VeiligheidNL: Forse toename vuurwerkslachtoffers op spoedeisende hulp

\Afgelopen jaarwisseling belandden 1.239 vuurwerkslachtoffers op de spoedeisende hulp (SEH) of bij een huisartsenspoedpost (HAP). Dat is 7% meer dan de 1.162 slachtoffers van de vorige jaarwisseling. Waar de huisartsenspoedposten wat minder slachtoffers zagen (-4%), steeg dit aantal op de SEH sterk met 29%. Ondanks deze toename bleef de verhouding in letsels door legaal en illegaal vuurwerk gelijk. Verder viel op dat veel kinderen zwaargewond raakten door vuurwerk dat zij vonden en opnieuw afstaken. Iets meer dan de helft van de slachtoffers was jonger dan 20 jaar

Net als tijdens de vorige jaarwisseling vormden brandwonden letseloorzaak nummer in: 37% van alle vuurwerkletsels tegen 40% bij de overgang van 2024 maar 2025. Op de tweede plaats volgen oogletsels: 32% van alle vuurwerkslachtoffers liep oogletsel op, hetzelfde percentage als tijdens de vorige jaarwisseling. Het aantal slachtoffers  dat gehoorschade  leed door vuurwerk steeg van 6% naar 75.

 

Na twee jaren van lichte daling, is het aantal vuurwerkslachtoffers dat op de spoedeisende hulp of bij een huisartsenspoedpost werd behandeld weer gestegen (+7%). Het merendeel van de slachtoffers werd op een huisartsenspoedpost gezien. Toch daalde het aantal daar net 4%van 795 in 2024-2025, naar 765 bij de afgelopen jaarwisseling. Het aantal slachtoffers op de spoedeisende hulp nam daarentegen substantieel toe. Met een stijging van 367 naar 474 slachtoffers, een toename met 29,2%, lag dit aantal op het hoogste punt sinds de jaarwisseling van 2016-2017.

Niet meer slachtoffers door illegaal vuurwerk

Vergeleken met eerdere jaarwisselingen bleef de verdeling tussen afstekers en omstanders vrijwel gelijk (respectievelijk 52 en 48%). Wederom was vier op de vijf slachtoffers man. Ook waren er geen grote verschuivingen zichtbaar in het aantal ziekenhuisopnames (9%) na een bezoek aan de spoedeisende hulp. Hoewel er daar meer ernstige letsels waren door de toename van het aantal slachtoffers, bleef de verhouding in vuurwerkslachtoffers door legaal en illegaal vuurwerk vrijwel gelijk.

“Ten minste vier op de tien letsels kwam door vuurwerk dat tijdens de afgelopen jaarwisseling legaal was”, vertelt Martijntje Bakker, directeur bij VeiligheidNL. Denk daarbij onder meer aan fonteinen, grondbloemen en sterretjes.  “De toename van slachtoffers op de spoedeisende hulp kan dus niet worden verklaard door meer illegaal vuurwerk. Wel heeft men bij deze, waarschijnlijk laatste, jaarwisseling zonder vuurwerkverbod mogelijk meer risico genomen. Zo zien we dit keer ook een twintigtal amputaties, waar het in eerdere jaren om een tiental ging.” Bij illegaal vuurwerk moet gedacht worden aan bijv. knalvuurwerk en vuurpijlen.

Afgestoken vuurwerk vaker opgeraapt

Meer dan de helft van alle vuurwerkslachtoffers (54%) was jonger dan 20 jaar. Daarbij valt op dat er dit jaar veel letsel ontstond door vuurwerk dat werd opgeraapt en opnieuw werd afgestoken. Het ging in totaal om een veertigtal gevallen, waarbij het negen van de tien keer ging om kinderen onder de 14 jaar. Dit leidde tot ernstige verwondingen, verklaart de toename op de spoedeisende hulp ten dele, en werd in eerdere jaren veel minder vaak gezien.

“Ondanks alle voorlichting over het belang van vuurwerkbrillen, afsteeklonten en het niet opnieuw afsteken van vuurwerk dat op straat ligt, zijn er ieder jaar veel letsels te betreuren die voorkomen konden worden. Zo droeg maar zeven procent van alle slachtoffers een vuurwerkbril”, vervolgt Bakker. “Een algemeen verbod op oudejaarsvuurwerk kan op korte termijn al leiden tot een aanzienlijke afname van vuurwerkslachtoffers en bevordert de eenduidigheid van handhaving. Op de langere termijn draagt het hopelijk bij aan het creëren van een nieuwe norm, waarbij ook ernstig letsel door zwaar illegaal vuurwerk kan worden voorkomen.”

Infographic vuurwerkletsel 2025-2026