Ook rechtbank Midden-Nederland hanteert lagere rekenrente

Nadat op 9 juli 2019 de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor het eerst oordeelde dat de door verzekeraars gehanteerde rekenrentepercentages te hoog zijn, heeft nu ook de rechtbank Midden-Nederland aansluiting gezocht bij de conceptrichtlijn rente en inflatie van De Letselschade Raad. Met deze uitspraak lijkt de conceptrichtlijn, ondanks een gebrek aan unanimiteit binnen de Raad, toch de norm te worden, meldt advocatenkantoor Vogelaar Bosch Spijer Advocaten in een reactie op de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.

Op 25 september 2019 is door de rechtbank Midden-Nederland een baanbrekende beschikking gewezen. Deze beschikking gaat over het aan te houden rendement- en inflatie (kapitalisatie) bij de vaststelling van letselschade. In een uitgebreid gemotiveerde beschikking oordeelt de rechtbank dat in de aan hem voorgelegde zaak de volgende percentages aangehouden moeten worden bij de kapitalisatie van de letselschade:

De Letselschade Raad
De discussie over het aan te houden rendement en de aan te houden inflatie bereikte ook de Letselschade Raad. Die heeft de werkgroep normering gevraagd om een concept richtlijn kapitalisatie op te stellen. Hier is de commissie meer dan twee jaar bezig geweest. Dit concept noemde de hierboven aangeduide rentepercentages. Helaas is deze conceptrichtlijn nooit omgezet naar een echte richtlijn. Dat is door verzekeraars geblokkeerd. Naar verluidt omdat zij deze percentages niet reëel, want te duur, vonden. Daarmee was het overleg in de polder – helaas – mislukt.

” Met deze beschikking in deelgeschil spreekt zich in korte tijd een tweede rechter uit over de aan te houden uitgangspunten bij de kapitalisatie van letselschades. Daar waar in het verleden 6% rendement en 3% inflatie gold, is dat heden ten dage niet meer verdedigbaar. Het is jammer dat het niet gelukt is om in de polder (De Letselschade Raad) tot een oplossing te komen. Het is echter goed om te zien dat als de onderhandelingen in de polder stokken slachtoffers altijd kunnen aankloppen bij de overheidsrechter.

Nu er twee verschillende rechters in korte tijd beiden tot het oordeel zijn gekomen dat vooralsnog gerekend kan en moet worden met is dat wat mij betreft de nieuwe standaard. Daarbij is de status van de conceptrichtlijn niet van belang. Die richtlijn heeft het immers helaas niet gehaald. Dat zij zo, maar in het vervolg wikkelen wij wat mij betreft vooralsnog alle schades af op basis van deze – door de rechter vastgestelde – percentages. Daarmee hebben de slachtoffers in ieder geval een redelijke kans dat de door hen ontvangen schadevergoeding toereikend zal zijn om de jaarlijks de jaarschade aan het kapitaal te onttrekken.”

(Bron: Vogelaar Bosch Spijer Advocaten)