Meer verloren werkdagen door stakingen in 2025

In 2025 waren er 23 werkstakingen. Dat zijn er 13 minder dan in 2024. De stakingen duurden wel langer, waardoor er meer werkdagen verloren gingen. In 2025 waren dit er bijna 60.000, ruim 6.000 meer dan in 2024. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

Na een piek in 2023 met 52 werkstakingen daalt het aantal stakingen voor het tweede jaar op rij. Daarmee ligt het aantal stakingen nu weer op het gemiddelde van deze eeuw. Tussen 1999 en 2025 waren er gemiddeld 24 stakingen per jaar.

Minder werknemers betrokken bij stakingen

In 2025 waren ruim 10.000 werknemers bij de stakingen betrokken, een halvering ten opzichte van 2024. Ondanks dat er minder stakingen en betrokken werknemers waren, nam het aantal verloren werkdagen juist toe. Dat komt doordat de stakingen in 2025 relatief lang duurden; in tegenstelling tot 2024 duurde geen enkele werkstaking korter dan één werkdag.

Meeste stakingen in de industrie

In de industrie werd met tien stakingen het vaakst gestaakt. Bij de stakingen in de handel waren de meeste werknemers betrokken: ruim 4.000, terwijl dit er in de industrie nog geen duizend waren. In de handel leidde dit daardoor ook tot relatief veel verloren werktijd; namelijk 17.000 dagen. In de bedrijfstak vervoer en opslag waren er vijf stakingen. Daarbij waren 2.000 werknemers betrokken en gingen ruim 6.000 werkdagen verloren.

De grootste staking van het jaar vond plaats in het onderwijs. Met ruim 28.000d verloren werkdagen was deze staking goed voor bijna de helft van het totaal in 2025. Omdat dit een estafettestaking was, waren er relatief weinig werknemers bij betrokken, namelijk 2.000

 

Stakingen per bedrijfstak
Bedrijfstak Stakingen
Industrie 10
Vervoer en opslag 5
Handel 4
Overig 4

Meeste stakingen voor cao

Net als de afgelopen drie jaar is er het vaakst gestaakt voor de totale cao; in 2025 bij tien van de 23 stakingen. Daarnaast hadden vier stakingen te maken met loonkwesties en vier met andere oorzaken. De staking in het onderwijs was een reactie op aangekondigde bezuinigingen van de overheid.

In 2025 werden 63 andersoortige werknemersacties gevoerd. Dit zijn georganiseerde acties waarbij geen werkuren verloren gaan, zoals de productie terugschroeven, manifestaties of buttons dragen. Net als bij de stakingen kwamen dergelijke acties het vaakst voor in de industrie, met 17 acties.

Van alle acties waren er 27 uit onvrede over de totale cao, waarmee dit de meest genoemde reden was om in actie te komen. Dat is naar verhouding minder vaak dan in 2023. Toen hadden 42 van in totaal 51 acties met de totale cao te maken.

Vaker tevreden over cao en salaris

Werknemers waren in 2025 tevredener met hun cao en hun salaris dan in de afgelopen jaren. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO. In 2025 zei 83% van de werknemers (heel) tevreden te zijn met hun cao en 80% (heel) tevreden te zijn met hun salaris. Dit was in 2022 nog respectievelijk 77 en 74%.

 

Tevredenheid van werknemers (15 tot 75 jaar) met cao en salaris
Jaartal Cao (%) Salaris (%)
2022 77,1 74,0
2023 80,8 77,7
2024 82,1 79,1
2025 83,0 79,9
Bron: CBS, TNO

Werknemers in onderwijs vaakst tevreden over cao

In het onderwijs waren werknemers het vaakst tevreden over de cao (92%) en in de informatie en communicatie het minst vaak (70%). Tevredenheid met het salaris was in de financiële dienstverlening het hoogst (91%) en het laagst in de handel, vervoer en horeca (74%). In het openbaar bestuur was een relatief groot deel van de werknemers tevreden over zowel hun cao als hun salaris (beide 90 %).