Slecht zicht door auto’s die te dicht bij de hoek geparkeerd staan of door tuinen met te hoge heggen zorgen regelmatig voor fiets-auto-ongevallen op woonstraten waar 30 km/uur mag worden gereden. Dit blijkt uit een onderzoek van SWOV naar dit type aanrijdingen.
Zichtbelemmering
Bij bijna de helft van de 23 onderzochte ongevallen speelde beperkte zichtafstand een rol. Het ging vooral om kruispunten waar huizen, begroeiing of geparkeerde voertuigen het zicht tussen fietser en automobilist beperkten. “Een verkeersdeelnemer heeft dan vaak nog maar een fractie van een seconde om te remmen of uit te wijken,” zegt SWOV-projectleider Ragnhild Davidse.
Kruispunten vrij houden en zichtlijnen open
Om vergelijkbare ongevallen te voorkomen, adviseert SWOV gemeenten om zichtlijnen vrij te houden en obstakels binnen de zogenoemde zichtdriehoek te verwijderen of te verlagen. Dat betekent onder meer:
- Parkeerhavens op grotere afstand van het kruispunt plaatsen (minimaal vijf meter);
- Maximale hoogte van erfafscheidingen in voortuinen voorschrijven en handhaven (ongeveer één meter);
- Kruispunten accentueren met een plateau, zodat weggebruikers hun snelheid tijdig verlagen
Verder onderzoek
Verder onderzoek kan helpen om kruispunten binnen woonwijken veiliger te maken. Zo wordt aanbevolen om te onderzoeken hoe groot de zichtdriehoeken op kruispunten minimaal moeten zijn. Ook zou bekeken moeten worden of er ruimere zichtafstanden op kruisingen in acht moeten worden. Kruispunten op 30 km/uur-wegen zijn ontworpen op fietsers die de kruising met 20 km/uur naderen. Maar nu er steeds meer op elektrische fietsen wordt gereden, ligt die naderingssnelheid mogelijk hoger. Ook kan een afzonderlijk onderzoek naar het gedrag van fietsers op kruispunten tot nuttige inzichten leiden.
Links











