OVV: ”Veiligheid van mensen met een EPA vraagt om kunnen doen wat nodig is

 

De veiligheid van de 250.000 volwassenen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun omgeving vraagt om vroegtijdige, domeinoverstijgende en passende zorg en ondersteuning. Het huidige stelsel ondersteunt de groep mensen met een ernstige psychische aandoening onvoldoende en belemmert de behoefte aan maatwerk. De Onderzoeksraad voor Veiligheid pleit voor meer ruimte voor maatwerk, passende financiering en intensieve samenwerking tussen professionals, organisaties en naasten.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceert het rapport ‘Kunnen doen wat nodig is’ over passende zorg, ondersteuning en veiligheid voor ernstig psychische kwetsbare personen en hun omgeving. In Nederland hebben zo’n 250.000 volwassenen terugkerende psychische klachten, vaak in combinatie met problemen op andere levensgebieden zoals wonen, werk, financiën en sociale relaties. Dit zorgt voor veiligheidsrisico’s voor henzelf en soms ook voor hun omgeving.

Koppig optimisme

Scott Douglas, raadslid bij de Onderzoeksraad: “Veel mensen maken zich zorgen over de veiligheid van en rondom mensen met een ernstige psychische aandoening, denk aan familieleden, buren, burgemeesters en mensen uit de zorgsector. We hebben gekeken naar welke passende zorg en ondersteuning er binnen het huidige stelsel mogelijk zijn, ondanks alle barrières die daarbij aan de orde zijn. Dat vat ik graag samen onder de term koppig optimisme. Dus aankloppen op een deur van iemand die zorg mijdt, en dat blijven doen. Ook al duurt het misschien een jaar of zelfs langer voordat je in gesprek komt. Op dit moment lukt het diverse vernieuwende initiatieven op verschillende plekken in het land om toch passende zorg en ondersteuning te bieden. De stelselpartijen zouden eenzelfde koppig optimisme moeten inzetten om voor deze vernieuwende manieren van werken steeds meer ruimte te maken.

Aanbevelingen, minister BZK heeft coördinerende rol

Vernieuwende initiatieven die we nu zien om mensen met een EPA te helpen, hebben ruimte weten te creëren om te kunnen doen wat nodig is. De Onderzoeksraad ziet wel dat partijen daarbij in de praktijk tegen belemmeringen en knelpunten aanlopen. Daarom hebben ze praktische ondersteuning nodig vanuit de Rijksoverheid. De Onderzoeksraad beveelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan om de landelijke aanpak verward of onbegrepen gedrag aan te passen en daarbij drie uitgangspunten te hanteren:

  • maak van gezamenlijk werken tussen partijen de norm
  • versterk de samenwerking tussen formele en informele zorg en ondersteuning
  • richt de aanpak blijvend op de brede groep van circa 250.000 volwassenen met een EPA.

Scott Douglas: “De minister kan deze uitgangspunten vertalen naar acties die professionals en naasten helpen te doen wat nodig is. Denk hierbij aan het expliciteren van de bestaande professionele ruimte, het stimuleren van domeinoverstijgende financiering en het ruimer beschikbaar maken van ggz-expertise voor andere partijen. Voor de veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening is het verder belangrijk dat er meer ruimte komt voor bemoeizorg en dat er meer behandel- en woonplekken komen.”

Lees het volledige rapport op de onderzoekspagina: ‘Kunnen doen wat nodig is