Kwart cannabisgebruikers stapt uur na blowen alweer achter het stuur

Bijna een kwart van de cannabisgebruikers (22%) stapte het afgelopen jaar binnen een uur na het blowen al achter het stuur. Dat blijkt uit een onderzoek van Team Alert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Uit het onderzoek van eind vorig jaar onder ruim 2.100 cannabisgebruikers boven de 18 jaar bleek verder dat 46 procent binnen acht uur na het cannabisgebruik auto had gereden. Het is verboden om onder invloed van drugs deel te nemen aan het verkeer. Volgens de onderzoekers zijn het vooral frequente gebruikers die snel gaan autorijden. Het zijn vaak mannen en mensen zonder kinderen.

Vaak gebeurt het bewust omdat de pakkans klein wordt geacht. “Meer dan de helft van de deelnemers wist tijdens het gebruik dat ze later zouden rijden”, aldus het onderzoek. “Ik vind het schokkend dat uit dit onderzoek blijkt dat veel cannabisrijders gewoon op pad gaan, terwijl ze heel goed weten dat het verboden is”, reageert minister Mark Harbers (Infrastructuur). Autobestuurders die wiet hebben gerookt blijken inderdaad een gevaar op de weg. Tot vier uur vanaf het inhaleren van wiet met THC is er een grote kans op slingerend rijgedrag. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht, die mensen onder invloed van wiet op de weg liet rijden.De resultaten van het onderzoek zijn vandaag gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift JAMA.

Gebruikers van cannabis met THC of een combinatie van THC en CBD als belangrijkste bestanddeel, waren qua slingergedrag vergelijkbaar met mensen die meer dan 0,5 promille alcohol in hun bloed hadden. Dat is de wettelijke limiet voor alcoholgebruik in het verkeer. Pas vier uur na gebruik was de invloed op het rijgedrag weer minimaal. Bij de groep die wiet had gebruikt met alleen CBD was er geen merkbare beïnvloeding van het weggedrag. “In de wetgeving gaan ze uit van een grenswaarde, maar hoe lang het duurt voordat je na het roken weer onder die grenswaarde komt, dat was nog niet goed onderzocht”, zegt onderzoeksleider Ramaekers. “Nu blijkt dat het dus vier uur.”