De extreme droogte van de afgelopen maanden zal Nederland nog lang parten spelen. Ook bouwbedrijven die funderingen herstellen hebben er hun handen vol aan, meldt de NOS, volgens wie meer mensen aan de bel trekken omdat ze na hun vakantie scheuren in de muur hebben ontdekt. Naar verwachting kunnen nog veel meer huizen de komende jaren schade krijgen door problemen met hun fundering. Extreme weersomstandigheden door klimaatverandering kunnen die problemen verergeren.
Bodemdalingsexpert Otto Levelt van kennisinstituut Deltares denkt dat mensen met een huis met een ondiepe fundering op kleigrond in deze periode wel wat schade kunnen verwachten. “Zo was 2018 erg droog en toen zagen we in die gebieden ook meer problemen ontstaan.” Door droogte krimpt de kleigrond en bij een ondiepe fundering kan dat krimpen verdergaan tot onder het huis. Hierdoor kunnen scheuren in muren ontstaan, of kan een raam of deur gaan klemmen.
Er zijn ook veel huizen op palen en veen- en zandgrond die te maken hebben met verzakkingen. Deltares berekende samen met onderzoeksinstituut TNO dat 425.000 huizen problemen hebben met de fundering of die binnen korte tijd kunnen krijgen. Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) verwacht dat dit aantal door klimaatverandering over zo’n dertig jaar is opgelopen tot circa 687.000 panden.
De Autoriteit Financiële Markten heeft eerder berekend wat de totale kosten zijn als alle woningen met funderingsproblemen worden hersteld. Dat komt neer op ruim 11 miljard euro. Een deel van de huiseigenaren kan dit zelf betalen, bijvoorbeeld door de hypotheek te verhogen, maar zo’n 75.000 van hen kunnen dit niet.
Daarmee hangt er een donkere wolk boven de woningmarkt. Sinds 1 april moeten taxatierapporten bij de verkoop van een huis een indicatie bevatten van hoe het met de fundering is gesteld. Alleen weten mensen vaak niet wat de échte staat van hun fundering is. In het rapport blijft het vaak bij die indicatie, gebaseerd op de locatie van het huis.
Bron NOS

Deltares: Funderingsschade vraagt om betere data en handelingsperspectief
Door klimaatverandering nemen funderingsrisico’s in Nederland toe. Droogte, dalende grondwaterstanden en bodemdaling zorgen ervoor dat steeds meer gebouwen risico lopen op schade, ook in gebieden waar funderingsproblemen voorheen nauwelijks voorkwamen. Met het oog op de behandeling van de funderingsproblematiek op 10 september jl. in de Tweede Kamer, benadrukte Deltares in een persbericht het belang van betere data, een landelijk risicobeeld en concreet handelingsperspectief. Die kennis brengt Deltares ook in bij de Nationale Aanpak Funderingen.
Funderingsschade is geen lokaal probleem
Funderingsschade wordt vaak geassocieerd met veenweidegebieden en oude binnensteden, maar het probleem bestrijkt een veel groter deel van Nederland. Steeds meer gebouwen in Nederland kampen met funderingsschade. Door langdurige droogte en dalende grondwaterstanden nemen de risico’s toe voor zowel panden met houten paalfunderingen als gebouwen met ondiepe funderingen.
Naar schatting hebben circa 425.000 gebouwen nu al schade (in de vorm van scheuren of aflopende vloeren) of lopen vóór 2035 een verhoogd risico. Het betreft vooral oudere gebouwen. Hoewel het bij slechts een klein deel al om ernstige schade gaat, is het ook voor gebouwen die nu nog beperkte schade hebben de verwachting dat dit in de toekomst toe zal nemen, zodat maatregelen uiteindelijk nodig zullen zijn. “De maatschappelijke impact is aanzienlijk. Dat raakt niet alleen de veiligheid en leefbaarheid van woningen, maar ook de woningwaarde, investeringsbeslissingen en toekomstige gebiedsontwikkeling”, aldus Deltares.
Landelijk funderingsrisicomodel
Om beter inzicht te geven in waar funderingsproblemen kunnen ontstaan, ontwikkelt Deltares samen met TNO een nieuw funderingsrisicomodel voor heel Nederland.
Het model combineert drie soorten informatie:
- bedreigingen zoals bodemdaling, droogte en wisselende grondwaterstanden;
- gegevens over gebouwen en hun locatie;
- en de kwetsbaarheid van die gebouwen, zoals funderingstype, bouwjaar en constructieve kenmerken.
Samen geven die onderdelen een beter beeld van de kans op funderingsschade en de mogelijke gevolgen.
Het model wordt modulair opgebouwd, zodat nieuwe gegevens over bodem, grondwater, klimaat, gebouwen en monitoring stapsgewijs kunnen worden toegevoegd. Tegelijk maakt die aanpak zichtbaar waar nog onzekerheden zitten, bijvoorbeeld over funderingstype of schadeprocessen. Zo groeit het model mee met nieuwe data en praktijkervaring.
De uitkomsten helpen om funderingsrisico’s eenduidig te duiden. Omdat verschillende schadeprocessen elk hun eigen oorzaak en onzekerheid hebben, draait het model niet om één totaalscore, maar om prioritering en handelingsperspectief: waar is monitoring nodig, waar is nader onderzoek verstandig en waar zijn maatregelen nodig?
Krimp- en zwelgedrag van klei stap voor stap ontrafeld
Een belangrijke onzekerheid in de funderingsproblematiek betreft de invloed van krimp- en zwelgedrag van kleigronden. Sinds de droge zomer van 2018 zijn op diverse plekken in Nederland schadegevallen gemeld in gebieden waar dit voorheen nauwelijks voorkwam.
Deltares onderzoekt daarom welke kleitypen het meest gevoelig zijn, hoe bodembewegingen samenhangen met schade aan gebouwen en welke invloed factoren zoals grondwaterfluctuaties, vegetatie, bestrating, kwel en wegzijging hebben op funderingsrisico’s. Ook wordt gewerkt aan een landelijke kaart die inzicht geeft in gebieden waar krimp- en zwelproblemen kunnen optreden.
Otto Levelt, bodemdalingsexpert bij Deltares: “Voor mij zit de kern in het zorgvuldig afpellen van oorzaken en gevolgen. Krimp- en zwelgedrag van de ondergrond is in Nederland nog een relatief onbekend verschijnsel, terwijl het grote gevolgen kan hebben voor woningen. Door kennis uit verschillende bronnen te combineren, ontstaat informatie waarmee bewoners, gemeenten en professionals niet alleen weten dát er een risico is, maar ook wat zij kunnen doen.”










