Om meer grip te krijgen op branden zetten het KNMI, de brandweer, het NIPV, Staatsbosbeheer en het ministerie van Landbouw samen een nieuw centrum voor brandpreventie op. Hier zullen ze zich vooral richten op het beter in kaart brengen van toekomstige natuurbrandrisico’s. Door de samenwerking hopen ze onder meer sneller de risico’s te kunnen signaleren en daardoor ook tijdig in te kunnen grijpen, meldt Trouw.
Sinds 2017 ligt het aantal natuurbranden rond de 600 per jaar. Veel van deze branden ontstaan op heidegebieden, waar droge planten en bomen vlam vatten. Vooral in het voorjaar ziet de brandweer vaak een piek. Ook in de zomer, bijvoorbeeld op campings waar veel mensen verblijven, neemt het aantal natuurbranden toe.
Topografie, brandstof en meteorologie.
Volgens Lone Mokkenstorm, klimaatwetenschapper van het KNMI, draait het bij natuurbranden om een samenspel van drie factoren: topografie, brandstof en meteorologie. Oftewel: hoe ziet het landschap eruit, wat groeit er, en welk weertype komt er voor? In gebieden met veel droge vegetatie – zoals heide en duinen – kan vuur zich snel verspreiden.”
De brandstof is daarbij cruciaal. Hoe meer droge takjes, gras en struiken, hoe groter de kans dat een kleine vonk uitgroeit tot een brand, legt Mokkenstorm uit. Het veranderende weer speelt ook een rol. Als het minder regent, er meer zon is en de temperaturen stijgen, dan kan deze combinatie ervoor zorgen dat planten sneller uitdrogen en eerder in brand vliegen. “De wind bepaalt vervolgens de richting en snelheid van het vuur. Vooral in het zuidoosten van Nederland kunnen branden zich onder zulke omstandigheden onverwacht snel ontwikkelen.”
Datagedreven modellen
In opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt gewerkt aan datagedreven modellen die het risico op natuurbranden vroegtijdig kunnen voorspellen. Dit zal volgens KNMI-wetenschapper Jouke de Baar één van de belangrijkste dingen zijn waaraan het nieuwe Nationaal Centrum voor Natuurbrandbeheersing gaat werken. “In dit centrum kijken we of er, op basis van de temperatuur, de wind en de luchtvochtigheid, veel kans is op brand.”
Die inzichten worden gebundeld in dashboards. Daarmee kunnen hulpdiensten en beleidsmakers sneller prioriteiten stellen. Het blijft een inschatting, benadrukt de Baar. “We weten nooit zeker of er die dag ook daadwerkelijk een brand uitbreekt, maar op deze manier kunnen we daar tijdig op ingrijpen.”
KNMI start met verwachting voor natuurbranden
Ook in Nederland neemt het natuurbrandrisico toe. Daarom maakt het KNMI vanaf deze maand een natuurbrandverwachting, waarbij we nauw samenwerken met hulpdiensten en specialisten op het gebied van natuurbranden. Door data en kennis van weer en natuurbranden te combineren, ontstaat een beter beeld van risico’s.
Met deze aanpak, genaamd impactmodellering, combineert het KNMI weergegevens met informatie van partners, zoals het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Zij leveren data over het aantal natuurbranden per dag over meerdere jaren. Door deze gegevens naast elkaar te leggen, ontstaan duidelijke verbanden. Zo blijkt dat het aantal natuurbranden vaak toeneemt als het langere tijd niet heeft geregend, het op de dag zelf warm is en de luchtvochtigheid laag is. Met behulp van kunstmatige intelligentie (AI/ML) worden deze patronen verder geanalyseerd en verfijnd.
Meeste natuurbranden in Nederland in het voorjaar
In Nederland komen natuurbranden vooral voor in het voorjaar, tussen april en juni. Bij langdurige droogte en hitte in de zomer kan een tweede piek ontstaan. Sinds deze maand draait een pilot waarin het KNMI een verwachting geeft van het aantal natuurbranden voor de komende twee weken. Bijvoorbeeld: op maandag worden 1 tot 3 branden verwacht, op dinsdag 2 tot 5. Daarbij legt het KNMI ook uit welk weer deze branden kan veroorzaken.
De verwachting is vooral bedoeld voor hulpdiensten, zoals de brandweer. Zij kunnen hiermee beter inschatten wanneer meerdere natuurbranden tegelijk worden verwacht en zich daarop voorbereiden. Als er een piek in het aantal branden wordt verwacht, kunnen zij eerder beslissingen nemen.
Vaker hoog risico op natuurbrand vraagt om betere voorbereiding
Door klimaatverandering krijgt Nederland steeds vaker te maken met de gevolgen van extreem weer. We zien niet alleen een toename van het jaarlijks aantal natuurbranden. Nog belangrijker, we zien ook een toename van het jaarlijks aantal dagen met zeer hoog natuurbrandrisico. Het gaat dan soms om meer dan tien branden op één dag en dat geeft een enorme druk op de hulpdiensten.
Uit een analyse van het KNMI en het NIPV blijkt dat dit in de toekomst vaker zal voorkomen. Dat vraagt om goede samenwerking en snelle afstemming. Daarom werkt het KNMI aan nieuwe manieren om de gevolgen van weer beter te verwachten. Niet per soort risico apart, maar juist in samenhang. Zo kunnen hulpdiensten zich beter voorbereiden en kan sneller en gerichter worden opgetreden wanneer dat nodig is.
846 natuurbranden in 2025
De brandweer rukte het afgelopen jaar uit voor 846 natuurbranden, waaronder 41 akkerbranden en 124 branden op militair terrein. Deze en meer cijfers komen van het dashboard Kerncijfers Natuurbranden van het NIPV.
In april en mei vonden de meeste natuurbranden plaats: 302. Een mogelijke verklaring hiervoor is de droogte in die maanden, gecombineerd met een nat 2024 waarin de vegetatie enorm was gegroeid. Meer vegetatie betekent meer brandstof voor natuurbranden.
389 branden bij temperatuur tussen 10 en 19 graden Celsius
Aan elke natuurbrand zijn de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid gekoppeld. Dit zijn de belangrijkste parameters die bepalen of een natuurbrand wel of niet ontstaat. 389 branden hebben plaatsgevonden bij een temperatuur tussen de 10 en 19 graden Celsius. De relatieve luchtvochtigheid was bij 259 branden tussen de 40 en 59 procent, en bij 196 branden tussen de 60 en 79 procent.
Het aantal natuurbranden, hun kenmerken en omstandigheden zijn beschikbaar in een online dashboard Kerncijfers Natuurbranden. Ga naar de Kerncijfers Natuurbranden
Bron Trouw, KNMI , NIPV











