De inzet van marineschepen beperkt de kans op zeer grote schades, kan snelle hulp na een aanval mogelijk maken en eraan bijdragen dat belangrijke scheepvaartroutes commercieel bruikbaar en verzekerbaar blijven. Dat stelde George Pastoor, commandant NL Fleet (voorheen Netherlands Maritime Force), tijdens zijn keynote speech tijdens het IUMI-congres in Rotterdam. Wanneer cruciale routes zoals Bab el-Mandeb, het Suezkanaal of de Straat van Hormuz worden bedreigd, kan dat volgens Pastoor leiden tot omvaarroutes, langere vaartijden, hogere operationele kosten en veranderingen in het risicoprofiel. Dat werkt vervolgens door in de verzekeringsmarkt.
Kwetsbare slagaders
Mondiale scheepvaartroutes zijn kwetsbare slagaders van de wereldeconomie, vervolgt Pastoor. Aanvallen in de Rode Zee, spanningen rond de Straat van Hormuz en een opleving van piraterij laten zien wat er gebeurt wanneer die routes onder druk komen te staan. “Marineschepen kunnen het risico niet wegnemen, maar hun aanwezigheid kan wel helpen voorkomen dat dreiging uitmondt in het stilvallen van de scheepvaart en gebieden nauwelijks nog verzekerbaar worden.”
Restrisico blijft relevant voor acceptatie en premie
Marine-inzet kan risico’s beheersbaarder maken, maar neemt ze niet weg, benadrukt Pastoor. Escorteren en patrouilleren kunnen aanvallen afschrikken, schepen beschermen en na incidenten snelle hulp mogelijk maken. Een volledige garantie dat aanvallen worden onderschept, bestaat echter niet. “Het restrisico blijft dus relevant voor acceptatie en premiestelling.”Marine-aanwezigheid kan bovendien helpen voorkomen dat een complete vaarzone feitelijk onbruikbaar wordt voor commerciële scheepvaart. Daarmee gaat het niet alleen om de bescherming van individuele schepen, maar ook om het functioneren van internationale handelsstromen, besluit Pastoor.

Bron: Verbond van Verzekeraars; Foto IUMI








