Stijging dekkingsgraden pensioenfondsen komt in februari tot een eind 

 

 

De indicatieve gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in februari gestabiliseerd op 128%. Een stijging van de aandelenkoersen in combinatie met de verhoogde renteafdekking compenseerden de toename van de verplichtingen. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, steeg in februari naar 125%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Technologische en geopolitieke ontwikkelingen
In februari speelden technologische en geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol op de markten. Zo heeft de Hoge Raad in de Verenigde Staten, Trumps noodtarieven onwettig verklaard. Via een andere wet voert hij nu alsnog nieuwe, hogere importtarieven in. Dat veroorzaakt veel onzekerheid over terugbetalingen, buitenlandse reacties en de economische impact.

Op geopolitiek vlak zorgen onder meer Chinese verschuivingen in de vraag naar Amerikaanse staatsobligaties, handelsspanningen rond Amerikaanse tarieven, ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de voortgang van onderhandelingen rond Oekraïne voor wisselend sentiment.

Trump heeft op 20 februari gezegd dat hij binnen tien dagen een besluit zal nemen over de vraag of hij Iran zal aanvallen, nu de spanningen in de regio blijven oplopen. Als gevolg daarvan is de olieprijs gestegen. Zoals we inmiddels weten, zijn op 28 februari de eerste bombardementen door de VS en Israël op Iran geweest.

Op technologisch vlak ontstond verder veel onrust over de enorme investeringsplannen van Amerikaanse hyperscalers. Hardware- en halfgeleiderproducenten profiteerden hiervan, terwijl delen van softwarebedrijven en bedrijven die zelf datacenters moeten financieren onder druk staan. AI-gerelateerde zorgen hebben bovendien een sectorbrede correctie in gang gezet bij bedrijven die als kwetsbaar worden beschouwd.

In het Verenigd Koninkrijk leidt politieke onzekerheid rond het premierschap en mogelijke verschuivingen binnen Labour tot beweeglijkheid op de rentemarkt en een zwakkere pond. Tegelijkertijd houden discussies over fiscale ruimte en hogere uitgaven de markten alert op het risico van een steilere rentecurve of zwaardere belastingdruk. Wereldwijd blijven centrale banken en rechtbanken een belangrijke factor via rente en tariefbesluiten, met directe gevolgen voor aandelen, obligaties en valuta. Binnen alternatieve beleggingen komen spanningen in private credit aan de oppervlakte, zoals blijkt uit het stopzetten van terugkopen bij een retailfonds van Blue Owl, wat de al broze stemming in de sector verder ondermijnt.

Toch continueert februari de goede resultaten van de vorige maand, ondanks de grote uitverkoop in de sectoren met een link naar AI. De aandelenportefeuille steeg met 1,2%. Aandelen van opkomende markten behaalden deze maand zelfs 6,3% rendement door hoge rendementen in Korea, Taiwan en Zuid-Afrika. Aandelen ontwikkelde markten bleven daar met 1,7% flink bij achter. Zonder Amerikaanse aandelen behaalden aandelen ontwikkelde markten ongeveer 5,5% door stijgende beurzen in Europa (4%) en de Pacific (8%).

In de Pacific werd de uitspraak over de onwettige handelstarieven positief ontvangen. De Japanse beurs (9%) was positief gestemd door de economische plannen van de nieuwe premier Takaichi, de eerste vrouwelijke premier van Japan. De rentecurve in de eurozone daalde in februari door een mix van tegenvallende groeivooruitzichten, afkoelende inflatie en de verwachting dat de ECB de rente eerder en/of sterker zal verlagen, versterkt door een vlucht naar veilige staatsobligaties. De rente in de eurozone daalde vooral op de lange kant van de curve, waardoor de vastrentende waardeportefeuille 2,8% toenam. De relatief kortlopende bedrijfsobligaties behaalden een rendement van 0,5%. Het totaalrendement van de portefeuille bedroeg 3,3%.

Rendementen voor beschikbare premieregelingen positief 
De rendementen voor beschikbare premieregelingen (DC-regelingen) varieerden tussen de 1,9% en 2,38% voor alle leeftijdscohorten.
De rendementen zijn hieronder weergegeven voor alle leeftijden tot 68 jaar. Dit geldt voor lifecycles met een vaste uitkering vanaf de pensioendatum en lifecycles met een variabele uitkering, waarbij ook na de pensioendatum wordt belegd.

 

 

Alle deelnemers behaalden een positief rendement. Oudere deelnemers die kiezen voor een vaste uitkering behaalden minder rendement dan de deelnemers die na pensionering willen blijven beleggen. Dit komt doordat bij een vaste uitkering het risico in de laatste jaren sterker wordt afgebouwd en daardoor minder in aandelen wordt belegd.

Rente gedaald, verplichtingen en vermogen gestegen in februari
In februari daalde de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld 18 basispunten. Voor de langere looptijden daalde de rente nog meer. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,3%. Door de rentedaling nam de waarde van de verplichtingen toe met ongeveer 3,6%. Dit, in combinatie met een stijging van het vermogen in februari, leidde tot de dekkingsgraad van 128%.

