DNB presenteert uitkomsten ESG-onderzoeken bij verzekeraars en pensioenfondsen

Hoe staan verzekeraars en pensioenfonfsen er voor waar het gaat om de beheersing van ESG-risico’s en de integratie van deze risico’s in strategie en beleggingsbeleid? In 2022 heeft DNB bij een aantal verzekeraars on-site onderzoeken gedaan naar ESG-risico’s. Specifiek naar de integratie van ESG in het beleggingsbeleid, strategie, het verzekeringstechnisch risico en de risicobeheercyclus. Ook heeft DNB dit jaar  verschillende onderzoeken gedaan naar ESG-risico’s in de pensioensector Met deze onderzoeken geeft DNB uitvoering aan de ambitie om duurzaamheid volledig te integreren in alle elementen van haar taakuitoefening. Deze ambitie staat in de Sustainable Finance Strategie. 

Verzekeraars streven naar een positieve ESG-impact  

De onderzoeken laten zien dat verzekeraars met hun beleggingsbeleid een positieve ESG-impact nastreven. Verzekeraars hebben concrete ESG-doelstellingen geformuleerd en committeren zich daarbij aan internationale convenanten, zoals de Net Zero Investor Alliance en de UN PRI. Ook trachten verzekeraars met hun beleggingen een positieve bijdrage te leveren aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties en zetten ze stappen om hun beleggingsportefeuille in lijn te brengen met de klimaatdoelstelling van Parijs (gericht op minder uitstoot van broeikasgassen). 

Strategische doelen vertalen naar meetbare prestatie-indicatoren

Voor de meeste activaklassen hebben de verzekeraars specifieke strategieën om bij te dragen aan deze doelen, waaronder een uitgebreid engagement- en uitsluitingenbeleid. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens van gespecialiseerde gegevensproviders om de duurzaamheid van de beleggingen in kaart te brengen en alignment met Parijs te monitoren.

 Doelstellingen kunnen nog concreter gemaakt worden, zodat verzekeraars de voortgang kunnen monitoren. Bijvoorbeeld door strategische doelen te vertalen naar meetbare prestatie-indicatoren (KPI’s). Daarnaast kunnen de verzekeraars hun ESG engagement (beïnvloeding van een bedrijf waarin wordt geïnvesteerd) effectiever maken. Dit kan bijvoorbeeld door SMART (specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdsgebonden) doelstellingen te formuleren rondom engagement en het overwegen van desinvestering als deze doelstellingen niet gehaald worden. 

ESG en verzekeringen

Het aanpakken van ESG-vraagstukken bij het verzekeringstechnische gedeelte van het verzekeringsbedrijf is echter minder ontwikkeld dan aan de activakant. Bij het afsluiten van verzekeringen moeten verzekeraars zich afvragen of zij voldoende informatie hebben om de veranderende risico’s goed te kunnen inschatten. Zo is het bijvoorbeeld de verwachting dat de schade door extreme neerslag zal toenemen. Om dat risico te kunnen inschatten zijn mogelijk aanvullende gegevens nodig over hoogteligging van een object en afwateringsmogelijkheden in de omgeving. Dit zijn gegevens waar een verzekeraar nu niet standaard over beschikt. 

Inprijzen

Verzekeraars kunnen, doordat ze risico’s voorzien van een prijs, verzekerden aanzetten tot klimaatadaptatiemaatregelen. Hiervoor zouden verzekeraars ook informatie kunnen opvragen over de adaptatiemaatregelen die polishouders hebben getroffen om de schade te beperken. Het gaat om gegevens die men nu niet standaard opvraagt. DNB verwacht dat verzekeraars zich bij de acceptatie rekenschap geven van mogelijke veranderingen in risico’s en ook op tijd risico’s die te groot of te frequent worden inprijzen. Ook in het herverzekeringsbeleid zou een verzekeraar voorbereid moeten zijn op uitschieters die groter en frequenter kunnen worden. 

Het vertalen van ESG-risicofactoren naar meetbare maatstaven vormt de grootste uitdaging in het risicobeheer

ESG-factoren zijn in toenemende mate geïntegreerd in de risicobeheerfunctie van verzekeraars, waarbij de tweede lijn ook onafhankelijke risicoadviezen geeft over ESG-gerelateerde onderwerpen, zoals beleggingsvoorstellen. Tegelijk constateert DNB dat ESG-blootstellingslimieten, risico-indicatoren en risicomonitoringrapportages nog volop in ontwikkeling zijn. Het vertalen van ESG-risicofactoren naar kwantitatieve maatstaven vormt daarbij de grootste uitdaging. ESG-risico’s zijn momenteel het meest concreet uitgewerkt en meetbaar gemaakt voor klimaatrisico’s, maar in mindere mate voor biodiversiteitsverlies, sociale en/of governance aspecten. DNB heeft biodiversiteitsverlies ook als een groot risico geïdentificeerd, zie Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving? (dnb.nl).  

