. Seksueel geweld tegen kinderen vindt in meer dan de helft van de gevallen plaats achter de voordeur

    FERMA-rapport: Riskmanagers en interne auditors moeten nauwer samenwerken met raden van bestuur   Raden van Bestuur moeten nauwer samenwerken met riskomanagers en interne auditors om de duurzaamheidsuitdagingen aan te gaan waarmee bedrijven worden geconfronteerd. Anders neemt het risico toe dat niet wordt voldaan aan wettelijke verplichtingen en marktverwachtingen, zo blijkt uit een gezamelijke white paper Cb FERMA met ecoDa and ECIIA   “Risk Managers en Internal Auditors zijn nodig vanwege hun expertise als het gaat om het anticiperen op het effect van dubbele materialiteit.  Beide beroepsgroepen kunnen het bestuur ook helpen in de dialoog met relevante belanghebbenden. Bedrijven moeten eerst hun maturiteitsniveau beoordelen wat betreft hun algemene benadering van duurzaamheid”, benadrukte Béatrice Richez-Baum, algemeen directeur van ecoDa.       EFRAG heeft net de eerste set ontwerpnormen voor Europese duurzaamheidsverslaggeving (ESRS) aan de Europese Commissie geleverd. De standaarden onderstrepen de urgentie voor Europese bedrijven om de duurzaamheidsuitdaging aan te gaan. Op directieniveau wordt meer diepgaande kennis van duurzaamheidskwesties in de bedrijfsvoering noodzakelijk.”Een eerste vereiste is dat riskmanagement en interne audit de raad van bestuur en het senior management ondersteunen, zodat strategie, riskmanagement, beleid, governance en cultuur voldoen aan de eisen en verwachtingen. Op hun beurt moeten de Raad van Bestuur en de C-Suite interne audit en risicobeheer de middelen geven om dit te doen”, voegt Pascale Vandenbussche, secretaris-generaal van ECIIA, toe. Terwijl zich nieuwe ontwikkelingen voordoen met betrekking tot verbeterde Europese wetgeving over duurzaam ondernemen (inclusief de ESRS-standaarden van EFRAG), beschrijven ecoDa, dat leden van de raad van bestuur vertegenwoordigt, FERMA, dat risicomanagers vertegenwoordigt, en ECIIA voor interne auditors in een gezamenlijke paper waarom samenwerking tussen de drie rollen nodig is. “Een bedrijfscultuur die bedrijfsbreed riskmanagement omarmt, is een fundamentele factor die bepaalt hoe organisaties duurzaamheid benaderen en ermee omgaan. Het managen van duurzaamheid vereist een volwassen risicomanagementfunctie en -processen. En met onze volwassenheidsmatrix in het document helpen we organisaties om een beter inzicht te krijgen in hun duurzaamheidsreis”, aldus Typhaine Beaupérin, CEO van FERMA. Om duurzaamheid in de bedrijfsvoering te verankeren, moeten Raden van Bestuur, Riskmanagers en Interne Auditors samenwerken. Er moet een duidelijk begrip tussen de Risk Management en Internal Audit functies worden ontwikkeld om de Raad van Bestuur te ondersteunen en de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. De gezamenlijke paper kan hier worden gedownload Joint paper to be downloaded here _______________________________________________________________________________________________________________________ Contacts: https://www.ferma.eu/app/uploads/2022/11/ecoDa-ECIIA-FERMA-ESG-embedding-are-you-ready-FINAL.pdf     Haalbaarheidsonderzoek bouw kerncentrales in januari van start In januari starten de eerste technische haalbaarheidsstudies naar de bouw van twee nieuwe kerncentrales in Nederland. Het eerste van de drie contracten is vandaag getekend met het bedrijf KHNP uit Zuid-Korea en richt zich op de technische haalbaarheid van de bouw van 2 