Fraude blijkt steeds complexer om volledig zelfstandig op te lossen. 84% heeft gebruik gemaakt van externe partners om de fraude te stoppen. In Nederland worden vaker ICT-organisaties ingeschakeld t.o.v. 2025, terwijl in België de politie vaker wordt betrokken, zo komt naar voren uit het jaarlijkse fraudeonderzoek in Nederland en België van Allianz Trade.
Bedrijven en organisaties die fraude niet als een groeiend risico zien, blijken significant minder succesvol in het zelfstandig stoppen van fraudepogingen dan bedrijven die dat wel doen (14% vs 6%). Bovendien blijkt dat iets meer dan een derde (36%) politie of andere overheidsinstellingen 36% inschakelt. Verder doet eveneens 36% een beroep doet op een accountant, 26% neemt contact op met een verzekeraar of intermediair, 24% schakelt een (bedrijfs)recherchebureau in en 22% een advocatenkantoor.
Noodplan ontbreekt steeds vaker
Ondanks de grote potentiële financiële gevolgen van fraude neemt het aandeel organisaties dat een noodplan heeft af (dat valt vooral in België op). In 2025 had 70% een draaiboek/noodplan achter de hand (NL 67% / BE 74%). In 2026 is dat 58% (NL 60% / BE 54%).
Toch is de algemene risicoperceptie rond fraude hoog, zoals ook in vorige onderzoeken naar voren kwam. 79% zegt dat fraude een toenemend risico is voor organisaties in het algemeen. Als het gaat om de eigen organisatie daalt dat percentage naar 64%. Een groeiend aantal bedrijven vindt zichzelf voldoende beschermd. Dat verklaart mogelijk dat er ook minder frauderisicoanalyses worden uitgevoerd; vooral in België valt deze daling op.
Het onderzoek wijst uit dat in de meeste gevallen de juridische afdeling verantwoordelijk is voor het draaiboek bij fraude (31%), In 17% ligt dat bij de directie en bij 15% van de fraudegevallen zowel de financiële afdeling als de personeelsafdeling.
Preventieve maatregelen
Two factor authenticatie blijft de belangrijkste methode ter preventie van fraudepogingen (54%). Interne controles (31%) en medewerkersscreening (43%) nemen af na een sterke stijging in 2025. Grote organisaties detecteren en voorkomen fraude vaker door middel van het vergroten van de oplettendheid van medewerkers met awareness workshops en tools (43%) dan middel en kleine bedrijven (51% vs 36%).
Iets minder dan twee van de vijf bedrijven (38%) hanteren hiervoor het vier ogen-principe, 31% passen controle van de administratieve organisatie toe (interne controle), ruim een kwart (27%) penetratietesten van netwerk/systemen en 13% zogeheten red teaming acties waarbij in de huid van de fraudeur wordt gekropen.
Aantal bedrijven dat niets investeert in fraudepreventie groeit
Van bedrijven die door interne fraude zijn getroffen, zegt 50% dat het voorkomen had kunnen worden. In 2025 was dat nog 80%. Ook al vinden bedrijven het moeilijker om fraude eigenhandig te voorkomen, toch wordt er niet meer geïnvesteerd in preventiebudgetten. Integendeel, de groep bedrijven die niets investeert groeit.
Organisaties die wel meer investeren, focussen primair op bewustwording en digitale beveiliging. Zo noemt 65% als investeringsdoel het vergroten van het intern bewustzijn (training en/of tools), 62% een beveiligingsaudit van hun IT (inbraaktest), 51% een audit ter versterking van de interne administratieve procedures, 48% een verzekeringsoplossing en 44% beveiliging van de bedrijfsgebouwen en ruimte
Minder controles voor thuiswerken
In 2025 zei 67% van de bedrijven en organisaties dat thuiswerken het risico op fraude vergroot. Dit percentage is in 2026 gedaald tot 50%. Dit verklaart waarom er ook minder maatregelen worden genomen (daling van 69% in 2025 naar 50% in 2026). Maatregelen die wel worden genomen richten zich vooral op toegangs- en beveiligingscontroles.
Als redenen waarom geen verhoogd risico wordt ervaren worden onder meer genoemd:
- “Het digitale beveiligingsniveau is enorm toegenomen om ervoor te zorgen dat de risico’s klein blijven”
- “Onze processen en fraudedetecties zijn door thuiswerken ook verbeterd.”
- “Duidelijke thuiswerkafspraken, resultaatgericht werken, regelmatige check-ins en veilige IT-systemen.”
- “Procedures gelden ongeacht de werkplek.”
- “Geen toename dankzij robuuste cyberbeveiligingsmaatregelen.”
- “Het is de ingesteldheid die telt, niet de plek vanwaar je werkt.”
Artificial Intelligence: minder positief
Was in 2025 een groeiend aantal bedrijven nog positief over AI als extra kans om fraude op te sporen of fraude te voorkomen, nu laat het onderzoek een daling zien van 76% naar 59%. AI wordt minder vaak als positieve ontwikkeling beschouwd en roept toenemende twijfel op. Grote en kleine organisaties meldden op een breed terrein AI-gerelateerde fraude-incidenten. In de helft van de gevallen leidden ze ook tot financiële schade.
Ai-fraude meegemaakt
- Valse identiteits- of bedrijfsdocumenten (door AI) 31%
- Stemnabootsing (voice cloning, impersonatie) 24%
- Geautomatiseerde phishing & factuurfraude 24%
- Manipulatie van klantcontact 24%
- Beeldmanipulatie (deepfakes, impersonatie) 22%
- Manipulatie van collegiaal contact 21%











