Rapport SWOV: Nullimiet alcohol en drugs is duidelijke norm, maar levert meer werk op voor politie

 

Een nullimiet voor alcohol en drugs in het verkeer klinkt eenvoudig: nul is het veiligst. Maar een nullimiet zal mogelijk ook meer werk voor politie en opsporingslaboratoria betekenen, terwijl er niet per se sprake hoeft te zijn van een hogere ongevalskans. Bij cannabis kan THC bijvoorbeeld nog langere tijd aantoonbaar zijn, terwijl er geen sprake meer is van invloed op de rijgeschiktheid. Bij een nullimiet komt daarmee meer nadruk te liggen op de norm en minder op de directe verhoging van het verkeersveiligheidsrisico. Dit blijkt uit het nieuwe SWOV-rapport De effecten van een nullimiet voor alcohol en drugs op handhaving

De huidige wettelijke limieten zijn gekoppeld aan het verkeersveiligheidsrisico. Voor ervaren bestuurders geldt voor alcohol een limiet van 0,5 promille en voor beginnende bestuurders 0,2 promille. Vanaf 0,2 promille kan er al sprake zijn van een toename van het ongevalsrisico; bij 0.5 promille is dat risico toegenomen tot 1,4. Bij een nullimiet kan iedere aantoonbare hoeveelheid voldoende zijn voor een overtreding, ook als geen verhoogd verkeersveiligheidsrisico is aangetoond.

Drugs kunnen lang aantoonbaar blijven

Na het gebruiken van cannabis kunnen nog lange tijd kleine hoeveelheden THC aantoonbaar zijn. Een nullimiet kan daardoor betekenen dat iemand ook langere tijd na drugsgebruik geen voertuig mag besturen.Bij alcohol begint de politie met een blaastest. Bij een nullimiet moet in principe iedere bestuurder bij wie alcohol wordt gemeten mee naar het politiebureau voor een ademanalyse, wat meer politiewerk oplevert.

Aanbevelingen

Bij drugs volgt na een positieve speekseltest bloedonderzoek. Meer positieve zaken betekenen daarmee meer druk op politie, medisch personeel en laboratoria. Een alternatief is een tweede speekselmonster als juridisch bewijs. Dat kan de procedure versnellen, maar er zijn nog vragen over betrouwbaarheid en juridische houdbaarheid. Een keuze voor een nullimiet zal volgens SWOV sowieso samen moeten gaan met de nodigde investeringen in de opsporingscapaciteit. Ook zal onderzocht moeten worden of de tweede speekseltest als bewijs, juridisch houdbaar is.

SWOV interviewde politiemedewerkers en bestudeerde methoden en ervaringen in acht landen met strengere limieten of zero-tolerancewetgeving.