kerncentrales in Borssele. Binnenkort volgen de contracten met Westinghouse uit de Verenigde Staten en EDF uit Frankrijk. Alle drie de bedrijven hebben ervaring met het bouwen van generatie III+ reactoren met een minimaal vermogen van 1000 MW. Deze studies zijn nodig om te bepalen of het technisch mogelijk en veilig is om nieuwe kerncentrales te bouwen op de voorkeurslocatie Borssele, de EPZ-terreinen. De studies worden door de drie bedrijven individueel uitgevoerd en bestaan uit een aantal onderdelen: of het ontwerp aan Nederlandse wet- een regelgeving voldoet, of deze kan worden ingepast op de voorkeurslocatie in Borssele en een meer gedetailleerde inschatting van de kosten en de benodigde tijd om twee nieuwe kerncentrales te bouwen. Ook de mogelijke impact op de omgeving komt in de studies naar voren. Daarmee leveren deze studies belangrijke informatie voor de besluitvorming over kernenergie in Nederland. De studies duren minimaal zes maanden. Een onafhankelijke partij zal daarna de technische haalbaarheidsstudies evalueren. In het najaar van 2024 kunnen naar verwachting de eerste resultaten gedeeld worden. Samenwerkingsverband Zuid-Korea en Nederland Daarnaast hebben de Zuid-Koreaanse en Nederlandse overheid vandaag een samenwerkingsovereenkomst (‘Memorandum of Understanding’) op het gebied van kernenergie ondertekend. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over verdere samenwerking op het gebied van kennisontwikkeling, onderzoek, innovatie, nucleaire waardeketen en radioactief afval. Dat draagt bij aan de ontwikkeling van kernenergie in Nederland en biedt kansen voor bedrijven en kennisinstellingen die actief zijn op dit gebied. Minister Jetten voor Klimaat en Energie: “Kernenergie helpt ons op weg naar een CO2-vrij energiesysteem. Daarom zijn we volop bezig met de voorbereiding voor de komst van twee nieuwe kerncentrales. De drie partijen die voor deze nieuwbouw in aanmerking komen gaan het komende jaar de technische haalbaarheidsstudies uitvoeren. De Zuid-Koreaanse bouwer KHNP gaat nu als eerste van start. De afgelopen tijd hebben we met dit bedrijf en mijn Zuid-Koreaanse collega’s goede gesprekken gehad. En ik ben blij dat de Franse en Amerikaanse collega’s binnenkort ook aan de slag kunnen. Een belangrijke mijlpaal.” Heeft deze informatie u geholpen? Ja Nee Lonen stijgen in 2024: minimumloon grootste stijger     Het merendeel van de werkende Nederlanders gaat er in 2024 in loon op vooruit. Dit blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP Nederland. Iemand met een modaal brutosalaris (€ 3.395,06) ontvangt netto € 79,17 meer per maand. De stijging is echter het grootst bij werknemers met een minimumloon. Bij een 40-urige werkweek gaat het om een toename van € 266,75 ten opzichte van het nettoloon in december 2023. De stijging van de lonen voor de werknemers betekent overigens ook een toename van de werkgeverslasten.  Introductie minimumuurloon Een belangrijke verandering in 2024 is de overgang van een minimumloon per maand, week of dag naar een minimumuurloon. Het minimum maandloon bedraagt momenteel € 1.995 bruto per maand. Dit is gebaseerd op een 36-urige werkweek. Maar als je 40 uur werkt, blijft het bedrag hetzelfde. Per saldo leidt dit tot dan een lager uurloon. Dit wordt als een ongelijkheid gezien. Vandaar dat er vanaf 2024 een wettelijk minimumuurloon komt. Vanaf 1 januari is dit voor een werknemer van 21 jaar of ouder € 13,27. Jongeren hebben recht op een lager minimumuurloon. “Praktijk is echter dat de meeste werknemers een vast loon per maand hebben afgesproken, en niet per uur. Een vast loon per maand blijft ook in het nieuwe jaar mogelijk. Om te voldoen aan het wettelijk minimumuurloon, moet in 2024 bij een 40-urige werkweek minimaal € 2.317,87 bruto per maand betaald worden”, vertelt Dik van Leeuwerden, expert in wet- en regelgeving bij ADP Nederland. Het bruto minimumloon bij een 40-urige werkweek is met ingang van 1 januari 2024 maar liefst 32% hoger dan een jaar geleden (december 2022: € 1756,20).   