Honderden gebouwen in Nederland lopen een groot risico bij uitslaande brand. Als de panden vlam vatten, kan het vuur snel om zich heen slaan, onder meer door brandgevaarlijke gevelbekleding en gebrek aan blusapparatuur. Dat concludeert Jos Lichtenberg, gepensioneerd hoogleraar Building Technology aan de TU Eindhoven, onder meer in een artikel in het vakblad Gevelbouw.
Hij deed mede naar aanleiding van de geruchtmakende brand in de Londense Grenfell Tower onderzoek naar de brandveiligheid van vele tientallen woontorens in zijn gemeente Eindhoven en kwam tot de conclusie dat zo’n 35 gebouwen een groot risico lopen als er brand uitbreekt. “Als je naar heel Nederland kijkt, kom je op honderden, wellicht zelfs duizend gebouwen. Toch er is weinig politieke urgentie voor dit onderwerp.”
De hoogleraar vindt het kwalijk dat zo weinig vaart gemaakt wordt met de inventarisatie van onveilige panden in Nederland. Hij spreekt van ‘veiligheid die niet serieus genomen wordt’ en over ‘algehele laksheid’ . Terwijl in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk na de Grenfell-brand inmiddels de nodige maatregelen zijn getroffen, moddert Nederland volgens hem maar aan.
Ministerie
Het ministerie van Binnenlandse Zaken liet na de ramp in Londen alle gemeenten inventariseren hoeveel panden brandgevaarlijk kunnen zijn. Tot op heden zijn alleen de resultaten van de gemeente Nijmegen bekend (bij zorgcomplex De Meiberg werden gevelplaten verwijderd). Het verbaast de gepensioneerde hoogleraar dat het zo lang voordat gemeenten het onderzoek naar de brandveiligheid van gebouwen af hebben. Het geeft volgens hem wel aan dat er weinig politieke urgentie is. “In de eerste tussenrapportage van ingenieursbureau Arcadis kwam naar voren dat veel gemeenten nog moeten beginnen. Enkele resultaten waren al binnen. Sommige grote gemeenten – er worden geen namen genoemd – gaven aan nul brandgevaarlijke gebouwen te hebben, maar dat kan ik me nauwelijks voorstellen. In Eindhoven kom ik nu op 35, in Nijmegen kwam de gemeente eerder op 62, dan is het statistisch vrijwel uitgesloten dat je op nul uitkomt.”
Volgens Lichtenberg vormen vooral de zogeheten slaapgebouwen een risico: woningen, hotels, gevangenissen, kinderopvangcentra en zorgcentra. Bij die panden zijn nachtelijke branden een enorm risico, omdat die relatief laat worden opgemerkt. Voor de brandweer er is, kan de vlammenzee om zich heen grijpen. Op de vraag wat Nederlandse gebouwen brandgevaarlijk maakt, antwoordt de gepensioneerde hoogleraar met ‘de gevelbekleding’. Daarin zitten veel brandbare materialen. “Als er een brand in een appartement is, gaat de brandweer er vanuit dat ze er binnen zeven minuten zijn. Maar met zoveel brandbare materialen rond de gevel verspreidt zo’n brand zich waarschijnlijk veel sneller. Ik heb ook gekeken naar aspecten als de aanwezigheid van blusmaterialen en trappenhuizen. Er zijn ook gebouwen die met een simpele ingreep veiliger kunnen worden, door bijvoorbeeld de noodtrap te verlengen of een deuropening toe te voegen aan een afgesloten trappenhuis op de onderste verdieping.’