Pensioenfondsen

Hoe staan pensioenfondsen er voor waar het gaat om de beheersing van ESG-risico’s en de integratie van deze risico’s in strategie en beleggingsbeleid? DNB: “We zien dat ESG op de bestuursagenda staat van veel onderzochte pensioenfondsen en dat hier op verschillende wijzen invulling aan wordt gegeven binnen het beleggingsbeleid en de risicobeheercyclus. De onderzoeken laten zien dat pensioenfondsen in hun beleggingsbeleid vaak aansluiten bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties en een aantal beleggen conform de klimaatdoelstelling van Parijs. Doelstellingen kunnen nog concreter gemaakt worden, zodat fondsbesturen de voortgang kunnen monitoren. Bijvoorbeeld door strategische doelen te vertalen naar meetbare prestatie-indicatoren (KPIs). Daarnaast kunnen veel onderzochte fondsen hun ESG engagement (beïnvloeding van een bedrijf waarin wordt geïnvesteerd) effectiever maken. Dit kan bijvoorbeeld door SMART (specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdsgebonden) doelstellingen te formuleren rondom engagement en het overwegen van desinvestering als deze doelstellingen niet gehaald worden.”

ESG-risico’s niet goed geïntegreerd in het risicobeheer

Wel schieten volgens DNB veel onderzochte pensioenfondsen nog op een belangrijk punt tekortESG-risico’s worden vaak nog niet goed geïntegreerd in het risicobeheer. Onderzochte fondsen hebben bijvoorbeeld te weinig inzicht in de ESG-risico’s en de mate waarop ESG-factoren de beleggingen raken. Het is belangrijk dat fondsen duidelijk onderscheid maken tussen ESG-doelstellingen en de beheersing van ESG-risico’s. Als beheersmaatregel wordt bijvoorbeeld het MVB-beleid geregeld genoemd, maar het is vaak niet duidelijk hoe het MVB-beleid risico’s verlaagt. ESG-risico’s zijn momenteel het meest concreet uitgewerkt en meetbaar gemaakt voor klimaatrisico’s, maar in mindere mate voor biodiversiteit, sociale en governance aspecten. DNB heeft biodiversiteitsverlies ook als een groot risico geïdentificeerd, zie  Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving? (dnb.nl).

De pensioensector loopt een klimaattransitierisico

Uit onze eigen analyses blijkt dat de pensioensector een klimaat transitierisico loopt vanwege hun blootstelling aan de fossiele sector. Volgens het laatste IPCC-rapport is er een grote kans op hoge verliezen voor investeerders in fossiele brandstoffen. 12% van de aandelen en bedrijfsobligaties van de pensioensector zijn van bedrijven die actief zijn in de fossiele sector (kolen, gas, olie, turf). De steenkoolsector heeft met name een hoog transitierisico vergeleken met de rest van de fossiele sector.

De pensioensector heeft een substantiële blootstelling van minstens 16 miljard euro op de steenkoolsector. Het is van belang dat fondsen op de hoogte zijn van het transitierisico dat zij mogelijk lopen en rekening houden met de kans op stranded assets in hun portefeuille. Dit zijn assets die hebben geleden onder onverwachte of voortijdige afschrijvingen, afwaardering of omzetting in verplichtingen – als gevolg van bijvoorbeeld nieuwe regelgeving op klimaat- en milieugebied- en daardoor minder waarde blijken te hebben.

Gids voor de beheersing van klimaat- en milieurisico’s

​​​​ESG-risico’s worden steeds zichtbaarder en urgenter en DNB wil instellingen aanmoedigen om op de vaak goede ingeslagen weg door te gaan. Hierbij biedt de Gids voor de beheersing van klimaat- en milieurisico’s extra handvatten en voorbeelden van good practices, deze is op 24 oktober jl. gepubliceerd en op dit moment in consultatie.

Wat kunnen verzekeraars en pensioenfondsen volgend jaar van DNB verwachten? ”DNB wil instellingen aanmoedigen om op de vaak goede ingeslagen weg door te gaan en biedt extra handvatten met de Gids voor de beheersing van klimaat- en milieurisico’s die op 24 oktober jl. is gepubliceerd en op dit moment in consultatie is: Consultatie Gids beheersing klimaat- en milieurisico’s (dnb.nl). Als vervolg op de gids komt er een self-assessment voor een groot aantal verzekeraars. We gaan aan de hand van deze self-assessment verzekeraars beoordelen op de beheersing van ESG risico’s. Daarnaast blijven we in de toekomst onderzoeken uitvoeren naar de integratie van ESG risico’s in het beleggingsbeleid, verzekeringen en risicobeheer.

Op de vraag wat pensioenfondsen kunnen verwachten schrijft de toezichthouder: “Vooruitkijkend blijft in 2023 de implementatie van duurzaamheid in het toezichtraamwerk en het beoordelen van fondsen op de beheersing van ESG-risico’s een belangrijk speerpunt van DNB.  Als vervolg op de gids komt er een self-assessment voor een groot aantal fondsen. We gaan aan de hand van deze self-assessment pensioenfondsen beoordelen op de beheersing van ESG risico’s. Daarnaast  blijven we bij een fondsen  onderzoeken uitvoeren naar de integratie van ESG risico’s in het beleggingsbeleid en risicobeheer.”

 

BOX 1

Met ESG (Environment, Social and Governance) risico bedoelen we de impact die een ESG factor heeft op het risicoprofiel van de verzekeraar en/of het fonds, zowel financieel als niet-financieel. Denk bijvoorbeeld aan het risico dat klimaatverandering en biodiversiteitsverlies de waarde van de beleggingen negatief beïnvloedt. Bij de “E” risico’s maken we onderscheid tussen fysieke en transitierisico’s. Fysieke risico’s hangen samen met de fysieke gevolgen van klimaatverandering en milieuaantasting, zoals bijvoorbeeld overstromingen of milieurampen met bodemvervuiling. Transitierisico’s zijn gerelateerd aan de overgang naar een klimaatneutrale economie, bijvoorbeeld veranderingen in het beleid of het marktsentiment.