Nederland telde op 1 oktober 2020 ruim 614.000 huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Dat is 7,6% van alle particuliere huishoudens. Aan het begin van 2020, voor de coronapandemie, was dat 7,9%. Onder de instromers nam het aandeel huishoudens met een zelfstandige of iemand met een flexibel contract toe. Dat blijkt uit het vernieuwde dashboard Schuldenproblematiek in beeld, dat het CBS in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft samengesteld.
In januari tot oktober bleef de maandelijkse instroom van het aantal huishoudens met problematische schulden met gemiddeld ruim 7.000 ongeveer op hetzelfde peil. De lichte daling van het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden hangt dus vrijwel zeker samen met een toegenomen uitstroom.
Kenmerken van huishoudens met problematische schulden
Op 1 oktober 2020 had in 42,2% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden niemand een baan als werknemer, dat is vaker dan huishoudens zonder problematische schulden (39,9 procent). Het aandeel huishoudens met problematische schulden zonder werknemer is in de loop van het jaar iets toegenomen. Op 1 januari had 41,1% van de huishoudens met problematische schulden geen werknemer tegenover 39,7% van de huishoudens zonder problematische schulden.
Huishoudens met problematische schulden tellen vaker een of meer thuiswonende kinderen. Op 1 oktober 2020 had 45,3% van de huishoudens met problematische schulden een of meer kinderen, tegenover 31,4% de huishoudens die geen problematische schulden hadden.
Instromer vaker zzp’er of zelfstandige
Tussen 1 januari en 1 oktober 2020 kregen 64.000 huishoudens te maken met geregistreerde problematische schulden. Onder deze instromers nam het aandeel huishoudens zonder werknemer iets toe (van 36,3% naar 38,1%). Zij hadden ook vaker dan de instromers voor 1 januari een zelfstandige in het huishouden (27,9% tegen 24,7%) of iemand met een flexibel contract (35,3% tegenover 33%). Huishoudens die niet instroomden telden veel minder vaak een zelfstandige of iemand met een flexibel contract.
Minder instromers uit laagste inkomensgroepen
De instromers voor 1 oktober 2020 kwamen minder vaak uit de laagste twee inkomensgroepen (met een huishoudensinkomen van minder dan 10.000 euro en met 10 tot 15.000 euro per jaar) dan die voor 1 januari. Van de instromers voor 1 oktober 2020 had 6,7% een inkomen uit de laagste categorie en 11,3% een inkomen uit de tweede groep; bij instromers voor januari was dat respectievelijk 7,7 en 13,2%.Ook hadden instromers voor oktober iets minder vaak dan instromers voor het begin van het jaar een bijstandsuitkering als inkomensbron.
Grootste aandeel in Rotterdam
Gemeenten met op
1 oktober 2020 de grootse aandelen huishoudens met geregistreerde
problematische schulden waren Rotterdam (15,5%), Schiedam (13,7%), Lelystad
(13,4%) en Den Haag (13,3%). Van de vier grote steden telde Utrecht met 6,5%
relatief weinig huishoudens met problematische schulden.
Gemeenten met relatief grote aandelen zijn verder geconcentreerd in Zuid-Limburg
met als uitschieter Heerlen (13%), en Noordoost-Groningen met Pekela als
gemeente met het hoogste aandeel (11,7%). De gemeenten met het laagste aandeel
zijn Rozendaal, Bunnik en Veere, met respectievelijk 1,3%, 2,5% en 2,9% van de
huishoudens met problematische schulden.











