Bestuursbeloningen in Europese financiële sector verkleinen kloof met Noord-Amerika, waarbij mannelijke bestuurders in Europa meer verdienen dan hun wereldwijde collega’s

Volgens de meest recente ´EY Global Financial Services Boardroom Monitor´ stegen de beloningen in bestuurskamers van Europese financiële instellingen in 2025 met 10%. Dit is meer dan het dubbele van de stijging in Noord-Amerika (4,5%) en Azië-Pacific (4,7%) en ligt aanzienlijk boven de wereldwijde looninflatie (3,5%).

De gemiddelde beloning in besturen van Europese financiële instellingen bedroeg in 2025 $314.148, een stijging ten opzichte van de $285.487 in 2024. In dezelfde periode steeg de gemiddelde beloning van bestuurders in de financiële sector in Noord-Amerika met 4,5% tot $350.847 (tegenover $335.821), terwijl de beloning in Azië-Pacific (APAC) met 4,7% toenam tot $273.006 (tegenover $260.648 het jaar daarvoor).

De ´trans-Atlantische beloningskloof´tussen Europese en Noord-Amerikaanse besturen is in 2025 kleiner geworden: Europese besturen krijgen nu gemiddeld 10,5% minder betaald dan hun Noord-Amerikaanse tegenhangers, tegenover 15% minder in 2024. In absolute cijfers daalde het verschil op jaarbasis met 27% tot een beloningsverschil van $36.699 in 2025, vergeleken met $50.334 in 2024.

Mannen vs vrouwen

Beloning van mannelijke niet-uitvoerende bestuurders in Europa overstijgt die in Noord-Amerika, terwijl de kloof voor vrouwen blijft bestaan. Achter de algemene gemiddelden gaan echter opvallende verschillen in beloning tussen mannen en vrouwen schuil. Ondanks de stijgende beloningen in de bestuurskamer kent Europa nog steeds de grootste beloningskloof tussen mannen en vrouwen van de drie regio’s. In 2025 verdienden vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders in Europa 38,9% minder dan hun mannelijke collega’s, tegenover 30,2% in APAC en 7,1% in Noord-Amerika. Dit verschil bleef bestaan ​​ondanks het feit dat de beloning voor vrouwen in 2025 met 13% steeg, terwijl die voor mannen met 9,2% toenam.

In 2025 ontvingen mannelijke niet-uitvoerende bestuurders bij Europese financiële dienstverleners gemiddeld $381.894; dit ligt boven het Noord-Amerikaanse gemiddelde van $360.770 voor mannelijke niet-uitvoerende bestuurders. Ter vergelijking: vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders in Europa ontvingen gemiddeld $233.365, terwijl hun vrouwelijke collega’s in Noord-Amerika gemiddeld $335.073 verdienden.

Omar Ali CBE, EY Global Financial Services Leader, zegt hierover: “In de afgelopen twaalf maanden hebben Europese financiële dienstverleners fors geïnvesteerd in bestuurstalent, als reactie op de grensoverschrijdende concurrentie om vaardigheden en ervaring. De algemene gemiddelden maskeren echter een aanzienlijke beloningsongelijkheid: vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders in Europa verdienen nog steeds aanzienlijk minder dan hun mannelijke collega’s. Nu besturen werken aan opvolgingsplanning – ook voor commissievoorzitters – en nadenken over de benodigde ervaring voor de komende jaren, verdienen de oorzaken van de beloningsongelijkheid tussen mannen en vrouwen (vooral in Europa en Azië) extra aandacht. Zo kan worden gewaarborgd dat structurele onevenwichtigheden proactief worden aangepakt in plaats van versterkt.”

Beloning van bestuursvoorzitters stijgt meer dan twee keer zo snel als die van andere bestuurders

De complexiteit van de functie, macro-economische uitdagingen en de tijdsinvestering hebben bijgedragen aan een hogere waardering voor de rol van bestuursvoorzitter in 2025. De gemiddelde wereldwijde beloning voor bestuursvoorzitters steeg met 13,7% tot $755.136, vergeleken met een stijging van 5,8% voor andere niet-uitvoerende bestuurders, wier gemiddelde beloning uitkwam op $296.706. Bestuursvoorzitters ontvangen nu 2,5 keer de gemiddelde beloning van andere niet-uitvoerende bestuurders, tegenover twee keer zoveel in 2021.

Europa kende de sterkste stijging van de beloning voor bestuursvoorzitters: een toename van 19,7% tot $846.408 in 2025. De beloning voor voorzitters steeg met 6,5% in APAC en met 5,9% in Noord-Amerika. De stijging voor andere bestuurders lag in alle drie de regio’s lager: 9,1% in Europa, 4,8% in Noord-Amerika en 2,0% in APAC.

Van de totale wereldwijde groep niet-uitvoerende voorzitters is 88% man en 12% vrouw; ter vergelijking: bij de groep niet-uitvoerende bestuurders die geen voorzitter zijn, is de verdeling 57% man en 43% vrouw. Dit verschil biedt context bij de loonkloof tussen mannen en vrouwen in de bestuurskamer.

Ali zegt hierover: “De toenemende kloof tussen de beloning van voorzitters en andere bestuurders – met name in Europa – wijst erop dat bedrijven een hogere financiële waarde toekennen aan de persoonlijke verantwoordelijkheid die gepaard gaat met de hoogste bestuursfunctie.  bvHet profiel van de jongste bestuurders is een belangrijke indicator voor de manier waarop de bestuurskamers in de sector zich ontwikkelen. Hoewel vrouwen in de meerderheid zijn binnen de groep onder de 50 jaar – waar de gemiddelde beloning van mannen en vrouwen grotendeels gelijk is – vormt deze groep nog steeds slechts een klein deel van het totale aantal bestuurders.”

Hij vervolgt: “ De veel grotere beloningsverschillen bij oudere bestuurders wijzen op de diepgewortelde beloningsdynamiek die historisch gezien is ontstaan. Bij het plannen van opvolging moeten bedrijven niet alleen kijken naar de ervaring en vaardigheden die zij van hun bestuurders verwachten, maar ook rekening houden met vertegenwoordiging en een eerlijke beloning.”