Economie groeit met 0,4 procent in tweede kwartaal 2026

Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. In het eerste kwartaal van 2026 was de groei van het bbp 0,3%. De consumptie door huishoudens en de overheidsconsumptie droegen het meest positief bij aan de groei van het bbp in het tweede kwartaal.

Consumptie huishoudens en investeringen stijgen het hardst, handelssaldo daalt een fractie

De consumptie door huishoudens steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 0,5% ten opzichte van het eerste kwartaal. Huishoudens hebben vooral meer besteed aan auto’s en aan voedings- en genotmiddelen. Ook de investeringen in vaste activa stegen met 0,5% in vergelijking met het eerste kwartaal. Dat komt vooral door meer investeringen in elektrotechnische apparatuur. De investeringen in de bouw daalden echter. De overheidsconsumptie nam met 0,4% toe. De overheid gaf meer uit aan zorg en aan lonen.

De uitvoer van goederen en diensten steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 1,2% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. Vooral de export van machines en voedings- en genotmiddelen nam toe. De invoer van goederen en diensten steeg echter met 1,4% harder dan de uitvoer. Hierdoor daalde het handelssaldo (uitvoer – invoer) een fractie.

Bestedingen naar categorie (volume)
  2e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) 1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)
Bruto binnenlands product tegen marktprijzen 0,4 0,3
Invoer van goederen en diensten 1,4 0,2
Uitvoer van goederen en diensten 1,2 -0,2
Consumptie huishoudens inclusief IZWh 0,5 0,4
Bruto investeringen in vaste activa 0,5 0,7
Consumptie door de overheid 0,4 0,7

 

Handel, horeca, vervoer en opslag draagt het meest bij aan groei

De toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) van de bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag steeg in het tweede kwartaal het sterkst van de bedrijfstakken (1,8%). De stijging is vooral toe te schrijven aan de handel. De toegevoegde waarde van de industrie steeg met 1,5%. Vooral de machine-industrie en de aardolie-industrie groeiden. De bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag en de industrie droegen ook het meest bij aan de economische groei van het tweede kwartaal.

Toegevoegde waarde naar bedrijfstak (volume)
  2e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder) 1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)
Handel, horeca, vervoer en opslag 1,8 0,1
Industrie 1,5 -2,1
Informatie en communicatie 0,8 1,9
Water en afval 0,6 2,5
Zakelijke dienstverlening 0,5 0
Cultuur, sport, recreatie en overige diensten 0,5 0,1
Overheid, onderwijs en zorg 0,4 0,8
Verhuur en handel onroerend goed 0,1 0,4
Landbouw, bosbouw en visserij -0,1 -0,2
Bouwnijverheid -0,8 -1,1
Financiële instellingen -1,1 2,7
Energiebedrijven -3,5 4,1
Delfstoffenwinning -5,2 -2,1

 

Economie 1,3 procent groter dan in tweede kwartaal 2025

De economie groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 1,3% ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025. De overheidsconsumptie en de consumptie door huishoudens droegen het meest bij aan de groei. De overheidsconsumptie en de consumptie door huishoudens waren respectievelijk 2,5 en 1,3% hoger dan een jaar eerder. De investeringen groeiden met 0,4%. De stijging van de uitvoer was 2,5%, terwijl de invoer met 2,1% groeide. Hierdoor droeg het handelssaldo ook positief bij aan de jaar-op-jaargroei.Van de bedrijfstakken leverden de sector handel, horeca, vervoer en opslag en de overheid de grootste bijdragen aan de economische groei ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025.