Dekkingsgraden pensioenfondsen stijgen ook in september door nieuwe sterftetafels

De indicatieve* gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in september gestegen naar 136%. Een stijging van de rente in combinatie met bescheiden aandelenrendementen droegen bij aan een stabiele dekkingsgraad. Nieuwe prognoses voor de levensverwachting van deelnemers, ook wel de sterftetafel genoemd, zorgden daarnaast voor een plus van ongeveer 1%. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, liep in september op naar 130%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Stijgende rente en geopolitieke onrust
September werd gekenmerkt door een stijging van de rente voor belangrijke rentemarkten zoals Amerika, Duitsland en Frankrijk. Zo liep de benchmark voor de Duitse tienjaarsrente op van 3,23% eind augustus naar 3,58% eind september. De Amerikaanse tienjaarsrente steeg van 4,75% naar 5,28%, duidelijk boven de psychologische grens van 5%. Door de toegenomen politieke onzekerheid steeg de Franse tienjaarsrente relatief sterk: van 4,17% naar 4,83%.
Rentes stegen wereldwijd door een aantal oorzaken: het uitblijven van een oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten, robuuste economische cijfers en zorgen over aanhoudende inflatie en omvangrijke overheidsfinancieringsbehoeften. Vanaf de eerste week van september liep de prijs van Brentolie op tot boven de honderd dollar. Dreigingen rond de Straat van Hormuz en Bab el-Mandeb, schade aan energie-infrastructuur en lage voorraden hielden de markt gespannen.
De ECB verhoogde de beleidsrente naar 2,5%. Ook de Federal Reserve en de Bank of Japan verhoogden de rente met 25 basispunten; de Bank of England liet de rente ongewijzigd. Fed-voorzitter Warsh zette daarmee de monetaire verkrapping voort, ondanks duidelijke signalen vanuit de regering-Trump dat een ruimere koers de voorkeur genoot. De combinatie van sterke groei en aanhoudende prijsdruk leidde tot meer hawkish uitingen van centrale banken.

Wereldwijde aandelenmarkten lieten een wisselend beeld zien, maar waren over de vier gerapporteerde weken in euro’s licht positief. Technologie- en AI-gerelateerde ondernemingen bleven relatief sterk. Het positieve groeibeeld bood steun, maar oplopende obligatierentes drukten tegelijkertijd op waarderingen. Er waren grote regionale verschillen: Noord-Amerikaanse en Aziatische markten kenden sterke weken, terwijl delen van Europa achterbleven.

In september stegen de aandelen met 0,2%. Aandelen uit ontwikkelde markten liepen iets terug met 0,1% en opkomende markten stegen met 1,7%. Door stijgende inflatieverwachtingen en verhoging van de beleidsrente liep de rente op, waardoor de vastrentende waardenportefeuille met 3,4% daalde. Het totaalrendement van de portefeuille bedroeg -1,7%.

Rente stijgt en vermogen daalt in september, nieuwe sterftetafel zorgt voor een plus
In september steeg de risicovrije rente over de eerste dertig jaar met gemiddeld 23 basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,1%. Door de rentestijging nam de waarde van de verplichtingen af met ongeveer 2%. Dit leidde, in combinatie met een daling van het vermogen in september, tot een dekkingsgraad van 135%. Maar de fondsen kunnen een plus bijschrijven door de nieuwe sterftetafel. Het gaat gemiddeld om 1,2 procentpunt. De daling is groter bij vrouwen, omdat hun levensverwachting sterker naar beneden is bijgesteld. Fondsen met veel vrouwen zullen een grotere impact zien en vice versa. Per saldo leidt dit tot een dekkingsgraad van 136%.

Transitie naar nieuw pensioenstelsel ziet er financieel gezien rooskleurig uit
Zorgen die leven bij deelnemers van fondsen die nog niet overgegaan zijn naar het nieuwe stelsel zijn bijvoorbeeld: ‘pakt het voor mij ook goed uit?’ en ‘heb ik er geen last van dat mijn fonds nog niet over is?’. ‘Deelnemers die bij fondsen zitten die nog over moeten, hoeven zich vooralsnog geen zorgen te maken’, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland. ‘Het ziet er rooskleurig uit.’ Daarnaast hebben veel fondsen voor beschermingsconstructies gekozen, zodat de financiële positie in ieder geval deels intact blijft voor het invaren. Het is mooi als de fondsen die nog gaan invaren ook wat te verdelen hebben. Dan kan er sprake zijn van een robuuste start in het nieuwe stelsel.

