Dekkingsgraden pensioenfondsen in maart onder druk door geopolitieke spanningen

 

De indicatieve gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in maart gedaald naar 123%. Een stijging van de rente in combinatie met negatieve aandelenrendementen zorgden voor een daling van de dekkingsgraad. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, blijft in maart stabiel op 125%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

De escalatie van het conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran, met gerichte aanvallen op olie-  en gasinfrastructuur en een effectieve verstoring van de Straat van Hormuz, heeft de energieprijzen scherp opgedreven. De Brent olieprijs is fors gestegen (met pieken richting 120 dollar per vat) en futures prijzen langdurig hogere niveaus in. Ondanks voorstellen voor het vrijgeven van strategische oliereserves, versoepeling van sancties op Iraanse en Russische olie en alternatieve pijpleidingroutes, blijft het aanbodrisico aanzienlijk. Naast olie en gas worden ook meststoffen en industriële gassen geraakt, wat het risico verhoogt op latere druk op voedselprijzen en bepaalde industriële ketens, zoals halfgeleiders.

Bredere marktstress

Deze energie- en grondstoffenschok vertaalt zich in bredere marktstress. Aandelenmarkten zijn wereldwijd meer dan 7% gedaald sinds het begin van het conflict en kredietspreads zijn opgelopen. In de obligatiemarkten zijn rentes sterk gestegen door oplopende inflatieverwachtingen: de Duitse 10 jaarsrente noteert rond 3,1% en ligt ruim boven het niveau van vóór het conflict. Beleggers houden in toenemende mate rekening met een langdurige verstoring in plaats van een snelle normalisatie.

Voor centrale banken en beleidsmakers ontstaat een klassiek stagflatie achtig dilemma: hogere energie gedreven inflatie gecombineerd met neerwaartse risico’s voor groei. De Fed en de Ecb houden de beleidsrente vooralsnog ongewijzigd, maar hinten meer op een rentestijging dan een daling, zolang inflatierisico’s domineren.In maart verloren de financiële markten de resultaten van de eerste maanden. Door de sterk gestegen olie- en gasprijzen waren alleen de grondstoffenbeleggingen positief.

Afhankelijkheid van Golf-olie

China en India zijn bijzonder kwetsbaar door hun afhankelijkheid van Golf-olie en beperkte strategische voorraden buiten China. Aandelen uit opkomende markten daalden met -10,9%, een sterkere daling dan aandelen uit ontwikkelde landen, die -5% verloren.  In de eurozone steeg de rente door oplopende inflatieverwachtingen waardoor de portefeuille vastrentende waarden 3,8% daalde. Zo behaalde bedrijfsobligaties een rendement van -2,3% door de oplopende risicopremies. Het totaalrendement van de portefeuille was negatief en bedroeg -4,8%.

De rendementen voor beschikbare premieregelingen (DC-regelingen) varieerden gemiddeld tussen de -2,8% en de -4,7% voor alle leeftijdscohorten.De rendementen zijn hieronder weergegeven voor alle leeftijden tot 68 jaar. Dit geldt voor lifecycles met een vaste uitkering vanaf de pensioendatum en lifecycles met een variabele uitkering, waarbij ook na de pensioendatum wordt belegd.

Negatief rendement

Alle deelnemers behaalden een negatief rendement. Voor oudere deelnemers vanaf ongeveer 55 jaar die kiezen voor variabele uitkering was het rendement iets negatiever dan de deelnemers die kiezen voor een vaste uitkering.Voor deelnemers die vlak voor het punt staan van pensionering en een vaste uitkering willen aankopen, daalde de portefeuille gemiddeld met 2,8% en de prijs van pensioen met 2,6%. De onrust op de financiële markten deze maand heeft naar verwachting slechts beperkt negatief effect.

 
In maart steeg de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld 27 basispunten. Voor de langere looptijden daalde de rente. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 1,8%. Door de rentestijging nam de waarde van de verplichtingen af met ongeveer 1,4%. Dit, in combinatie met een daling van het vermogen in maart, leidde tot de dekkingsgraad van 123%.

Beschermingsstrategieën op tafel
Nu een groot deel van de fondsen ingevaren is, ligt bij de fondsen die nog moeten invaren, het vraagstuk ‘Bescherming van de dekkingsgraad, ja of nee? En tegen welke prijs?’ prominent op tafel. Daar komt de huidige volatiele wereld nog bij, die het vraagstuk nog urgenter maakt. Het ene grote pensioenfonds heeft zich ingedekt voor daling van de aandelenkoersen van meer dan 20%, terwijl andere grote fondsen er juist niet voor kiezen.

“‘Bij elk fonds moet deze afweging op tafel komen” zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland. “Het is een complex onderwerp waar ondertussen veel ervaring mee is opgedaan door de sector’, vervolgt hij. ‘Uiteindelijk moet je als bestuur kunnen beoordelen of deze maatregelen evenwichtig zijn, kijkend naar de kosten, de specifieke compositie van de deelnemers van het fonds en de financiële situatie’. Het is een bijzondere situatie dat pensioenfondsen die lange termijn belegger zijn zulke afwegingen moeten maken voor de korte termijn. Driessen sluit af: ‘Wij wensen fondsen veel wijsheid in deze turbulente tijden.”

Bedrag ineens weer uitgesteld
Deze week is bekend geworden dat het bedrag ineens uitgesteld wordt naar 1 januari 2029. Het is de achtste keer dat de inwerkingtreding van dit element van het pensioenakkoord wordt verschoven. Het gaat hierbij om de mogelijkheid om maximaal 10% van het pensioenkapitaal bij pensionering in één keer te mogen opnemen.

Deelnemers die erop gerekend hadden hiervan gebruik te maken moeten weer wachten. Door de complexiteit van het wetsvoorstel vraagt de inregeling veel tijd en energie van de uitvoerders, die al druk zijn met de overgang naar de Wtp. Zo is het volgens het wetsvoorstel mogelijk ieder percentage tot 10% op te nemen. ‘Het is jammer dat één van de fundamentele afspraken uit het Pensioenakkoord keer op keer niet uitvoerbaar blijkt’, zegt Driessen. “Wij pleiten voor vereenvoudiging van het wetsvoorstel, om deelnemers wel de flexibiliteit te bieden.”

Waar de pensioenfondsen grote stappen maken met de overgang naar de Wtp, is nog slechts een derde van de verzekerde regelingen Wtp-proof. Voor de adviseurs en verzekeraars betekent dit steeds meer druk op de deadline. ‘Wij roepen met name MKB-werkgevers op om aan de slag te gaan met de transitie naar de Wtp’, zegt Driessen, ‘Voor een zorgvuldig traject is het verstandig om op tijd te starten.’

Communicatie is key
Nu een groot deel van de fondsen is ingevaren, wordt nog duidelijker dat communicatie het toverwoord is voor het nieuwe stelsel. “Het was de bedoeling dat het nieuwe stelsel eenvoudiger en transparanter zou worden, maar niets is minder waar. AFM vraagt ook aandacht voor hoe communicatie overkomt in meest negatieve scenario. “Het is van belang om alle deelnemers goed mee te nemen in de pensioentransitie”,  aldus Driessen. “Geloof in de kracht van herhaling en gebruik kanalen die aansluiten bij de doelgroepen.”