Ruim een derde van de moeders en ongeveer één op de zes vaders van te vroeg geboren baby’s heeft na de geboorte symptomen die wijzen op een posttraumatische stressstoornis (PTSS), zo blijkt uit onderzoek in alle Nederlandse Neonatale Intensive Care Units (NICU’s), een landelijke studie opgezet door het Amsterdam UMC, het Erasmus MC en UMC Utrecht en gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics.
Bijna 40% van de moeders was in de eerste weken na de geboorte duidelijk somber, bij vaders gold dit voor ongeveer 20%. De depressieve klachten bij moeders namen later wat af. Met name de PTSS-klachten bleven bij veel ouders opvallend hoog. PTSS kan ontstaan na een zeer ingrijpende gebeurtenis, zoals geweld of een levensbedreigende situatie. Het gaat dan om klachten zoals herbelevingen, vermijding, negatieve gevoelens en verhoogde spanning. Deze klachten hebben niet alleen invloed op het leven van de ouders, maar mogelijk ook op dat van hun te vroeg geboren kind.
De onderzoekers keken ook welke factoren het risico op klachten vergroten. Andere ingrijpende levensgebeurtenissen in het verleden, eerder ontvangen psychische hulp, veel stress tijdens de zwangerschap en hoge stress tijdens de ziekenhuisopname hingen samen met meer klachten bij beide ouders. Bij vaders speelden daarnaast de conditie van de baby, het aantal kinderen in het gezin en de ervaren steun een rol.
Zorg ouders
De onderzoekers pleiten ervoor om psychologische zorg voor ouders een regulier onderdeel te maken van de geboortezorg wanneer een kind te vroeg is geboren. Dit om een gezin een zo goed mogelijke start te geven en de kans op omvangrijkere psychische problemen te verkleinen. Volgens hen is het belangrijk om de mentale gezondheid van ouders te volgen, als vast onderdeel van de zorg rondom vroeggeboorte. In het Emma Kinderziekenhuis is hiervoor het KLIK PROM-portaal ontwikkeld: een digitaal systeem waarin ouders online vragenlijsten invullen over hun welzijn, klachten en ervaringen. Zo kunnen zorgverleners tijdens het gesprek in de spreekkamer direct zien hoe het met ouders gaat en waar extra ondersteuning nodig is.
Hoogleraar en onderzoeker Lotte Havermans van het Amsterdam UMC. ” Deze landelijke studie laat zien dat we hun klachten serieus moeten nemen”, Een vroeggeboorte en opname op de intensive care voor baby’s is niet alleen een ingrijpende medische gebeurtenis, maar kan bij veel ouders diepe emotionele sporen nalaten Ouders ervaren vaak enorme machteloosheid. Ze moeten toekijken hoe ingrijpende handelingen op hun pasgeboren kind worden verricht en dat is zonder meer een schokkende ervaring.”
Zij vervolgt: “We weten dat psychische problemen van ouders een negatief effect kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen terwijl juist te vroeg geboren kinderen vaak op verschillende vlakken problemen kunnen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om de sociaal-emotionele ontwikkeling. Door klachten vroeg te signaleren, kan steun en behandeling op tijd starten. Dat is beter voor ouders én kind. Als we weten welke ouders vastlopen, kunnen we gerichte hulp bieden en voorkomen dat klachten onnodig lang blijven bestaan. De studieresultaten maken duidelijk dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat ouders zo min mogelijk stress hebben tijdens en na de IC-opname van hun kind.”
Onderzoeker Gerbrich van den Bosch, neonatoloog bij Erasmus MC: “Ook de zorg voor de ouders hoort in het kinderziekenhuis thuis. Vaak komen de ouders nu veel te laat via hun huisarts in een zorgtraject terecht. In het ziekenhuis willen we in de toekomst al vanaf de verloskundeafdeling hulp aanbieden om latere mentale problemen te voorkomen. Zeker als we screenen bij welke ouders het risico hierop groter is en met standaard vragenlijsten structureel monitoren wie hulp nodig heeft
Kirsten Muller, psycholoog-onderzoeker die namens het Erasmus MC en Amsterdam UMC aan de studie werkte: “De gevolgen voor ouders worden vaak onderschat. Als je het zelf niet hebt meegemaakt, weet je niet wat ouders van te vroeg geboren kinderen meemaken.” Volgens haar hadden ouders die eerder ingrijpende levensgebeurtenissen meemaakten, al eens psychische hulp ontvingen, veel stress ervaarden tijdens de zwangerschap of hoge stress rapporteerden tijdens de NICU-opname vaker klachten. “Bij vaders speelden ook het aantal kinderen in het gezin, de conditie van de baby en de ervaren sociale steun een rol. Nu weten we welke ouders extra risico lopen op klachten”’
Ook depressieve klachten komen regelmatig voor, maar vooral de PTSS-klachten blijven opvallend aanwezig gedurende de eerste maanden na de vroeggeboorte. Muller noemt dit zorgelijk, omdat deze klachten niet alleen het welzijn van ouders beïnvloeden, maar ook gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van het kind’. r
Het onderzoek is onderdeel van de landelijke HIPPO-studie (Happiness for the Improvement of Premature and Parental Outcome). Het gaat om een samenwerking tussen Amsterdam UMC, Erasmus MC, UMC Utrecht, Neonatologie Netwerk Nederland en de ouder- en patiëntenvereniging Care4Neo, mede mogelijk gemaakt door de VriendenLoterij. Het onderzoek is uitgevoerd in alle Nederlandse IC-afdelingen voor te vroeg geboren kinderen.Vandaag zijn de resultaten gepubliceerd in het tijdschrift Pediatrics
.