Van Leeuwerden verwacht dat de lonen van de werknemers die nu net boven het minimumloon zitten, ook zullen moeten stijgen. “Een werknemer met een 40-urige werkweek die nu bijvoorbeeld € 2.100 (ca.105% van het minimumloon) ontvangt, zal in 2024 ook minimaal € 2.317,83 moeten ontvangen. Maar deze werknemer zal daar zeer waarschijnlijk geen genoegen mee nemen, omdat hij ook in 2024 op ten minste 105% van het minimumloon wil uitkomen.”    Nettoloon stijgt Het belastingtarief in de eerste schijf stijgt van 36,93% naar 36,97%. Iedereen gaat dus 0,04% meer belasting betalen over zijn inkomen. Het toptarief blijft in 2024 staan op 49,50%. Dit ben je verschuldigd als je inkomen hoger is dan € 75.518. Dat het nettoloon toch stijgt, wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere heffingskortingen. De maximale algemene heffingskorting in 2024 komt uit op € 3.362. In 2023 is dat nog € 3.070. Heb je inkomsten uit werk dan heb je ook recht op de arbeidskorting. Deze is in 2024 maximaal € 5.532 ten opzichte van € 5.052 in 2023. De heffingskortingen blijven inkomensafhankelijk. “Hoe meer je verdient des te minder korting krijg je”, legt Van Leeuwerden uit. De algemene heffingskorting wordt vanaf een jaarloon van € 24.812 stapsgewijs afgebouwd. Is je inkomen hoger dan € 75.518 dan heb je geen recht meer op deze korting.  De arbeidskorting kent eerst een stapsgewijze opbouw. “Vanaf een jaarloon van € 39.957 heb je recht op de maximale arbeidskorting. Heb je dat punt bereikt dan wordt de arbeidskorting meteen weer in stappen afgebouwd. Verdien je meer dan € 124.934 dan is de arbeidskorting volledig afgebouwd tot nul”, aldus Van Leeuwerden.   _______________________________________________________________________________________________________________________ Allianz Commercial zet belangrijkste D&O-risicotrends op een rijtje: Bestuurders en commissarissen kunnen voor steeds meer scenario’s aansprakelijk worden gesteld   Aanhoudende inflatie, herfinanciering en insolventiedruk, geopolitieke en ESG-kwesties zijn enkele van de tegenwinden waarop D&O’s voorbereid moeten zijn GenAI-gerelateerde risico’s kunnen leiden tot claims uit verschillende gebieden De D&O-verzekeringsmarkt is nog steeds competitief, maar de impact van class actions, hogere verdedigingskosten, toezicht door de regelgevende instanties, een actieve balie van aanklagers en financiers van rechtszaken betekent dat het schadepotentieel hoog blijft.     Bestuursleden en leidinggevenden van bedrijven kunnen voor steeds meer scenario’s aansprakelijk worden gesteld. Inadequate reacties op economische druk, geopolitieke kwesties, het implementeren van innovatieve technologieën zoals GenAI, of uitdagingen op het gebied van milieu, maatschappij en governance (ESG) behoren tot de belangrijkste factoren die de kans vergroten dat een bedrijf en zijn Directors and Officers (D&Os) in 2024 voor de rechter worden gedaagd, volgens het D&O verzekeringsrapport van Allianz Commercial.