AOW-kwestie is nog geen gelopen race
Het kabinet heeft aangekondigd dat de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2033 rechtstreeks gekoppeld wordt aan de stijgende levensverwachting, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. Worden Nederlanders gemiddeld ouder, dan gaat de AOW-leeftijd mee omhoog. De bonden en een groot deel van de Tweede Kamer zien dit als het openbreken van afspraken die met het pensioenakkoord zijn gemaakt. Volgens SER-voorzitter Putters hadden deze afspraken ook geen einddatum. Neemt niet weg dat de betaalbaarheid van de AOW onder druk komt te staan door de toenemende vergrijzing. Minister Vijlbrief mag met deze uitdaging aan de slag en geeft aan daarbij de Groningse aanpak te willen hanteren. “Wat de plannen ook precies worden”, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland, “wat ons betreft is het belangrijk dat er aandacht is voor het totaalplaatje. Een (snellere) verhoging van de AOW-leeftijd betekent een langere loopbaan en alle uitdagingen van dien. Werkgevers zullen zich hiervan bewust moeten zijn en kijken hoe ze medewerkers langer inzetbaar houden, bijvoorbeeld door aanvullende spaarmogelijkheden te faciliteren en flexibiliseringsmogelijkheden aan te bieden, zoals deeltijdpensioen.”

Communicatie is key
Nu een groot deel van de fondsen is ingevaren, wordt nog duidelijker dat communicatie het toverwoord is voor het nieuwe stelsel. “Het was de bedoeling dat het nieuwe stelsel eenvoudiger en transparanter zou worden, maar niets is minder waar. Zo zijn de bedragen in de transitiecommunicatie niet vergelijkbaar. Als de huidige regeling een uitkeringsregeling is moeten nominale bedragen worden getoond, zonder indexatie na ingang. Voor de nieuwe regeling daarentegen worden wel beleggingsopbrengsten meegenomen. Dat betekent dat er sprake is van appels en peren. In het servicedocument van de Pensioenfederatie over de transitiecommunicatie wordt de suggestie gedaan om te werken met een sluis om de bedragen te kunnen vergelijken en de lezer mee te nemen van oud naar nieuw. Wat ons betreft een goede suggestie en eigenlijk noodzakelijk om de ontvanger mee te nemen. De praktijk leert echter dat veel uitvoerders het opnemen van de sluis als extra werkzaamheden en extra belasting zien”, volgens Driessen.

Naast de transitiecommunicatie zullen de deelnemers ook meegenomen moeten worden als de regeling eenmaal loopt. “Ook hier vragen wij aandacht voor begrijpelijke communicatie. Het gaat niet alleen om wát we vertellen, maar ook om de frequentie en de kanalen. In het nieuwe stelsel is er sprake van leeftijdsafhankelijke toedeling van rendementen, het mogelijk spreiden van resultaten en keuzes bij de inkoop bij pensionering (rekening houdend met nog te verwerken resultaten). Dit zijn allemaal ingewikkelde elementen die goede uitleg vragen, én het juiste kanaal. Meer post is niet hoofdzakelijk de oplossing om deelnemers goed mee te nemen. Denk ook aan moderne media”, zegt Driessen.

Compensatie vraagt goede communicatie
Tot slot wordt in de communicatie aandacht gevraagd voor de pensioengevolgen voor werknemers bij een baanwissel onder het nieuwe stelsel — in het bijzonder het risico op een pensioengat door de overgang van een oplopende premiestaffel naar een vlakke premie. Tot nu toe is hier nog weinig aandacht voor geweest. “Wij pleiten ervoor dat werkgevers en pensioenfondsen medewerkers goed informeren over de compensatieregeling en per welke datum compensatie toegekend wordt. Neem ook de gevolgen van een baanwissel op de website op, maak deelnemers bewust van hun handelen”, aldus Driessen.

Toezicht pensioentransitie
Recent heeft De Nederlandsche Bank haar rapportage ‘Toezicht pensioentransitie 2026’ gepubliceerd. Uit deze rapportage blijkt dat de pensioentransitie in volle gang is, ruim de helft van het aantal deelnemers bij pensioenfondsen is inmiddels overgestapt naar de Wtp. Er zijn 76 invaarmeldingen gedaan en inmiddels 30 beschikkingen afgegeven.

DNB concludeert dat de efficiëntie van de beoordeling van de invaarmelding toeneemt. DNB moedigt fondsen aan om te leren van de ervaringen tot nu toe. “Het is goed dat DNB de belangrijkste bevindingen deelt, zodat fondsen die mee kunnen nemen in hun eigen traject”, geeft Driessen aan.
Hoewel de pensioenfondsen goed op koers liggen om uiterlijk 1 januari 2028 volledig de transitie te hebben voltooid, nemen de zorgen toe in hoeverre alle verzekerde pensioenregelingen tijdig op 1 januari 2028 Wtp-proof zullen zijn. Veel werkgevers met dergelijke regelingen, met name binnen de MKB-sector, moeten nog starten met het transitiedossier.