| Veel woningkopers vinden het goed dat er regels zijn rondom het risico op funderingsschade. Maar 86%t van de ondervraagde kopers nemen het funderingsrisico niet op als voorbehoud wanneer zij een bod doen. Bovendien blijkt dat verkopers een slechte uitkomst via een second opinion in een goede uitkomst kunnen omtoveren., zo blijkt uit een onderzoek van Radar.
Sinds 1 april 2026 zijn er nieuwe regels rondom het rapporteren van het risico op verzakkingen. Zo moet je, als een hypotheekverstrekker een taxatie verplicht, daarbij sinds 1 april dit jaar verplicht een funderingsrisico-onderzoek worden gedaan. Daar komt een label A (laag risico) tot en met E (hoog risico) uit. Als woning een label D of E krijgt, moet voor de taxatie nader onderzoek worden uitgevoerd. Zo’n vervolgonderzoek heet een “quickscan” of fase-0-onderzoek”, de uitkomst daarvan heet een ‘funderingsattest’ (een schriftelijk bewijs) en geeft een ‘laag’, ‘midden’ of ‘hoog’ risico aan. Deze regels gelden overigens voor zowel woonhuizen als appartementen. Verkopers bieden weinig informatie Dat de fundering een risico kan opleveren, daar zijn veel mensen wel van op de hoogte. Van de 750 ondervraagde mensen die op dit moment actief op zoek zijn naar een koopwoning, denkt twee derde weleens na over de staat van de fundering van een potentiële woning. Dat betekent echter ook dat één op de drie daar dus niet over nadenkt. Nog geen kwart is in de zoektocht weleens informatie over fundering en het risico op verzakkingen tegengekomen, in welke vorm dan ook, de grootste groep ziet hier geen informatie over. Het funderingsrisico als voorbehoud Toch nemen mensen het funderingsrisico niet mee als voorbehoud wanneer zij een bod doen. Van alle ondervraagden die sinds 1 april dit jaar een bod hebben gedaan, bijna 400 mensen, deed slechts 5% dit specifiek onder voorbehoud van een keuring van de fundering. Nog eens 11% bouwde een voorbehoud van bouwkundige keuring in waarbij de fundering werd meegenomen. Bij veruit de grootste groep, 86%, is de fundering geen onderdeel van het bod. zij bieden wel onder voorbehoud van een bouwkundige keuring, maar daarin wordt de fundering niet specifiek meegenomen (21%) of bieden helemaal niet onder voorbehoud van iets bouwkundigs (65%). 17% van de ondervraagde bieders (69 mensen) heeft een taxatie inclusief funderingsrisico-onderzoek laten uitvoeren. 10 mensen kregen daar een label D of E uit, wat betekent dat het risico op problemen met de fundering hoog is. Daarvan geven de meesten aan dat deze uitkomst invloed heeft op de aankoop: ze willen de woning niet meer, ze kunnen een minder hoge hypotheek krijgen of komen voor extra kosten te staan. Een beter rapport via een second opinion Onder de via het Radar Panel ondervraagden bevinden zich ook ruim 300 mensen die sinds 1 april dit jaar een woning hebben verkocht of te koop gezet. Daarvan heeft 11%t (35 mensen) voor de verkoop alvast een funderingsattest laten opstellen. Zo zouden kopers zogenaamd al weten waar ze aan toe zijn. Het maakt dan voor de hypotheek niet meer uit welk label je krijgt; het vervolgonderzoek is al gedaan. Van de 35 verkopers die vooraf een funderingattest lieten opstellen, kwam daar bij 11 verkopers een midden of hoog risico uit. Van deze 11 mensen hebben er zes een second opinion laten uitvoeren. Bij 4 van hen kwam daar vervolgens een ‘beter’ rapport uit, dus eentje die een lager risico aangeeft. Voor de hypotheekverstrekker is het dan in orde, maar zoals in de uitzending van Radar over dit onderwerp wordt uitgelegd: als koper weet je dan nog altijd niet wat de werkelijke staat van de fundering is. Zekerheid? Graag. Onnodige kosten? Nee. Over het algemeen staan kopers, en in mindere mate ook verkopers positief tegenover het funderingslabel; zij zien in dat er een risico is. “Erg belangrijk om te weten, om ongeziene kosten te vermijden”, schrijft iemand. Er zijn echter ook sceptische geluiden, waarbij mensen vooral vrezen voor onnodige kosten: ”Geen idee wat het toevoegt, lijkt op schijnzekerheid met daarbij weer een businessmodel voor nieuwe burootjes.”
|
|
|
|









