Europese Commissie houdt vast aan doel halvering verkeersdoden in 2030, maar tempo blijft achter om dit daadwerkelijk te halen

 

De Europese Commissie blijft zich inzetten om het aantal verkeersdoden en zwaargewonden in de Europese Unie tegen 2030 te halveren. Dat blijkt uit een nieuw voortgangsrapport van het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer. Hoewel er vooruitgang is geboekt, ligt het huidige tempo volgens de Commissie niet hoog genoeg om de doelstelling te halen.

Uit de meest recente gegevens blijkt dat in 2024 in de EU 19.900 mensen om het leven kwamen bij verkeersongevallen. Dit zijn 440 minder dodelijke slachtoffers dan in 2023, een daling van 2,5% maar aanzienlijk minder dan de jaarlijkse daling van 4,6% die nodig is om de 2030-doelstelling te bereiken.  . Gezien de toename van het aantal voertuigen per persoon en van het aantal gereden kilometers is dit een belangrijke prestatie, maar het wijst ook op de noodzaak van aanhoudende inspanningen op alle niveaus.

Veel doden onder inzittenden

Verkeersongevallen kosten de EU-economie naar schatting 2% van het bruto binnenlands product. Daarnaast lopen jaarlijks tot 100.000 mensen blijvend letsel op. In absolute cijfers komen inzittenden van auto’s het vaakst om het leven bij verkeersongevallen. Zij maken ongeveer 44 % van alle dodelijke slachtoffers uit, gevolgd door voetgangers, motorrijders en fietsers. In verhouding tot het aantal voertuigen op de weg lopen motorrijders echter een veel groter risico om bij een verkeersongeval om het leven te komen. Wegwerkers en onderhoudspersoneel vormen een specifieke risicogroep

Uit de verslagen blijkt dat een groot aantal doden onder inzittenden van auto’s en motorrijders het gevolg is van ongevallen met één voertuig, terwijl voetgangers en fietsers bijzonder kwetsbaar zijn wanneer zij betrokken zijn bij een botsing met een auto. De voortgang die is geboekt bij de bescherming van kwetsbare weggebruikers zoals voetgangers, fietsers en gebruikers van lichte elektrische vervoersmiddelen is wisselend.

Tussen 2019 en 2023 kwamen ongeveer 900 minder voetgangers om het leven. De daling van het aantal dodelijke slachtoffers onder fietsers en motorrijders was echter veel kleiner, met een daling van ongeveer 100 in elke categorie in de hele EU. In steden was bijna 70 % van de mensen die bij verkeersongevallen om het leven kwamen, een kwetsbare weggebruiker. Dit percentage blijft hardnekkig hoog, wat erop wijst dat er dringend actie moet worden ondernomen om de verkeersveiligheid in de steden te verbeteren.

Halverwege de looptijd van het EU Road Safety Policy Framework 2021-2030 constateert de Commissie dat klassieke risicofactoren zoals te hoge snelheid, rijden onder invloed, afleiding en het niet dragen van gordels hardnekkig blijven. Daarnaast spelen structurele problemen zoals beperkte handhavingscapaciteit, onvoldoende financiering en versnipperd bestuur. Nieuwe uitdagingen zijn onder meer de opkomst van e-steps en andere lichte elektrische voertuigen, de vergrijzing van de bevolking en de geleidelijke introductie van geautomatiseerde voertuigen.

 

Slechts zeven landen liggen op schema

Sinds het referentiejaar 2019 is het aantal verkeersdoden in de hele EU met 12 % gedaald, maar deze verbetering verhult aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten. Slechts een handvol lidstaten (België, Bulgarije, Denemarken, Litouwen, Malta, Polen en Slovenië) ligt momenteel op schema om de reductiedoelstelling van 50 % voor 2030 te halen. In sommige lidstaten, waaronder Ierland en Estland, is het aantal verkeersdoden gestegen, terwijl in andere, zoals Frankrijk, Italië en Nederland, slechts marginale verbeteringen zijn opgetreden. In 2024 varieerde het sterftecijfer van 20 sterfgevallen per miljoen inwoners in Zweden tot 78 per miljoen in Roemenië.

Het rapport wijst ook op positieve ontwikkelingen in verschillende lidstaten. Polen, Litouwen en Slovenië realiseerden sinds 2019 een daling van het aantal verkeersdoden met 33 tot 35% en liggen daarmee op koers richting 2030.Andere voorbeelden zijn de nationale 30 km/u-snelheidslimiet in Spaanse stedelijke gebieden, het uitgebreide netwerk van automatische verkeerscamera’s in Frankrijk en de op data gebaseerde bewustwordingscampagnes in Denemarken.

 

Vijf prioritaire actiepunten

Volgens Eurocommissaris voor Duurzaam Transport en Toerisme Apostolos Tzitzikostas is verdere versnelling noodzakelijk. De Commissie presenteert daarom een reeks maatregelen binnen vijf prioritaire thema’s:

  • verbetering van infrastructuurveiligheid en inzet van intelligente transportsystemen
  • strengere handhaving van verkeersregels
  • verdere invoering van voertuigveiligheidstechnologie
  • aandacht voor nieuwe vormen van mobiliteit
  • versterking van onderzoek naar verkeersveiligheid

Oproep aan lidstaten

De Commissie roept lidstaten op om te investeren in goed functionerende bestuursstructuren voor verkeersveiligheid, voldoende financiering vrij te maken en voortgang structureel te monitoren. Ook moeten zogenaamde ‘black spots’ op het wegennet systematisch worden aangepakt.

Lokale en regionale overheden wordt gevraagd verkeersveiligheid integraal mee te nemen in ruimtelijke ordening en mobiliteitsplanning, voldoende infrastructuur te realiseren voor kwetsbare weggebruikers en noodhulpvoorzieningen te versterken.

 

Conclusie

Uit de analyse blijkt volgens de commissie dat de uitdagingen op het gebied van verkeersveiligheid complexer worden, onder invloed van demografische veranderingen, technologische transformatie, klimaatverandering en veranderende mobiliteitspatronen die niet volledig waren voorzien toen het EU-beleidskader voor verkeersveiligheid 2021-2030 werd ontwikkeld.

Uit het verslag blijkt echter ook dat er aanzienlijke mogelijkheden zijn om vooruitgang te boeken. Technologische vooruitgang op het gebied van de veiligheid van voertuigen, een groeiend bewustzijn van de economische voordelen van investeringen in veiligheid en een toenemende politieke focus op duurzame mobiliteit creëren gunstige voorwaarden voor versnelde actie.

“Het is van cruciaal belang deze kansen te benutten door middel van gecoördineerde, duurzame en naar behoren toegeruste inspanningen in de hele EU en binnen de lidstaten op alle overheidsniveaus en in de samenleving. Investeringen in de verkeersveiligheid leveren een aanzienlijk rendement op, niet alleen in de vorm van vermeden kosten, maar ook in de vorm van een betere levenskwaliteit en economische productiviteit. Het argument voor actie is zowel uit sociaal als uit economisch oogpunt overtuigend:, aldus de Commissie, die lidstaten oproept de lidstaten en alle belanghebbenden op dringend de uitdaging aan te gaan om een toekomst te creëren waarin de EU zo dicht mogelijk bij nul verkeersdoden komt en mobiliteit duurzaam en veilig is. “Zonder hernieuwde inzet, investeringen en actie in alle lidstaten en op EU-niveau zal dit streven om levens te redden op onze wegen slechts een ambitie blijven.”