“Kopers van D&O-verzekeringen van publieke en private bedrijven hebben geprofiteerd van gunstige prijzen en een bredere dekking tot 2023, geholpen door factoren zoals nieuwkomers op de markt en de stabiele trend in het aantal Amerikaanse class actions tegen effecten”, legt Vanessa Maxwell, Global Head of Financial Lines bij Allianz Commercial, uit. “Er zijn echter nog steeds veel risico’s voor D&Os en hun verzekeraars. De inflatie blijft doorbijten en beïnvloedt toekomstige claims door hogere schikkingswaarden – op het hoogste punt in 10 jaar – en hogere verdedigingskosten. De hogere kosten voor herfinanciering van schulden blijken een schok te zijn. Het aantal insolventies neemt toe, de geopolitieke onzekerheid is aanzienlijk, het cyberrisico is hoog en ESG-claims zijn blijvend en vormen een uitdaging. D&Os moeten voorbereid zijn op deze tegenwind en een strategie hebben die zich kan aanpassen wanneer het bedrijf wordt geblokkeerd. Diversiteit in de bestuurskamer stelt bedrijven in staat om dergelijke problemen op verschillende manieren aan te pakken.”

Sombere vooruitzichten overheersen

Sinds de wereld de lockdown van de Covid-19 pandemie heeft opgeheven, heeft een nieuwe norm de dagelijkse uitdagingen voor bedrijven er niet eenvoudiger op gemaakt. De economische groei blijft wereldwijd teleurstellend. Volgens een analyse van Allianz zal het aantal bedrijfsinsolventies in 2024 naar verwachting met +10% stijgen. De inflatiedruk blijft en de herfinanciering van bestaande schulden na jaren van lage rente is voor velen een nieuwe test. D&Os zien nieuwe druk op het genereren van cash, en beslissingen over hoe bedrijven kapitaaluitgaven financieren en hun schuldprofiel beheren, worden door belanghebbenden kritischer bekeken, aldus het rapport.

Daarnaast worden bedrijven en hun toeleveringsketens geconfronteerd met aanzienlijke geopolitieke risico’s door de oorlog in Oekraïne, conflicten in het Midden-Oosten en aanhoudende spanningen over de hele wereld. Volgens analist Verisk Maplecroft was het politieke risico in 2023 het hoogste in vijf jaar, met ongeveer 100 landen met een hoog of extreem risico op burgerlijke onrust. Dit betekent dat er meer druk en toezicht is op bestuurders om ervoor te zorgen dat hun bedrijf voldoende is voorbereid om de impact van bedrijfsonderbrekingen in gebieden met een hoger risico te weerstaan, naast het waarborgen van de veiligheid van hun werknemers. 

Iedereen heeft het over GenAI GenAI beschrijft algoritmen die worden gebruikt om complexe inhoud te creëren, waarbij menselijke activiteiten worden nagebootst. Er is steeds meer discussie over het gebruik ervan, omdat de uitgebreide mogelijkheden nu invloed hebben op de manier waarop bedrijven over hun bedrijfsprocessen denken. Volgens een wereldwijd onderzoek van McKinsey gebruikt een derde van de organisaties AI regelmatig in minstens één bedrijfsfunctie. 

“Het potentieel van AI om concurrentievoordelen te creëren is opwindend, maar er zijn ook uitdagingen met betrekking tot de invoering ervan waar bedrijven rekening mee moeten houden, zoals bedreigingen voor de cyberveiligheid, een verhoogd regelgevingsrisico, onrealistische verwachtingen van investeerders over de mogelijkheden ervan, evenals het beheren van verkeerde informatie”, legt Hannah Tindal uit, Regional Head of Commercial D&O  bij Allianz Commercial. 

Rechtszaken die onlangs zijn aangespannen tegen AI-bedrijven hebben al privacyrisico’s en schendingen van het auteursrecht aan het licht gebracht. Deze zaken, evenals de hierboven genoemde uitdagingen, kunnen leiden tot effectenclaims, claims met betrekking tot intellectueel eigendom, claims met betrekking tot schending van fiduciaire plichten, claims met betrekking tot onjuiste voorstelling van zaken en rechtszaken tegen aandeelhouders en derivaten. 