‘Inmiddels blijkt gelukkig ook dat het vertrouwen in het nieuwe stelsel is toegenomen’, gaat Driessen verder. Een voor de hand liggende reden is de sterke financiële positie van fondsen en de invaarbonussen. ‘Het is heel fijn dat er sprake is van een trendbreuk en het vertrouwen toeneemt. Laten we als sector hard werken om dit vertrouwen waar te maken’, besluit hij.

Compensatieproblematiek: geen oplossingen, aandacht voor financiële situatie werknemer nodig
De afgelopen maanden was er veel aandacht voor de gevolgen van het wisselen van baan en het mislopen van compensatie [1].
In antwoord op Kamervragen heeft de minister opnieuw aangegeven dat er vooralsnog geen oplossing komt. ‘Het is van groot belang hier op te letten, want het gaat om serieus geld’, zegt Driessen. ‘Ook vragen wij aandacht voor de gevolgen van een baanwissel voor medewerkers die deelnemen aan een verzekerde regeling.’ Bij een verzekerde regeling kan de werkgever ervoor kiezen om de regeling uit te laten lopen voor de bestaande groep medewerkers en alleen voor nieuwe medewerkers naar een vlakke premie over te gaan. Dit heet eerbiedigende werking. ‘Als medewerkers in zo’n regeling zitten, is er eigenlijk sprake van gouden kettingen’, zegt Driessen. ‘Om de volledige pensioenopbouw te krijgen moet je bij de werkgever blijven. Wil je toch wisselen van baan, dan moet je met een nieuwe werkgever in onderhandeling om een compensatie te ontvangen, want bij de nieuwe werkgever zal sprake zijn van een vlakke premie. Het is echter zeer de vraag, zeker in het licht van de wetgeving rond loontransparantie, of een compensatie geregeld kan worden. Dit is een serieuze zorg’, zegt Driessen.
Driessen wijst daarnaast op de mogelijkheid om fiscaal gefaciliteerd bij te sparen in de derde pijler. ‘Dit kan een oplossing zijn voor deelnemers die compensatie mislopen en wel financiële ruimte hebben om zelf wat opzij te zetten. De praktijk leert echter dat dit voor medewerkers complex is. Het wordt steeds belangrijker dat deelnemers inzicht krijgen in hun financiële situatie. Ook omdat er meer keuzes zijn. Wij pleiten daarom voor een communicatiestrategie waarin inzicht via tools gecombineerd wordt met persoonlijke gesprekken’, aldus Driessen.

WIA-uitdagingen, bezuinigingen van de baan
Na stakingen en diverse gesprekken met de oppositiepartijen heeft het kabinet besloten de bezuinigingen op de sociale zekerheid te schrappen. Er wordt onder andere afgezien van een verlaging van het maximum dagloon. ‘Veel werkgevers bieden de werknemers verzekeringen aan die het WGA-hiaat en/of het WIA-excedent dekken’, zegt Driessen. Het verlagen van het maximum dagloon zou direct impact hebben op deze verzekeringen. Voor het WGA-hiaat worden de dekking en premie lager, voor het excedent, het gedeelte boven het maximum dagloon, worden de dekking en premie hoger. ‘Vooralsnog hoeven werkgevers zich wat dit onderdeel betreft geen zorgen te maken.’ Dat neemt niet weg dat het WIA-dossier aandacht vraagt. De instroom in de WIA is de afgelopen jaren fors toegenomen. Dat is geen eenmalige uitschieter, maar een duidelijke trend. Deze ontwikkeling raakt zowel pensioenfondsen als werkgevers: van de vaststelling van de risicopremies tot het beleid rond duurzame inzetbaarheid. ‘Grip op verzuim is essentieel in een tijd waarin toenemende arbeidsongeschiktheid kosten, reserves en bovenal de medewerkers raakt’, besluit Driessen.