde haar
totale inflatieverwachtingen van 5,4% naar 5,6% dit jaar, van 3,0% naar 3,2% in
2024, maar verlaagde in 2025 van 2,2% naar 2,1%. Het verlaagde ook haar
economische groeiprognose van 0,9% naar 0,7% in 2023 en van 1,5% naar 1,0% in
2024.De Chinese centrale bank probeerde door kapitaalreserves bij banken te
verruimen de liquiditeit en het economisch herstel te stimuleren.
Aandelen van ontwikkelde landen daalden met ongeveer 2,6% en aandelen van
opkomende landen met 0,2%. Het zwakke sentiment op de aandelenmarkten en
oplopende rente zorgden voor een 3,3% daling van het beursgenoteerde vastgoed.
Het langer hoog blijven van de rente zorgde voor het oplopen van de lange rente
waardoor de vastrentende portefeuille met ongeveer 9% daalde. De meer risicovolle
obligaties daalden in waarde zoals credits (-0,9%), high yield (-1,2%) en
emerging markets hard currency (-3,2%). Het totale rendement van de
portefeuille daalde deze maand met ongeveer 5%.
Per saldo steeg in een maand tijd de risicovrije rente over de eerste veertig
jaar met gemiddeld 36 basispunten. De waarde van de verplichtingen nam hierdoor
af met bijna 7%.
Ruzie
ligt op de loer
Inmiddels tekent het landschap voor wat betreft de Wtp zich steeds verder af.
Fondsen maken duidelijk wanneer ze overgaan en onder welke voorwaarden. Het
jaar 2026 blijkt het meest populair. Nu die richtingen helder worden, èn
fondsen er financieel wat beter voorstaan, begint aan veel tafels de discussie
over de verdeling van de buffers. Bij veel sociale partners hebben zich
inmiddels ook de verenigingen van gepensioneerden gemeld om het hoorrecht op
het transitieplan uit te oefenen. Alle partijen vinden dat zij recht hebben op
de buffers. De werkgevers voor de compensatie van de afschaffing van de
doorsneepremie en de gepensioneerden voor het gemis aan indexatie.
“Uiteindelijk moet er sprake
zijn van een evenwichtige transitie”, zegt Frank Driessen, CEO Wealth
Solutions, Aon Nederland. “Dat betekent dat er voor alle partijen wat in
moet zitten. Realiseer je ook dat bij niet overgaan de buffers niet uitgedeeld
worden, dus dat je er met elkaar uit moet komen. Ruzie ligt op de loer.
Verplaats je eens in de andere partij en formuleer waaraan de uitkomst moet
voldoen. Dit kan helpen om begrip voor elkaars standpunten te krijgen. Voor
adviseurs is dit een uitdagende tijd. Als goede adviseur moet je dit soort
discussies in goede banen kunnen leiden.”
Evenwichtigheid
Zowel sociale partners moeten in het transitieplan de evenwichtigheid van de
transitie beoordelen, als het pensioenfonds dat, dat bij de opdrachtaanvaarding
moet doen. Het verantwoordingsorgaan moet hier ook naar kijken. Evenwichtigheid
is een thema, waar alle partijen naar moeten kijken en hoe doe je dat op een
objectieve manier? “Wij adviseren om van tevoren na te denken over een
normenkader”, zegt Driessen. “Op die manier kun je de besluitvorming
objectiveren en is voor diverse partijen vooraf duidelijk hoe een en ander
beoordeeld zal worden.”
Transitieplan
Inmiddels is het eerste transitieplan publiek bekend, namelijk het
transitieplan van de CAO-partijen van BPF Vervoer. Daarnaast heeft DNB het
invaarsjabloon gepubliceerd dat fondsen in moeten dienen voor de transitie. Dit
geeft idee bij en richting voor wat er allemaal bij deze transitie komt kijken.
Uitvoerders publiceren routeboekjes over de overgang naar het nieuwe contract.
Duidelijk wordt dat er het nodige komt kijken bij de transitie en specifiek bij het vullen van het transitieplan. De deadline hiervoor is 1 januari 2025. Rekening houdend met hoorrecht, achterbanraadplegingen, betekent dat, dat er de komende maanden veel moet gebeuren bij de sociale partners. “De druk op de sector is onverminderd groot”, zegt Driessen. “De uitdaging is om snelheid niet ten koste te laten gaan van de zorgvuldigheid. Het is daarom van belang om voldoende capaciteit vrij te maken en de risico’s in beeld te brengen.”