“Organisaties kunnen de risico’s van GenAI-technologieën beperken door best practices op te zetten en agile methoden in te zetten om governance, compliance protocollen en juridische kaders actueel te houden en in staat te stellen zich aan te passen aan de technologie terwijl deze zich ontwikkelt”, zegt Tindal. “Het nauwlettend volgen van de evolutie van AI moet een hoge prioriteit krijgen op de agenda van de raad van bestuur.”

ESG-claims van beide kanten

Risico’s op wettelijke maatregelen of rechtszaken als gevolg van ESG-gerelateerde kwesties zijn een andere grote zorg voor raden van bestuur, gedreven door toenemende rapportage- en openbaarmakingsvereisten rond dergelijke onderwerpen, die claims kunnen uitlokken in het geval van een inadequate reactie of niet-naleving. Het aantal landen dat ESG-rapportageverplichtingen invoert is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, waardoor bestuurders worden blootgesteld aan kosten om te reageren op onderzoeken, handhavingsacties en mogelijke boetes en straffen voor vermeende niet-openbaarmaking of onjuiste voorstelling van zaken. Dergelijke eisen stellen bestuurders ook bloot aan claims van private partijen, niet alleen vanwege vermeende onjuiste voorstelling van zaken, maar ook vanwege ontevredenheid over wat de vereiste openbaarmakingen onthullen over de betrokkenheid van een bedrijf bij ESG-kwesties. Recente voorbeelden van claims omvatten beschuldigingen van het niet beheren van klimaatrisico’s tot vermeende plichtsverzuim door te beleggen in slecht presterende fondsen die actief ESG-strategieën nastreefden.

“Niet elke belanghebbende heeft dezelfde kijk op een kwestie of dezelfde mening over welke acties bestuurders zouden moeten ondernemen”, zegt David Ackerman, Head of Global Financial Lines Claims bij Allianz Commercial. “In een wereld die politiek en sociaal steeds meer gepolariseerd raakt, creëert alleen al de noodzaak voor bestuurders om de impact van verschillende ESG-factoren op de bedrijfswaarde te evalueren en aan te pakken het risico dat er claims worden ingediend, door activistische aandeelhouders of andere gemotiveerde belanghebbenden, aan een van beide of aan beide kanten van een bepaalde kwestie.” 

Gevolgen van de Amerikaanse bankencrisis

Het rapport kijkt ook naar de gevolgen van de bankencrisis in de VS in maart 2023. Slechte praktijken en stijgende rentetarieven leidden ertoe dat verschillende banken werden ontbonden of overgenomen. Er volgden claims voor effectenfraude. Een interessant aspect van deze crisis was de rol van sociale media. De spaarders van een van de failliete banken, Silicon Valley, waren grotendeels startende tech- en gezondheidszorgbedrijven, waarin durfkapitalisten hadden geïnvesteerd. Toen spaarders geld begonnen op te nemen, adviseerden sommige durfkapitalisten hun klanten om hun tegoeden te verspreiden over andere banken. Dit advies kwam in de sociale media terecht en leidde tot een run op de bank, die kort daarna sloot. De kracht van sociale media om grote aantallen mensen op hetzelfde moment op dezelfde manier te laten handelen, betekent dat bankruns nu te snel kunnen gaan om te stoppen. Het rapport herinnert de D&Os er ook aan hoe snel sociale media een crisis kunnen verergeren.   Seksueel geweld tegen kinderen vindt in meer dan de helft van de gevallen plaats achter de voordeur

Uit meldingen bij de politie blijkt dat seksueel geweld tegen kinderen in meer dan de helft (58%) van de gevallen plaatsvindt in een woning. Dit blijkt uit de nieuwe Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2018-2022 die vandaag verschijnt. Het is hiermee aannemelijk dat de dader in veel gevallen een familielid of bekende van het slachtoffer is. Dit maakt het voor slachtoffers moeilijk om er over te praten en ermee naar buiten te komen. “Er is de afgelopen tijd terecht veel aandacht geweest voor seksueel geweld dat zich afspeelt op de werkvloer, bij sportclubs en in de publieke ruimte, maar de grote groep die slachtoffer wordt in de thuissfeer mag niet uit het oog raken. Juist omdat de schade hier het grootst kan zijn”, aldus Conny Rijken, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.
 
Vormen van seksueel geweld in de thuissfeer
Uit registratiecijfers van de politie blijkt dat het seksueel geweld tegen kinderen dat plaatsvindt in een woning onder meer bestaat uit incest, verkrachting, sexting en aanranding. Uit eerder onderzoek van de Nationaal Rapporteur bleek dat bij ruim een derde van de veroordelingen voor seksueel geweld tegen kinderen sprake was van een familieband tussen dader en slachtoffer. Waarschijnlijk gaat het in deze cijfers nog om een onderschatting, omdat bekend is dat slachtoffers van incest, meer nog dan slachtoffers van ander seksueel geweld, vaak veel moeite hebben hierover te praten.  
Verdachten vaak jonger dan 21 jaar
Veel verdachten van seksueel geweld tegen kinderen zijn jonger dan 21 jaar (38%). Deze jonge verdachten maken vaak leeftijdsgenoten tot slachtoffer. Bij delicten met verdachten die jonger zijn dan 21 jaar en minder dan 5 jaar met hun slachtoffers schelen, komt verkrachting het meeste voor, gevolgd door sexting en aanranding. Het seksueel geweld dat tussen kinderen onderling plaatsvindt, onderstreept volgens Rijken het belang van goede relationele en seksuele vorming voor alle kinderen, passend bij hun leeftijd.

“Goede voorlichting voor kinderen over seksualiteit draagt bij aan een gezonde seksuele ontwikkeling en is belangrijk in de preventie van seksueel geweld tegen kinderen, zowel in de offline als online wereld. Zo is het belangrijk dat ze leren wat het betekent om respectvol met elkaar om te gaan, de grenzen van anderen te herkennen en te respecteren en wat te doen wanneer anderen hun grenzen overschrijden. Scholen hebben hierin een belangrijke rol.”  
Belang van relationele en seksuele vorming 
Het is belangrijk dat ouders er vanuit kunnen gaan dat scholen werken met bewezen effectieve interventies, vooral gezien de maatschappelijke discussie rond dit thema. Zo ontstond er tijdens de Week van de Lentekriebels in maart 2023 onrust onder ouders, in de politiek en in de media over de invulling van de relationele en seksuele vorming die scholen aan hun leerlingen meegeven.

Foutieve aannames over wat er tijdens deze lessen met kinderen besproken wordt, ondermijnen het draagvlak voor de seksuele en relationele vorming op scholen. Om die reden is het belangrijk dat de minister van Primair en Voortgezet Onderwijs actief onjuiste beeldvorming hierover weerlegt en het belang van relationele en seksuele vorming op scholen blijft uitdragen, vindt de Nationaal Rapporteur.
 
Inzetten op een multidisciplinaire aanpak
De Nationaal Rapporteur beveelt de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan om het samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, GGD, GGZ, politie en Slachtofferhulp Nederland, ondergebracht bij het CSG, te versterken. Dit met het doel de multidisciplinaire aanpak en hulpverlening aan (minderjarige) slachtoffers van seksueel geweld in Nederland te verbeteren.

Inspiratie kan worden geput uit modellen in andere landen, met name het Belgische model, dat positieve resultaten heeft behaald en gebaseerd is op centraal gefinancierde fysieke centra met inloopmogelijkheden, interne verhoorkamers en consultatieruimtes. Intensieve samenwerking tussen verschillende partijen uit de strafrechtketen en de hulpverlening onder één dak kan zowel de aanpak van seksueel geweld als het bieden van passende hulp aan slachtoffers bevorderen.